Ofwel ben ik héél moe. Ofwel heb ik zonet Klaas Delrue zien rondlopen. In de kelders van Gasthuisberg. Heb nog nèt de drang kunnen weerstaan de vragen wat hij dààr deed.
Archief voor februari 2008

Over dokters
29 februari 2008Zoals je hier al kon lezen loop ik. Al een tijdje. Ik probeer een twee à drietal keer in de week toch een vijf à tien km te lopen. Tot vijf weken geleden. Toen voelde ik na 12 km plots een scherpe pijn in mijn linkerknie. Ijs op leggen, reflexspray, een week niet lopen, twee weken niet lopen, niets hielp. Telkens moest ik na één kilometer stoppen met lopen omdat het te veel pijn deed. Dan maar een afspraak gemaakt met het sportmedisch adviescentrum van het sportkot. Eigenlijk niet één, maar drie afspraken. De eerste afspraak heb ik moeten afbellen wegens ziekte (niet naar de dokter kunnen gaan wegens ziek zijn – how ironic), de tweede heb ik afgebeld wegens ‘ach, wie weet gaat het toch vanzelf over’. De derde afspraak ben ik gisteren wijselijk nagekomen omdat het toch niet vanzelf over ging.
Dus gisteren na het werk reed ik door de plensende regen richting sportkot. Opgejaagd, gehaast, want ik moest later die avond nog bijles geven en ik moest nog eten en ik was moe en ik wou eigenlijk nog douchen maar daar zou geen tijd meer voor zijn en mijn haar werd nat en plakte aan mijn hoofd en ik voelde me allesbehalve mooi op die moment. Ik kom aan in het sportmedisch adviescentrum en melde me braafjes aan in het secretariaat. Een knappe jongeman vertelde me waar ik mijn naam moest zetten en waar ik mocht wachten.
Terwijl ik de natte haren uit mijn nek wrijf zet ik me neer op een stoel in de hal. Ik trek mijn jas uit – stiekem even kijkend of ik niet al te hard gezweet heb – leg hem naast mij neer en leg mijn hoofd achterover tegen de bakstenen muur en sluit mijn ogen. Ik wacht tien minuten, twintig minuten. Eigenlijk heb ik helemaal geen zin meer om mijn probleem bij een dokter te gaan uitleggen. Een warme douche spreekt me zoveel meer aan op dit moment, en heel even flitst de gedacht door mijn hoofd om gewoon op te staan en te vertrekken.
Maar dan steekt de dokter zijn hoofd om de deur en zegt mijn naam. Ik grabbel mijn spullen bijeen en ga naar binnen. Blijkt dat die knappe jongeman van weleer tevens de dokter is. Ik doe snel een poging mijn hopeloze haren mooi te leggen – mislukt – en trek mijn T-shirt recht en ga zitten. Leg mijn probleem uit. Hij zegt dat ik mijn schoenen mag uitdoen en op de bank mag gaan liggen. Hij duwt de broekspijp van mijn linkerbeen omhoog en begint te trekken, duwen en sleuren aan mijn linkerbeen. Duwt met zijn duim op mijn knie, vraagt af en toe of er iets pijn doet.
Het enige wat ik denk is ‘Ik heb mijn benen niet geschoren’.
Na een tiental minuten valt het verdict: een onstoken pees in mijn linkerknie. Het had een hele moeilijke en fancy naam, maar die ben ik vergeten. Een sportsteunzool en wat onstekingsremmers zouden soelaas moeten bieden. Als dat niet helpt zal ik terug moeten gaan om een paar cortizonespuiten in mijn knie te laten zetten.
Als dat het geval is neem ik een dag verlof: Dan douche ik lang. Scrub mijn benen, masseer ze in met een huidolie zodat ze mooi zacht zijn en blinken. Dan was ik mijn haren, droog ze en leg ze mooi. Dan maak ik me op en draag mijn lievelingsparfum. Dan ga ik mooi zijn en vrouwelijk en oogverblindend.
En dàn, dan mag die mooie jongeman nog eens aan mijn benen zitten.

Over applaus en corrupte websites.
27 februari 2008
Over badeendjes en witloof.
23 februari 2008![]()
Kwart voor één ’s nachts. Een hoopje mensen die elkaar voordien nog nooit gezien hebben zitten aan tafel, iedereen met in de ene hand een pint en in de andere een felgekleurd badeendje. Tussen hen in een grote doos vol met witloof. Dat kan maar één ding betekenen: dat het geslaagd was.
De wie, wat, waar, hoe en wanneer van de witloof was initieel niet echt duidelijk, maar hilarisch was het wel. Zeker als je de overschot meeneemt naar de 7 oaks achteraf om aldaar een vrijgezellenavond na te bootsen en 4 jenevers te krijgen voor 3 witloofstronken.
Een zeer, zeer geslaagde avond vond ik het. Ik heb niet met iedereen kunnen babbelen met wie ik wou babbelen, jammer, maar reden genoeg om het nog eens over te doen! De eendjes waren schattig, talrijf en succesvol. Zo ook de bloggers. Nieuwe mensen leren kennen, eindelijk gezichten kunnen plakken op blogs die je al jaren of maanden leest. En zelf ook compleet uit de anonimiteit verdwijnen. Blijkbaar dacht iedereen dat ik lang haar had. Het spijt me dat ik jullie teleurgesteld heb ;)
En nu we elkaar toch kennen: tot volgende week op de Bwards?

En dan vertrekt ze.
22 februari 2008“Ben je verliefd?”, vraagt hij.
“Wat is verliefd?”, mompelt ze.
“Nee.” fluistert ze.
“Denk ik.” voegt ze er onhoorbaar aan toe.
Maar haar hele lijf en haar hele ziel roepen ja. Ja, ik heb je graag, ja ik zie je graag. Veel te. Ze wil hem recht in de ogen kijken en vertellen wat ze voelt. Maar het heeft geen zin, het heeft geen zin. Hij voelt het wel, denkt ze. Hij zal het wel weten. Dat ze altijd al op hem heeft gewacht. Dat deze jongen alles is wat ze zoekt. Dat het geen toeval is dat ze elkaar drie weken kennen maar in hun hoofden al levenslang. Er is zoveel dat ze hem zou willen zeggen, vragen.
In plaats daarvan staat ze uiteindelijk recht, ze doet haar jas aan en ze buigt zich voorover naar hem. “Een laatste zoen?”, vraagt hij. En ze kust hem, zacht. Hun lippen raken elkaar voorzichtig, als een streling. Haar tong glijdt over zijn onderlip. Een laatste zoen, en dan vertrekt ze.
Met veel pijn in haar hart.

De rollercoaster van het leven.
21 februari 2008Ik weet het even niet meer. Alles gaat zodanig snel dat eer ik achter mijn laptop zit om alles neer te schrijven ik vergeten ben wat ik deed, hoe ik me voelde en wat ik zag. Het leven is een rollercoaster. Omhoog, omlaag, snel, te snel, voor je’t weet zit je in een looping en ga je overkop. Ondersteboven, omhoog, opzij, door elkaar geschud. Adrenalinestoten. Weer omlaag voor je nog maar de tijd gekregen hebt om te beseffen dat je pijlsnel omhoog aan het gaan was. En plots kom je tot stilstand met een schok, besef je maar half wat je meegemaakt hebt en twijfel je of je het nog eens wilt doen of toch maar liever niet. Weer een dol ritje op de rollercoaster van het leven of toch maar stabiel met beide voeten op de grond blijven staan deze keer?
Ik ben gelukkig, maar van zodra ik me neerzet om het aan jullie mee te delen begin ik te twijfelen of ik wel gelukkig ben. Een soort droevig gelukkig, dat ben ik. Kan dat? Ik weet het zelf niet meer.
Maar eigenlijk weet ik het zelf niet, hoe het met mij gaat. Ik kan niet zeggen dat het niet gaat, want het gaat. Ik huil niet, ik lach. Ik zwijg niet, ik babbel. Maar achter de babbels gaat een grote stilte schuil en achter elke lach schuilt een traan.
Kan iemand me vertellen hoe het met mij is?

Over voetbeenvliezen en pizza’s
19 februari 2008Nu ik weer helemaal de oude ben vliegen we terug in Het Leven. Vier en een halve dag heb ik moeten missen van de wereld. Dat moet dus ingehaald worden.
Zondagavond gezellig knus doorgebracht met de mooiste jongen van Leuven. Maandagochtend terug naar het labo, ’s middags lopen naar een seminarie waarvan je vergeten was dat je het had. Van het labo richting GB om de omzet van de Dr. Oetker pizza’s te doen stijgen. Naar een vriendin wiens voetbeenvlies gescheurd is. Pizza eten. Een nestje maken onder een hoop dekens en kussens en voor de tigste keer Eternal Sunshine of the Spotless Mind bekijken. En vanavond, vanavond heb ik cursus. Van mijn nieuwe hobby waar ik een volgende keer zeker over ga schrijven.

Ziek – bis.
16 februari 2008Het begint me de keel uit te hangen – heeft u ‘m, de woordspeling? – dat ziek zijn. Het hoeft niet meer. Het gaat een beetje beter nu, maar ik wil dat het helemaal beter gaat. Ik heb mijn bed genoeg gezien de afgelopen dagen. Ik wil naar buiten, naar mijn vrienden. Ik wil terug dingen doen. En zo dagen in je bed liggen, dat brengt niet veel stof tot schrijven ook niet. Dus bij deze.

Ziek.
14 februari 2008Helaas volgt er geen “stel je even voor – quatro” en helaas – alhoewel – is alles waargebeurd. Ik weet niet of ik enorm blij ben met het feit dat ik er ongetwijfeld een hele goede maat bij heb, of dat ik droevig ben omdat zo’n prachtkerel niet van mij wil zijn.
Maar het leven gaat verder. Correctie: het leven zou verder gaan ware het niet dat ik aan mijn bed vastgekluisterd zit met een uit de kluiten gewassen angine. Ik, die bijna nooit ziek is. Plots alle afspraken en verplichtingen en plannen moeten afzeggen. Het zelf niet meer in de hand hebben. Daar word ik enorm nijdig van. Dat het maar snel weer betert. Ben het beu, ze mogen weg, die beestjes in mijn keel.

Stel je even voor – tris.
11 februari 2008Ik ga jullie een verhaaltje vertellen. Een verhaaltje voor het slapengaan.
Op één of andere manier krijgt ze maar niet genoeg van de jongen. Hij intrigeert haar, ze is nieuwsgierig naar meer. Zaterdagmiddag brengen ze samen door. Ze zitten in de zon, ze eten wat, ze lachen, ze drinken iets. Dan gaan ze ieder weer hun eigen weg. Zaterdagavond brengen ze weer samen door. Ze bekijken wat DVD’s, ze lachen, ze vertellen, ze knuffelen, ze zoenen. En ze praten.
Het Gesprek dat vroeg of laat altijd gevoerd wordt zit er aan te komen, ze voelt het. En ze weet niet of ze het wel wilt weten. Misschien wil ze wel in deze roes, die zo aangenaam voelt, verblijven. Ze wil niet met haar beide voeten op de grond geplaatst worden, zoals ze al te vaak heeft meegemaakt. Niet deze keer, niet deze keer. Niet met hem, niet met deze jongen.
“Ik kan dit niet. Een relatie. Het gaat niet. Dat past niet in mijn hoofd.” Ze vraagt hem om uitleg. Hij kan het niet uitleggen. Ze begrijpt het niet. Hij ook niet. “Ik had er niet op gerekend jou tegen te komen, en ik had al helemaal niet verwacht dat het vanaf de eerste seconde zo zou klikken”, zegt hij, “maar het lukt me niet, het gaat niet.” Ze zoekt naar woorden. Ze vindt ze niet.
Ze vindt het jammer, fluistert ze.
“Sorry”, fluistert hij terug.
“Sorry”.