Archief voor november 2007

h1

Met vallen en opstaan.

30 november 2007

Maar bij de pakken blijven neerzitten doen we niet. Dat vertik ik. Tot zondag geef ik mezelf nog om me te wentelen in mijn eigen verdriet, maar daarna moet het gedaan zijn. Volgende week ben ik volgeboekt. Ik heb er voor gezorgd dat ik elke avond wel iets te doen heb. Ik gun mezelf geen tijd meer om verdrietig te zijn.

Vandaag ben ik ietwat vroeger gestopt met werken en ben ik vastberaden naar Ici Parix Xl gereden alwaar ik mezelf een kadootje gekocht heb. ‘Happy’ van Clinique is het geworden. Als een mens daar niet vrolijk van wordt… Meer nog: ik heb het laten inpakken – “Ja, een geurtje voor iemand anders kiezen is niet altijd gemakkelijk hè madam.” – waardoor er hier nu een zeer roze kadootje op mij ligt te wachten. Wie weet ben ik binnen een paar dagen vergeten wat er in zit en kan ik mezelf een verrassing kado doen.

ici paris xl_1

ici paris xl_2

h1

Het was een beetje koud in mijn hart.

29 november 2007

Het regent buiten en het regent in mijn hart. Het is koud buiten, het is koud in mijn hart. Teleurgesteld in mensen, teleurgesteld in mezelf. Vrienden hebben geen tijd, zijn met hun lieven, huizen, werk of zichzelf bezig. Collega’s blijken dichter bij me te staan dan ik vermoedde. Een onverwacht maar zeer welgekomen opbeurend gesprek waarbij ik mijn tranen niet meer kon bedwingen.

Warme tranen vallen op het koude hoofdkussen als ik ’s avonds in slaap val. Warme tranen mengen zich met het koude kraantjeswater als ik me ’s ochtends was.

Veel te veel komt samen. Verkeerde mensen zeggen de verkeerde dingen op het verkeerde moment. Een late herfts- of een vroege winterblues? Laten we het hopen.

Ik voel me niet goed.

h1

Over helium, champagne en hippe Polen

25 november 2007

Sinds ik werk is uitgaan in de week uit den boze. Als ik fris op mijn werk wil staan – wat ik wil – dan moet ik ten laatste om 1.00 in mijn bed liggen. Donderdagavond uitgaansavond zoals het voor de meeste Leuvense studenten het geval is, zit er dus niet meer in. Dan verplaatsen we dat toch gewoon gezellig naar vrijdagavond, nietwaar. Want zaterdagochtend, zaterdagochtend is de leukste ochtend van allemaal. Zaterdagochtend is heilig. De Ochtend Zonder Wekker. Dat vind ik zò fijn, dat ik soms de drang moet weerstaan om mijn wekker te zetten op 7.00 om toch maar te beseffen dat ik dan kan uitslapen.

Maar goed. Vrijdagavond dus. Het publiek dat je dan tegenkomt op feestjes ziet er heel anders uit dan het publiek dat je in de week tegenkomt. Geen piepjonge studentjes (ik weet het, de studenten worden niet jonger, maar ik word ouder – U hoeft er mij niet op te wijzen), maar afgestudeerden, mensen die pas werken, doctoraatsstudenten, Erasmussers, buitenlandse ex-studenten die in Leuven zijn blijven plakken. Een zeer diverse en gevarieerde groep.

Zo ook afgelopen vrijdag. We sukkelden van het ene feestje in het andere. Champagne à volonté en heliumballonnen opzuigen op een verjaardagsfeestje bij iemand thuis, heerlijk meeroepen (ik schrijf bewust niet zingen)  met de meest foute muziek op een feestje in de Ambiorix en urenlang dansen met een hippe Pool in de 7 oaks.

Als je dan op je kot thuiskomt en je komt in de gang het oudere vrouwtje tegen dat beneden woont terwijl ze opstaat, ja, dan was het fijn.

“Goedemorgen.”

“Slaapwel.”

h1

Over leuke momenten, muziek en onbekende bloggers

23 november 2007

“Dag Lime,

Misschien heel raar dat ik u hier plots mail en eerlijkgezegd ligt het ook niet meteen in mijn aard om dat te doen, maar de kwestie is de volgende.”

 

Dit mailtje kreeg ik woensdagochtend in mijn mailbox van een mede-blogger, mij enkel bekend via het wereld wijde web. Deze openingszin werd gevolgd door een uitleg over tickets gewonnen hebben, twee personen, Het Depot, Leuven, Black Box Revelation, The Van Jets, vanavond, jij, mee?

Op het moment dat ik die mail opende zat ik net met mijn gsm in mijn hand om een smsje te sturen naar wat vrienden om te vragen of we niet iets leuks zouden doen die avond. En plots werd dat leuks door een nobele onbekende in mijn schoot geworpen. Lang moest ik dus niet twijfelen.

 

“Dag Coudie,

ja, dit is heel raar en het ligt ook niet meteen in mijn aard om dit
te doen, maar ik heb eigenlijk wel zin om mee te gaan :)”

 

En zo zat ik 10 uur later met een voorheen voor mij onbekende jongeman en met een vers stoffen bandje in Het Depot van Leuven. En leuk dat het was! We werden in de watten gelegd. Schitterende muziek èn gratis drank. The Black Box Revelation is één brok energie. Een schitterende zanger/gitarer en een nog schitterenderder drummer. Hier gaan we nog meer van horen! The Van Jets hebben hun plaatsje in de Belgische rockwereld al zo goed als gevonden. Ze voldeden aan alle verwachtingen. 

Af en toe moet je gewoon “ja!” zeggen tegen wat je onderweg tegenkomt. Je weet maar nooit waar de Leuke Momenten zich bevinden.

h1

Op den tram naar Amsterdam.

17 november 2007

Op den tram naar Amsterdam
zat een mijnheer met zijn madam

Dit is het begin van een versje dat mijn pepe altijd op de meest onverwachte en ongepaste momenten vertelde. Met zijn typische heerlijk rollende r en zijn mespunt dat hij in de maat op zijn bord liet klateren werd dit gedichtje zowat zijn handelsmerk. Ik weet het vervolg niet meer van het gedichtje. Geen flauw idee wat de volgende zinnen waren. En ik kan het hem ook niet vragen, want mijn pepe is 10 jaar geleden gestorven. In gasthuisberg. Aan kanker. Ik ben nooit meer in gasthuisberg geweest sinds dat laatste bezoek aan pepe.

Tot ik een labo vond in gasthuisberg waar ik mocht beginnen werken. Als je via het ziekenhuis naar de labo’s van de KUL gaat moet je de bordeaux pijlen volgen in het ziekenhuis. Als je mijn pepe wou gaan opzoeken toen hij in het ziekenhuis lag moesten we ook de bordeaux pijlen volgen. Alles, alles in het ziekenhuis doet me aan mijn pepe herinneren. De geur van warmte en koffie. De bezoekers met orchideeën in hun handen. De patiënten op sloffen die doelloos in de gangen rondzwerven. De verpleegsters en dokters die gehaast voorbij lopen. De kleur bordeaux.

De eerste keren kreeg ik tranen in mijn ogen. Mijn pepe, onze pepe, die er al zo lang niet meer is. Mijn pepe, waar ik in feite al jaren niet meer aan gedacht had, maar plots waren die herinneringen aan de ziekenbezoeken er weer. Hoe ongemakkelijk voelde ik me niet, als jonge puber. Je pepe die zo hulpeloos in zijn bed ligt. Je pepe die veel te bleek en veel te mager geworden is. Je pepe die koppig grappig wil blijven voor zijn kleinkinderen maar zichtbaar te veel pijn heeft om te kunnen glimlachen.

Maar nu, nu ben ik blij. Elke dag ga ik werken. Elke dag denk ik aan mijn pepe. Telkens ik door de gangen loop verschijnt er een glimlach op mijn lippen en komen alle fijne herinneringen naar boven. Mijn pepe die zo lekker kon koken. Mijn pepe die midden in de nacht opstond om op zee te gaan vissen. Mijn pepe die met ons danste terwijl wij op zijn voeten stonden. En ik ben blij. Omdat mijn pepe mìjn pepe geweest is.

Op den tram naar Amsterdam
zat een mijnheer met zijn madam

 

Of zoals Bram Vermeulen het zo mooi zegt: “dood ben ik pas als jij mij bent vergeten.”

 

h1

Illegaal.

15 november 2007

Deze week ging ik als brave burger bloed geven tijdens de bloedserieus week in Leuven. Dat dit uiteindelijk niet mocht omwille van een ijzertekort anderhalf jaar geleden (mannekes toch) laten we even achterwege. En misschien had de antibiotica van afgelopen weekend er ook iets mee te maken. Verder dan een staaltje zijn we dus niet geraakt deze keer.

Alleszins: ik stond aan te schuiven met mijn identiteitskaart in mijn handen. “Heb jij nog een oude identiteitskaart of wat?” vroeg een vriendin die mee was verbaasd. Ik knik bevestigend en zeg al lachend dat die misschien al wel verlopen is ondertussen. Terwijl ik dit zeg kijk ik naar mijn identiteitskaart en valt mijn mond open.

Geldig van-tot:
07.10.2002 – 07.10.2007

staat er te lezen.

Ik vertel Vriendin dat ik illegaal in dit land verblijf. Nu weet ik hoe dat voelt, zo zonder papieren in België verblijven. Eigenlijk valt het al bij al nog mee. ;)

h1

Jij en ik. ‘t STUKcafé. 22 februari 2008.

14 november 2007

In al deze drukte heb ik zelfs nog geen reclame kunnen maken voor onze eigenste blogdrink. U leest het goed. 22 februari 2008. Jij en ik. ‘t STUKcafé. Tesamen met tientallen andere bloggers – hopelijk.

mediumrectangle_300x250.jpg

h1

Leven tegen 200 per uur.

12 november 2007

Ik leef aan 200 per uur. Ik struikel over mijn eigen voeten. Ik geraak niet meer uit mijn woorden. Snel. Alles moet snel. Te snel. Leuven – Brugge – Antwerpen centrum in 15 uur. Vrienden zien. Lekker eten, wijntje, babbelen, lachen. ’s Nachts in Antwerpen-Centrum toekomen. Met een maat naar de wolken kijken die dreigend snel over onze hoofden voorbijrazen. “De wolken gaan snel.” – “Ja.”

Thuiskomen. In slaap vallen voor je je mama nog maar dag kan zeggen. Wakker worden, douchen, naar een optreden van Axl Peleman. “Als de Antwerpenaars de pretentie hebben hun stad een wereldstad te noemen, dan moeten ze er maar tegen kunnen dat de wereld in hun stad woont.” Zo juist dat ie het heeft. Op de trein springen. Terug naar Leuven. Op kot in je zetel neervallen. Geen tijd, geen tijd. Martinimoment bij kotjongen. Martinimoment bij mooie kotjongen. Dat kan er dan nog net bij. Knieën die elkaar raken, een ongedefinieerd gevoel dat in de lucht hangt. Maar te moe om daar lang over na te denken.

h1

Over auto’s, speelgoed en volwassen worden.

7 november 2007

Na weer een werkdag kom je thuis. Je neemt de reclamebladjes die aan de voordeur liggen mee naar boven en gooit ze op de keukentafel. Een half uurtje later keer je terug naar diezelfde keuken, zet je een pot water op het vuur en neem je je vlees uit de diepvries. Terwijl de patatten koken en het vlees ligt te sudderen in de olie zet je je aan tafel en bij gebrek aan beter leesmateriaal sla je de bladjes even open. En plots heb je door dat je – in tegenstelling tot vroeger – éérst de reclame voor één of andere nieuwe hippe auto doorneemt en dààrna pas de speelgoedboekjes waarmee ze je om je oren slaan deze periode.

En dan, dan besef je dat je ergens tussen het studeren en werken en plezier maken door volwassen bent geworden.

h1

Over kapsters en Jommeke

3 november 2007

Sinds een tijdje komt er een aan-huis-kapster bij ons, uhm, aan huis. Gisterenavond had mijn zus een afspraak met haar, zonder dat ik het wist. Mama vroeg aan de kapster of ze na mijn zus ook niet eventjes tijd voor mij had omdat het zo lang geleden is dat ik naar de kapster ben geweest. “Ach ja”, dacht ik, “waarom niet. De puntjes mogen wel bijgewerkt worden.” “Wat moet ik doen” vroeg ze. “Wat korter”, zeg ik. “Hoeveel?” “Ach, doe maar wat je wilt.”

Doe maar wat je wilt.

Dàt had ik niet moeten zeggen. Een twintigtal minuutjes later zei de kapster. “Ai. Het is wel heel kort.” Een paniekaanval en een spurt naar de spiegel van mijnentwege later bleek de schade nog mee te vallen. Ok, het is kort. Maar leuk en pittig ook. Vinden mijn broer en mama toch. Nu maar hopen dat dat spreekwoord over wijsheid en haren niet waar is.

Als ik mijn ogen dichtnijp en door mijn wimpers naar de spiegel kijk lijk ik op Jommeke. Of op Maria.

[zingt]The hiiiiills are alive with the sound of muuuuuusic. [/zingt]