Archief voor maart 2008

h1

De ene dag is de andere niet.

31 maart 2008

De ene avond lach je en heb je plezier à volonté omdat

* je met een hoop vrienden waarvan je sommigen al een tijdje niet meer gezien hebt in een fleurig restaurant zit. Het is een diverse bende en niemand weet hoe de avond uiteindelijk zal verlopen, maar vanaf het begin zit de sfeer er in en is het een gezellige bedoening. De hoe-gààt-het-met-je’s en wat-doè-je-nu-eigenlijk’s vliegen over en weer.

* de ober glimlacht als iedereen na tien minuten te zouikereentjedrinkenofnieten besluit een cocktail als aperitief te nemen. En een maat je na tien minuten toefluistert dat hij denkt dat hij te snel van zijn cocktail gedronken heeft, hij een kop als een tomaat krijgt en begint te zweten gelijk nen os.

* je met vijven in een klein blauw autootje kruipt en jijzelf vanachter in het midden zit tussen twee grote jongens in. ‘Oei, ik zal wel efkes uw gat moeten aanraken om mijn gordel aan te doen’, zegt de jongen rechts van je. Waarop de jongen links van je plots ook al breed grijnzend naar zijn gordel grijpt.

* je via een paar omwegen – Hè, hier moet ge wel naar links hè maat, zo rijdt ge recht naar gasthuisberg/Och dat is niet waar jong, ik rijd toch goed zo/Nee gast, hier is’t naar links en dan daar terug naar rechts./Oh joh, ik weet niet meer waar ik ben. – bij de bowlingbaan aankomt alwaar je twee puntjes meer vergaart dan de jongen die absoluut niet tegen zijn verlies kan. Ik verkneukelde me gelijk ik me nog nooit verkneukeld had.

* je met z’n allen nog een muntthee/pint/Duvel gaat drinken in een uiterst gezellig caféetje alwaar de bierkaartjes op de rand van tafel gelegd worden en je ze probeert op de vangen door met de bovenkant van je hand tegen de onderkant van de kaartjes te meppen. Bierkaartjes vliegen meermaals de ruimte door. Alsook paaseietjes en de zilverpapiertjes van paaseitjes die ongezien in elkanders decolleté trachten gesmeten worden. Kinderlijke spelletjes waarvoor we eigenlijk allemaal net iets te volwassen geworden zijn. Geluk is niet ver te zoeken op zo’n momenten.

* Je het café buitenwandelt en elkander goededag zeg en dat moeten we vaker doen en welterusten en tot nog eens. Om vervolgens met het getik van je paraplu op de stoep – het is gestopt met regenen – en een glimlach op je mond naar huis terug te wandelen.

De dag erop lijkt de glimlach van gisteren zo ver weg te zijn omdat

* je het helemaal voor je zag: je zou bij hem binnenkomen, zijn gezicht tussen je beide handen vastnemen, hem diep in zijn ogen kijken en hem trakteren op de lekkerste zoen ooit. Hij zou alle kriebels ter wereld in zijn buik voelen en plots beseffen dat je toch een prachtmeid bent, eentje om te houden. Maar in plaats daarvan geef je hem een snelle zoen en kijk je verlegen weg – alle stoerdoenerij verdwijnt van zodra hij de deur open doet en hij daar echtig en techtig voor je staat. Je knieën worden slap en in je hoofd zit vanalles klaar dat je wilt zeggen en je spieren staan strak gespannen om hem die zoen en knuffel die klaarzaten te geven maar het gaat niet, het gaat niet.

* je teleurgesteld en ietwat droevig terug buiten stapt omdat het je deze keer wel echt duidelijk geworden is. Dat je je overschot aan liefde niet aan hem kunt geven omdat hij al vol zit, met liefde voor zichzelf. Dat hij niet op een meisje zit te wachten dat hem nog gelukkiger maakt dan hij al is. Want dat doe ik wel, dat doe ik. Ik maak hem blij en gelukkig en vrolijk, maar hij heeft dat niet nodig, dat blij en gelukkig en vrolijk dat ik hem wil geven omdat hij zo zonder die extra liefde ook al content genoeg is.

* je naar huis wandelt, deze keer zonder het getik van de paraplu op de stoep omdat je hem boven je hoofd moet houden – het regent terug.

h1

[wijvenweek] Huishoudwijf en kinderenwijf.

27 maart 2008

ww_logo_120x120.gifMijn wijvenweek is om. Over huishoudens kan ik niet meespreken aangezien ik geen huishouden heb. Tenzij u op vrijdagavond afwassen en occasioneel een kot van 16 m² stofzuigen als een huishouden beschouwt. En kinderen? Ja, ik wil graag kinderen. 4 zonen. 4 sterke, gezonde zonen met blozende wangen en bruine warrige haren en grote bruine ogen met lange wimpers. Zo’n broers waar elke kerel maten mee wilt worden en elk meisje stiekem van droomt. En die 4 zonen zullen populair zijn en hip en lief en sympathiek. Vier zonen die met hun maten pinten gaan pakken en met hun moedertje koffie gaan drinken. Zonen die plezier maken met hun vrienden en met elkaar en toch nog tijd vinden om hun moeder een handje toe te steken als ze hulp nodig heeft. En iedereen zal smelten als ze zien hoe lief ze voor hun moeder zijn en hoe ze hun moedertje op haar oude dag bezoeken en verwennen en lief voor haar zijn. Ja, mijn zonen zullen de beste zonen ter wereld zijn.

Maar goed, voorlopig heb ik daar dus nog allemaal niets over te vertellen. Zelfs het stofzuigen gebeurt te sporadisch en de afwas blijft te vaak ook wel eens op een vrijdagavond staan om zelfs maar van een semi-huishouden te kunnen spreken. En die zonen zijn voorlopig nog steeds vier goed opgeborgen eitjes, diep weggestoken in mijn buik, wachtend op de juiste kerel met het juiste zaad. Ooit, ooit praten we hier nog eens over.

h1

[wijvenweek] Mannenwijf.

26 maart 2008

ww_logo_120x120.gifMannen. Mannenmannenmannenmannen. Heelder stationromannetjes zou ik over hen-en-mij kunnen vullen. Heelder roddelsecties van Story’s, Dag Allemaals en Royalty. Nu ja, Royalty misschien net niet. TV Familie daarentegen.

Mannen. We kunnen niet met hen en we kunnen niet zonder hen. Ik kan niet zonder hen en niet zonder hen. Wat moet ik eigenlijk nog vertellen over mannen? Alles is al gezegd geweest. Buiten misschien het feit dat ik tot een gigantisch inzicht gekomen ben. Jaha. Alles is me duidelijk geworden, en sindsdien ga ik als een vrolijk fladderende vrijgezel door het leven.

Het inzicht dus. Ik val op mannen die onafhankelijk zijn. Op mannen die gesteld zijn op hun vrijheid. Mannen die gelukkig zijn met zichzelf, die niemand nodig hebben. Het probleem is dat deze mannen onafhankelijk zijn, gesteld zijn op hun vrijheid, gelukkig zijn met zichzelf en niemand nodig hebben. Mij ook niet dus.
Maar ik kan er niets aan doen! Van zodra een man interesse toont in mij, ècht interesse als in – ik wil dat wel eens proberen met u, zo’n relatie – ren ik weg. Dan panikeert alles in mijn hoofd en krijg ik nachtmerries en waanbeelden van mannen die elke avond huilend op mij zitten te wachten tot ik thuis kom om dan snikkend in mijn armen te vallen en mij te verkondigen dat hun leven niets is zonder mij.

Maar weet je, als de mannen die mij wel interesseren mij niet nodig hebben, wel, dan ik hen ook niet. Ook niet als hij geweldig is, mij aan het lachen kan brengen, zijn zoenen de zoetste zoenen der zoenen zijn, zijn knuffels de meest zachte der knuffels. Als zijn verhalen zo interessant zijn dat ik aan zijn lippen hang tot hij uitverteld is, hij zo mooi is dat ik me er elke keer weer over verwonder wanneer ik hem opnieuw zie, mijn handen zo perfect in de zijne passen, mijn lichaam zo perfect in zijn schoot. Nee, zelfs dan wil ik hem ook niet. Nee, echt niet. Echt niet. Echt.

h1

[wijvenweek] Shopwijf.

25 maart 2008

ww_logo_120x120.gifIk houd van mooie kleren, ik houd van leuke schoenen, ik houd van toffe spullen. Maar ik heb ze het liefst hier-en-nu-en-wel-meteen in mijn bezit. Ik winkel niet zo graag. Af en toe heb ik wel eens goesting in een namiddag shoppen, maar zo over het algemeen, nee, toch niet.

Als iemand iets leuks aanheeft en je vraagt waar ze dat gevonden heeft – ‘Oh, in de esprit/H&M/WE/kiestuzelfmaar’ – dan wéét je eigenlijk op voorhand al dat als je zelf gaat zien, er toch niks leuks in die godganse winkel te vinden zal zijn, maar toch ga je een kijkje nemen – ze moesten het toevallig toch nog maar eens liggen hebben. Waardoor je dubbel zo droef buiten komt: voor niks naar die grmmddppppffff winkel gelopen èn dat leuke kledingsstuk niet gevonden.

Als je HET droompaar schoenen in een etalage ziet staan kan je er van op aan dat ze die niet meer in jouw maat zullen hebben.

Als je iets in een bepaalde kleur zoekt weet je op voorhand dat ze alle kleuren nog binnen zullen hebben, buiten die ene kleur die jij zo graag wou hebben.

Als je een winkel binnenwandelt en je vindt iets gigantisch leuk, zal het àltijd tot de nieuwe – dure – collectie behoren.

Een shopaholic kan je mij dus zeker niet noemen. Maar es af en toe goed gaan vitrines lekken, daar ben ik wel voor te vinden.

h1

[wijvenweek] Mijn wijvenlijf.

24 maart 2008

ww_logo_120x120.gifEigenlijk mag je daar niet te lang bij stilstaan, bij je lijf. Sla ik een vluchtige blik in de spiegel, dan valt het allemaal nog wel mee - een gezond gezichtje, niets abnormaals te zien, blonde haren – maar hoe langer ik in de spiegel kijk, hoe meer dingen ik vind die me niet aanstaan. 

“Mijn ogen staan eigenlijk wel dicht bijeen, nietwaar? Ja kijk, hier zo, zie je niet? Mijn rechteroog staat veel dichter bij mijn neus dan mijn linker. Ja toch, hè? Niet? Allé, zie nu, dat valt toch op? Dat ik dat niet eerder gezien heb! Komaan, dat ziet iedereen! Volgens mij is dat het eerste wat mensen zien als ze naar me kijken. Dat moet wel, het kan bijna niet anders! En mijn neus. Die zou toch iets minder dik mogen zijn, vind je niet? ja kijk, hierboven, die neusbrug, is die niet dikker dan normaal? Bij andere mensen is die toch dunner, nietwaar? Ja, tjees, kijk eens aan, hoe dik die is! Valt dat niet op? Jawel, dat valt keihard op, kijk nu eens! Dat mij dat nog niet eerder is opgevallen! Alles is buiten proportie!”.

Maar, dat moet ik ook zeggen, voor de rest klaag ik niet. Ja, die cup had wel wat groter gemogen, mijn benen langer, mijn buik platter en mijn billen minder, uhm, aanwezig, Maar toch, ik ben content met mezelf. Ik voel me jong, goed en gezond. Sommige dagen iets minder dan andere, maar wie niet?

Nee, dit lichaam met zijn kleine bruine vlekjes op zijn rug, zijn putje net naast de mond, die ene moedervlek in de vorm van een koffieboon op zijn bovenbeen, zijn kleine teen zonder nagel, zijn twee kleine putjes in de schouders, zijn rechterbeen dat een halve centimeter korter is dan de linker; dit lichaam is ok, en van mij. En ik houd ervan.

h1

Over kleine gelukkige momenten.

23 maart 2008

Mijn leven is een aaneenschakeling van kleine gelukkige momenten en kleine droevige momenten. Soms zijn de gelukkige momenten groter of talrijker dan de droevige momenten, soms is het andersom. Soms lijkt een gelukkig moment voor anderen klein terwijl het eigenlijk gigantisch groot en belangrijk voor mij is waardoor ik me het gelukkigste meisje op deze aarde voel, soms lijkt een ongelukkig moment onbenullig voor anderen terwijl het mijn hoofd helemaal overhoop kan gooien. Maar die kleine gelukkige momenten, daar doen we het voor, dat leven.

Zoals daar zijn:

* Onverwacht uitgenodigd worden om mee naar de try-out van TV-Tunes KN2 van Wim Opbrouck te gaan en aldaar een paar uurtjes te genieten van het enthousiasme van de man.
* een lang warm bad en heel, heel even aan compleet niets denken.
* Met een auto volgeladen met een hoop spullen, mijn ouders, mijn broer en zus, een hond èn twee kippen richting Limburg trekken om aldaar je familie terug te zien.
* Mijn neefje die trots zegt dat hij kan fietsen. Waarop hij op zijn fiets kruipt en omvalt, zonder ook maar een halve meter vooruit geraakt te zijn. En dit allemaal zonder de grote glimlach op zijn lippen te verliezen.
* Mijn neefje en nichtje die met open mond naar het raam lopen als hun papa opgewonden roept dat hij net de klokken zag overvliegen.
* Gaan lopen in het zeldzame zonnetje dezer dagen, zonder pijn aan je knieën.
* Pappenheimers zien op je kot (de TV werkt!) op zondagavond, daarbij maar al te goed beseffend dat je maandag verlof hebt.
* Je keihard verbonden voelen met andere bloggers, omdat het volgende week keihard wijvenweek is.
 

h1

Mijn kleine teennagel

19 maart 2008

Dinsdagavond, 00.10. Na een lange dag gevuld met labo en toneel kruip ik in bed. Ik lees in mijn boek tot iets aan mijn kleine teen mij irriteert. Mijn hand kruipt onder de lakens om te voelen wat er loos is. Dan voel ik dat een stuk van mijn kleineteennagel los zit. Dat is wel een heel erg groot stuk nagel voor mijn kleine teen, denk ik, en ik besluit mijn deken van me te gooien om mijn kleine teen nader te onderzoeken. Ik breng mijn kleine teen tot op ooghoogte en ik begrijp er niets van.

Mijn kleine teennagel, mijn héle kleine teennagel, hangt nog enkel met een velletje vast. Ik pak hem vast en veel is er niet nodig om hem ervan te trekken. Hoe in godsnaam is dat mogelijk, je kleine teennagel die zonder reden in staking gaat. Pijn doet het niet, het voelt wel raar. Ik hoop dat ie ooit besluit te stoppen met zijn staking en terug te groeien.

Ik kreeg plots de intense drang om dit euvel met iemand te kunnen melden, een maat, een vriendin, een lief. Maar ik wist niet wie er enthousiast zou reageren op dit volkomen nutteloze weetje, dat mijn kleineteennagel had besloten er spontaan af te vallen, en met mijn gsm in mijn handen besefte ik dat er eigenlijk helemaal niemand was naar wie ik zo’n trivia kon sturen, midden in de nacht. En daar was ik droeviger om dan om mijn teennagel, God hebbe zijn ziel.

h1

Over nostalgie en verzoeknummertjes

18 maart 2008
Kukelekuu.
“What we’re gonna do right here is go back. Back into time.”
“Sundaaayyyy. “
Tumm.
“De prehistorie. Nostalgie, met Guy de Pré.”
Tulldm. Tu du tu du tu tulldm. Tu du tu du tu Tulldm.

Als ik dit deuntje hoor, zelfs midden in de week, krijg ik een instant zondag-gevoel. Logisch natuurlijk, als je jaren en jaren en jaren dit deuntje op zondagvoormiddag hoort. Dan krijg je altijd dat effect. Hond-Pavlov-belletje-eten, u kent het wel.

Op zondag gingen we vaak naar mijn familie, die zo’n anderhalf uur ver rijden wonen. We keerden dan op zondagavond terug naar huis. Die autorit betekende voor ons altijd het einde van het weekend, het einde van de week. Mama en papa luisterden dan steevast naar funiculi funicula op radio 2. Wij vonden de man zagen, zij vonden hem aangenaam klinken. Wij vonden de muziek saai, zij vonden hem rustgevend. Wij vielen ervan in slaap, zij (hopelijk) niet – ze moesten ons natuurlijk nog steeds veilig en wel thuisbrengen.

En tot dusver mijn enige èchte herinneringen aan de radio in mijn jeugd. Ik heb nooit casettes opgenomen, ik ben nooit thuisgebleven om een ultratop te horen, ik heb nooit gedweept met verschillende radiozenders. Edoch. Stubru rulezzzz wel degelijk.

(naar en naar)
h1

Gehol

15 maart 2008

Maandag na je werk naar A.S. Adventure hollen waar je mama en papa op je staan te wachten, samen iets eten in de Werf, naar je kot hollen en tien minuten later weer naar je fiets hollen omdat je om 20.00 een vergadering hebt. Dinsdag na het labo naar een vriend hollen, vervolgens snelsnel naar je kot hollen alwaar je bijles moet geven, daarna snel naar toneelles hollen om ten slotte terug naar huis hollen omdat er nog een andere vriend passeert die avond. Woensdag naar Brussel hollen voor een cursus, ’s middags terug naar het lab hollen. Hollen naar het repetitorbureau om nog wat bijles te geven en ten slotte naar een verjaardagsfeestje hollen. Donderdagochtend naar de orthopedis hollen – door al dat hollen heb je steunzolen nodig – snel naar een vriend hollen om heel even dag te zeggen om dan door te hollen naar je lab. ’s Avonds naar het gymnasium hollen om al hollend bloed te geven, na het bloed geven naar Leuven centrum hollen om iets te gaan drinken met de prof voor wie je een jaar gewerkt hebt. Vrijdagmiddag naar het zooölogisch instituut hollen om een seminarie van diezelfde prof bij te wonen, al hollend iets gaan eten om ’s avonds te eindigen in de Pieter de Somer-aula om Rachmaninoff’s pianoconcerto numero 3 te aanschouwen. Zaterdag naar de winkel hollen omdat het kot lijdt aan een accuut tekort aan WC-papier, terughollen om je kot op te ruimen, hollen om bijles te gaan geven en vervolgens puur voor je conditie nog eens 8 km gaan hollen.

En vanavond ga ik uithollen.

h1

Moest…

13 maart 2008

Moesten mijn weken 10 dagen tellen en mijn dagen 30 uur, ik zou:

* mijn gitaarlessen weer opnemen
* grafische vormgeving bijstuderen
* me aansluiten bij een toneelvereniging
* mijn vrienden meer zien
* meer cursussen en seminaries ivm mijn doctoraat volgen
* accordeonlessen nemen
* mijn kamer elke week opruimen
* meer bijles geven
* meer op café zitten
* me minder haasten
* meer koken
* opnieuw ’s avonds in een café of restaurant gaan werken
* een cursus photoshop volgen

En u?