Archief voor april 2008

h1

My Bonnie lies over the ocean.

28 april 2008

Dit weekend ging ik luisteren naar een concert in een rusthuis voor demente mensen. Hoe ik daar terecht kwam vertel ik wel een andere keer. Concert is trouwens een groot woord. Een hoopje mensen trachtte muziek te maken met wat blokfluiten, fagots, hobo’s en violen. ‘Vals’ is een woord dat me meermaals te binnen schoot. Maar ach, ze deden hun best, en ik weet wat zenuwen met een muzikant kunnen doen.

Op een gegeven moment zette een man van middelbare leeftijd (nu ja, in een groep van demente mensen lijken alle andere aanwezigen jong – leeftijd is relatief) het liedje ‘My Bonnie lies over the ocean’ in, welbekend bij studenten wegens vaste waarde op cantussen. Maar blijkbaar kennen niet enkel studenten dit liedje. En zelfs ondanks de valse noten, de bibbers en de kleine foutjes bleken alle ouderen het te herkennen. Waar eerst een voorzichtig ‘Hmmmmm mmmmmm mmmmmm’ door de zaal weerklonk, zwelde dit na enkele ogenblikken aan tot een stevig gezang. Je had ze moeten zien zitten, met hun grijze hoofdjes, hun diepe rimpels, hun gesloten ogen, hun gezwollen voeten meetikkend op de grond, hun handen zachtjes meewiegend in de maat. En uit volle borst zingend. Alsof ze het op voorhand hadden afgesproken.

“My Bonnie lies over the ocean.
My Bonnie lies over the sea.
My Bonnie lies over the ocean.
Oh bring back my Bonnie to me.”

Of hoe tientallen demente bejaarden erin slaagden mij tranen van ontroering te bezorgen.

h1

Pijpenstelen

24 april 2008

Waarom, als het pijpenstelen regent, op voorhand al vloeken en je humeur pijlsnel zien zakken om vervolgens met voorovergebogen hoofd zo snel mogelijk naar huis te fietsen om aldaar verder te vloeken – zoals de meeste Belgen het doen – als je ook

met opgeheven hoofd en de regen trotserend door die regen kan fietsen. De warme regendruppels kletterend op je huid, je mond open om de regendruppels op te vangen op je tong. Al zingend van siiiinging in the rain naar huis fietsen omdat je weet dat daar toch een dak boven je hoofd en een warme douche wacht?

Verander je ingesteldheid. Begin bij fietstochtjes door de regen.

h1

“Ik meen het”, zegt hij met een brede glimlach.

19 april 2008

13.06 Antwerpen-Centraal. Ik besluit snel even ‘t stad in te wandelen alvorens de trein huiswaarts te nemen. De zon schijnt, de mensen lachen, de pianist die je soms op de Meir spot met zijn oude piano en dito hond is er ook weer – ik word er telkens weer vrolijk van –  de toeristen trekken foto’s, Antwerpen zoemt ende leeft. Ik loop snel de zara binnen, op zoek naar een Tshirt dat ze in Leuven niet meer in mijn maat hadden. Ook hier waren ze uitverkocht, maar toch nog snel hetzelfde Tshirt in een andere kleur meegepikt (dit laatste niet al te letterlijk nemen). Ietwat gehaast loop ik terug richting station om de volgende trein te kunnen nemen.

Ik passeer de panos op de Meir, en aangezien ik die dag nog niets gegeten had besluit ik bij aan te schuiven aan de rij mensen die op hun broodje staan te wachten. Vier jonge, viriele, niet onknappe mannen bedienen de mensen in een hoog tempo. Als het mijn beurt is om te bestellen loopt één van hen mij rats voorbij aan de toog en vraagt aan een paar mensen verderop in de rij wiens beurt het is. Ik ben een beetje gehaast en steek dus mijn hand op om hem terug te roepen. Het komt brutaler over dan het bedoeld is. Ik verontschuldig me minstens twee maal, ook bij het meisje achter mij, maar de jongeman kan er wel mee lachen. “Ik ben je slaafje niet hè”, zegt hij met een schattig accent – ik vermoed dat hij Turks is – en vraagt wat ik moet hebben. “Een Hollandia en een fanta alsjeblieft”, zeg ik hem, me ondertussen nog eens verontschuldigend. Hij konkelfoest wat met zijn makkers en er wordt wat gelachen en gedold. Hij vraagt me zeer beleefd of ik worteltjes/tuinkers/sla op mijn broodje wil. Augurken misschien? Nog iets anders? Of hij nog iets kan doen voor mij? Ik lach en zeg dat het zo in orde is. Hij legt mijn broodje voor me neer en vraagt of ik nog iets wil. “Uhm, ja, die fanta alsjeblieft. En een zakje.” Hij geeft me alles met een grote oprechte glimlach. “Dit is voor jou.” zegt ie.

“Ja, dankjewel. Hoeveel moet ik je?” vraag ik.
“Neenee, jij krijgt dit van mij. Je moet niet betalen.” zegt de jongeman.
“Maar nee, kom op, ik betaal gewoon mijn broodje natuurlijk. Hoeveel moet ik je?” vraag ik.
“Nee, ik sta er op. Je krijgt dit van mij. Ik meen het. Alsjeblieft!” lacht de jongen.
Ik staar hem verbaasd aan en zeg dat dat echt echt echt niet nodig is.
“Nee, alsjeblieft, ik meen het, je krijgt dit.” zegt hij, en hij steekt alles in mijn handen.
En ik, ik bedank hem uitvoerig, en loop lachend langs de rij verbaasde klanten de panos uit.

“Hehehehe, maar zo niet elke keer hoor!”, hoor ik één van zijn collega’s hem nog lachend toeroepen.

Of hoe een mij onbekende jongeman mijn hele dag een flinke oppepper heeft gegeven. En die glimlach die hij mij bezorgd heeft, die plakt nog altijd rond mijn mond.

h1

25 post-its (2)

19 april 2008

Volgend jaar volg ik een cursus (stijl)dansen. Samen met mijn frietvriendje. Kan me niet schelen dat dansen een hype is. Ik wil het ook kunnen. *** Afterworkparty’s worden zeer serieus genomen door mij: zowel de Midweek Soirée after work party’s als de Out of Office party’s hebben geen geheimen meer voor mij. *** Knuffel mij. Nu! *** Sinds een tijdje bel ik mijn ouders zèlf op, en moeten ze me niet meer terugbellen. Ze horen mij dan ook veel minder vaak dan vroeger. Platzak op café ben ik meestal niet. Ik ben niet bang om te trakteren. *** Mijn haren laat ik weer groeien – dus nu trekt het op niet veel. Rode lippenstift heb ik onlangs voor de eerste keer geprobeerd en ik was er weg van. Lakleren schoenen gaat me net iets te ver. *** Ik geef bloed. *** Ik zie thuis zijn als quality time. Nu mijn mama nog. *** Ik speel piano, maar heb er geen van mezelf. Moet mijn ouders nog overtuigen dat de piano thuis veel beter bij mij zou staan dan bij hen. Ukulele moet èn wil ik nog leren spelen. *** Ik durf geen knopen door te hakken. Ik loop verloren tussen de mogelijke beslissingen die genomen kunnen worden. *** Die reeks onenightstands moet ik proberen, al denk ik niet dat het iets voor mij is. Ik word veel te snel verliefd. *** Ik wil al heel lang eens babbelen met de oude grijze dakloze dame die in het station van Brussel-Centraal vlak bij die wafel- en pizzakraam zit. En dan trakteer ik haar op pizza. *** Ik heb gefeest in Miami, Miami Beach, New York. En nog steeds het gevoel veel te weinig van de wereld gezien te hebben. Hoe meer je ziet, hoe meer je wilt zien. *** Ik ga minder uit dan vroeger, maar ik geniet er meer van. Vrijdagavond is MIJN avond. *** Collector’s items kosten me te veel. Tweedehands spullen vind ik veel aantrekkelijker. *** Ik ben al lang fan van Everybody is free to wear sunscreen van Baz Luhrman. *** Dit is trouwens ook heel intrigerend. *** Parijs is mooi, Leuven is schitterend en Antwerpen is fantastisch. Ik houd van de plek waar ik woon. *** Ik bezoek mijn oma veel vaker nu ze in het rusthuis zit. *** Mijn vrienden zijn fantastisch en ik zie ze allemaal even graag. *** Ik moet impulsiever zijn. Nog meer. Passie. Snel. Beslissingen. Leven. Ik ben niét naar het optreden van Stephen Lynch in Amsterdam geweest enkele weken geleden. Ik had moeten gaan. *** Ik luister niet naar de flauwekul van anderen. Ik maak zelf mijn lijstjes.

h1

25 post-its (1)

18 april 2008

Naar aanleiding van 25 jaar weekend knack heeft de jongste garde van de redactie een nummer ineen gestoken. Een fantastisch nummer, dat ik, twentysomething zijnde, van voor naar achter in één ruk heb uitgelezen. En laat me nu zo vrij zijn de 25 post-its voor 25-jarigen hier te herhalen, voorzien met wat commentaar. Het gaat over 25 dingen (ik heb er maar 24 geteld, maar goed, dat euveltje zien we over het hoofd) die je voor je 25ste gedaan moet hebben. De lijst is opgesteld door Elke Lahousse.

Overweeg een cursus stijldansen. Het eerste huwelijksfeest met ontiegelijk grote dansvloer loert om de hoek. *** Het wordt – zachtjesaan – tijd om afterworkparty’s serieus te nemen. *** Bedenk dat chemische schoonmaakproducten je vruchtbaarheid kunnen aantasten. Schakel over op biologische varianten. *** Tijd om lichamelijker te worden. Pak je vrienden en familie vaker vast. Een schouderklopje, een aai over de bol. Groepsknuffel! *** Leer een nieuwe taal en ga met die verworen kennis op reis. Ter voorbereiding plakt je huis vol post-its met interessante formuleringen in die taal. De reis zelf: op je eentje.

Gedaan met één keer laten rinkelen op de GSM van je ouders, zodat ze terugbellen. Het is niet langer acceptabel nooit belkrediet te hebben. Hetzelfde geldt voor platzak zijn op café. *** Ga voor een metamorfose. Meet je een echt kapsel aan. Experimenteer met rode lippenstift of lakleren schoenpunten. Leer knipogen zoals Jude Law dat doet. *** Geef bloed. *** Ontdek je ouders als bewust gekozen gesprekspartners en niet enkel als toevallige tafelgenoten. Gij zult niet langer gehaast zijn als gij naar hun huis wederkeert. It’s quality time. *** Haal een piano in huis. Je enthousiasme is nog groot genoeg om het spelen snel in de vingers te krijgen en partituren kunnen lezen is niet langer een must. Youtube wel. Zoektermen: “How to play” + “on piano”. Van Justin Timberlake, Damien Rice tot the Beatles. Sing along! Dit werkt ook met een ukulele.

Van meer ernstige aard: ontken niet langer maar kom uit voor wat je al lang denkt. In dezelfde lijn: hak knopen door. *** Of wat dacht je van een experiment zo nu en dan: zeg overal ‘ja’ op, zoek uit wat een reeks onenightstands met je doet, praat met daklozen, bereken hoever je kan reizen met je door het werk betaalde tankkaart, begroet vreemden op straat, vier spring break met Amerikaanse universiteitsstudenten op populaire bestemmingen als Miami Beach (Florida) of Cancùn (Mexico). Mislukt er eentje, dan bedenk je een nieuwe. *** Vraag je af waarom feestjes zo laat beginnen. Voortaan ben je er als een kippetje bij. Zelfs grootmoe weet dat de uren vòòr middernacht dubbel tellen. *** Zet je in als vrijwilliger. In eigen land (kinderen helpen met huiswerk), of een natuurproject in de jungle van Bolivia.

Verveling zal onze generatie niet klein krijgen! Maak zelf dingen: schilderijen, wortelcake, schrijf brieven op een tweedehands gekochte typmachine, kweek aardbeien en frambozen of ontdek de creatieve verlossing die Guerilla art kan brengen (check de “100 ideas” op www.kerismith.com). *** Investeer in collector’s items en schaf je eerste designstoelen/ontwerpersjasje/vinylplaten aan. Ga naar een veiling. *** Lees de grote filosofen. *** Hou het cultureel erfgoed in stand. *** Leer de lyrics van de hit Everybody is free to wear sunscreen van Baz Luhrman vanbuiten. *** Goed, de franse lichtstad is romantisch. Maar ontdekte je al de goede kanten van je geboortestreek? *** Ga voor de titel van lievelingskleinkind. Breng je grootouders elke week soep, ga samen naar de markt, leg uit wat chatten is.

Vraag je af of de mensen waarmee je je omringt het beste in je naar boven halen. *** Trein naar Engeland als je die voetbalmatch wil bijwonen en blijf drie dagen hangen. Vlieg naar New York om te shoppen en lees een boek in Central Park. Roadtrip naar Barcelona voor dat zomerfestival en leg onderweg de barbecue aan op verlaten plekken. First we take Manhattan, then we take Berlin. *** Zie de wereld. ***Vertel je vrienden waar je hen dankbaar voor bent. Spreek, schrijf of zing het uit, vandaag nog. En laat die digitale foto’s uit je studentenjaren ontwikkelen. *** Gij zult niet verkommeren door eenzaamheid: richt een club op. Een zaalvoetbalploeg, leesclub, naai- of playstationteam. Kom regelmatig samen in iemands keuken om de agenda te bespreken. De gastheer of -vrouw zorg voor spijs en drank. *** Luister niet naar flauwekul van anderen. Maak zelf een lijstje en stel je prioriteiten.

h1

Wat…

13 april 2008

…ik mij afvraag:

* Of het programma van Wim Helsen opgezet spel is. De gasten lijken me af en toe te acteren. Ik zou op één of andere manier op mijn tenen getrapt zijn moest ik te weten komen dat het inderdaad allemaal geënsceneerd is. Misschien moet ik mezelf maar eens inschrijven en het testen.

*Wat er in godsnaam met Sterren op de dansvloer gebeurd is. Gisteren nestelde ik me in de zetel met een maxiglas cola en het miezerige restje chips dat ik achterin de kast nog had gevonden om naar – wat ik dacht – een dansprogramma te kijken. Maar nee, na 50 minuten gezever hebben er welgeteld 2 koppels gedansd. De rest stond daar gewoon mooi te wezen in hun kleren. In de eerste reeks danste iedereen zijn ding, werd er gekozen, en de slechtste viel eruit. Tegenwoordig moet je blijkbaar al op woensdag èn vrijdag kijken om wat gedans te zien. Uitmelkerij? Hallo!

ik leuk vind:

* Een onverwacht mailtje van iemand, om je te vertellen dat hij je blog graag leest. Zonder meer. Kort en duidelijk. Een antwoord verwacht ie zelfs niet, het opgegeven emailadres bestond overduidelijk niet. Maar toch, bij deze, bedankt voor die glimlach op mijn lippen.

* Voor de eerste keer 16 km lopen. Beseffen dat je’t kunt. Beseffen dat je volgende week op de 10 mijl in Antwerpen de finish wel degelijk zal halen.

* De douche achteraf.

…ik minder leuk vind:

* Thuis vertrekken om te lopen en meteen een ijskoude hageldouche over je heen krijgen.

*Het feit dat ik 1 uur en 48 minuten deed over die 16 km. En nu ben ik bang dat de finish al weggehaald zal zijn tegen dat ik aankom op de Antwerp 10 miles.

h1

De dagen dat er geen morgen zijn.

9 april 2008

En dan ga je uit. Het is vrijdagavond, dus je weet dat je ’s anderendaags nergens heen moet, althans niet op een ontiegelijk vroeg uur. Dan bestaat alleen vanavond en hier-en-nu en momenteel.

Met een maat naar een film gaan die je al heel lang heel graag wou zien. Hartelijk lachen omdat het één van die goeie oervlaamse down to earth verhalen is. Aanrijding in Moscou, een aanrader.

Iets gaan drinken met diezelfde maat in het caféetje waar je zo graag zit. Waar ze altijd goeie muziek draaien, waar ze schone mensen hebben, waar het slechte bier ruimschoots goedgemaakt wordt door de gezelligheid, vriendelijkheid en de schone momenten die ge er al beleefd hebt.

Naar Entreprise gaan omdat uwen maat honger gekregen heeft. Tapas eten, cocktails (ik) of leffe (hij) drinken. Lachen en babbelen. Een smske krijgen van een andere vriend of dat ge ook naar het verjaardagsfeestje van nog een andere maat gaat, diezelfde avond in de rector.

Vervolgens naar de rector trekken alwaar ge maat numero één voorstelt aan een hoop andere makkers, oud-kotgenoten, oud-klasgenoten, neven en een buitenlands meiske dat ge eerder die week nog maar voor de eerste keer tegen waart gekomen. Zelf uw gratis pinten mogen tappen en uitdelen. Lachen, dansen, foto’s nemen. De jarige drie kussen geven en al de rest ook, gewoon omdat ge ze graag hebt en ge ze al te lang niet meer gezien hebt. Samen herinneringen ophalen en lachen om de fratsen die ge vroeger samen uithaalde.

Maat numero één bij de arm nemen en hem meesleuren naar de feestafsluiter bij uitstek, de 7 oaks. Jeneverkes en cola drinken. Dansen alsof den duvel in u zit, op de tenen staan van andere mensen en lachen naar elkaar omdat ge ondanks alles wat ge samen in het verleden hebt meegemaakt nog steeds als gewone goeie maten met elkaar kunt staan dansen en lachen.

Naar huis vertrekken maar onderweg tegengehouden worden door een paar verjaardagfeestmaten die ge toevallig op de oude markt opnieuw tegenkomt. De kebabzaak mee binnengetrokken worden alwaar ze een cola in uw pollen stoppen en ge moet toekijken hoe ze een kebab naar binnen werken ‘tegen de kleine honger’. Terwijl ge naar uw etende makker kijkt een smske krijgen van diezelfde kerel die u eerst mee naar het verjaardagsfeest vroeg toen ge rustig uw tapa’s aan het opeten waart, uren en uren geleden. Of ge niet nog héél efkes een laatste iets mee gaat drinken met hen allemaal in de Karrément. Ondertussen een smske krijgen van hem. Of ge op stap zijt in Leuven.

Naar de Karrément, maat numero één nog steeds aan uwen arm. Een laatste pint drinken. Iedereen van het verjaardagsfeestje terugzien en nog meer plezier maken. Plots een bekend gezicht zien opduiken voor uwe neus. Een zoen krijgen die niet toevallig meer op je mond dan op je wang belandt. Maar wegens het bier in je bloed en het dansen in je voeten en de vrolijkheid in je hoofd vind je’t niet erg en plant je er één terug. Beseffen dat je hart groot genoeg is om toch nog een klein stukje voor hem gereserveerd te houden, ook al is het overgrote deel van datzelfde hart tegenwoordig ingepalmd door iemand anders.

Naar je kot vertrekken, mensen dag zoenen en knuffelen. Je ventje die je toefluistert dat hij jaloers is als hij hoort dat maat numero één op je kot zal overnachten. Hem een laatste keer in de ogen kijken terwijl je je al half omdraait en nog snel die laatste zoen op zijn zachte lippen drukken. Naar buiten wandelen met numero één aan je zijde, al lachend (ik) en boerend (hij) – of was het andersom – naar je kot wandelen.

Een knuffel in het donker, slaapzacht zeggen en in een diepe, diepe slaap vallen. Alsof er geen morgen is.

h1

Mijn neus. Verkracht.

6 april 2008

Mijn neus werd deze week verkracht. Meermaals.

Donderdagavond verliet ik na een lange werkdag het labo. Ik liep door het ziekenhuis, smachtend naar een beetje frisse lucht. Ik keek er naar uit om op mijn fiets naar huis te rijden, de wind in mijn gezicht, de zon op mijn snoet, de lente voelend op mijn wangen.

Ik was gehaast en liep dus wat sneller. Voor mij liep er een werkman, in dezelfde richting. Langzaam maar zeker naderde ik hem. En plots zat ik er midden in. In zijn tothierriekjemij-aura. De koffie die hij tijdens zijn pauzes had gedronken, de tientallen sigaretten die hij die dag gerookt had. Zijn haar dat in klitten aaneen hing met als bindmiddel het opgestapelde vet van enkele dagen. Het zweet dat gedurende de dag zijn poriën uitgeperst werd. Alles kwam samen en vormde één grote wolk. Die wolk van stank nestelde zich in mijn neus. Mijn neus steigerde, ik werd op slag bleek en bleef eventjes staan. Tot hij uit mijn neusveld verdwenen was. Maar het kwaad was al geschied. De stank had zich in mijn neus genesteld en bleef daar zitten.

Ik haaste me naar buiten, smachtend naar wat frisse lucht. Van zodra ik de deuren van het ziekenhuis opengooide – nu ja, in feite gooide ik niets open wegens schuifdeuren – en haalde diep, diep adem. En ademde ik de dikke, vette, vers uitgeblazen sigarettenrook van de vrouw voor mij in. Hip. Hoi.

Snel wandelde ik verder, langs het pad om naar de fietsenrekken te gaan. Ik ademde diep uit - de werkmansgeur en de sigarettenrook uit mijn neus verdrijvend – en terug in. Aaaaaaahhh, frisse lucht. Eindelijk. Tot een zeer aparte, en zeer onaangename geur mijn neus weer binnendreef. Bleken dat de gele bloemen die daar overal gepland zijn STINKEN. Bloemen. Stinken. Dat zou toch niet mogen?! Wie zet er nu ook stinkbloemen neer. Maar nee, heel die area wordt daar overheerst door die stank die van die bloemen afkomt. Kutbloemen*. Ondertussen was niet enkel mijn neus aan het steigeren, maar mijn gemoedstoestand ook. Mijn humeur dreigde pijlsnel naar beneden te gaan.

In de buurt van de fietsenrekken zijn ze aan het werken. Een nieuwe parking wordt er aangelegd. Met de nodige modder tot gevolg. Modder, geen erg, daar lopen we wel om heen, desnoods er door. Zo moeilijk ben ik niet. Maar deze modder stonk naar kak. Naar kak. Vraag me niet hoe het komt, maar die modder. Stonk. Naar. Kak. Kakmodder*.

Tenslotte zat ik op mijn fiets en fietste ik naar huis. De wind deed een wanhopige poging al die stank uit mijn neus te verdrijven en was daar net zo goed als in geslaagd toen ik op het kruispunt aan de ring aan kwam. Waar het al enkele dagen stinkt. Zonder aanleiding. Geen zwetende werkmannen, rokende vrouwen, gele kutbloemen of kakmoder in de buurt. En toch stinken. Je zou er voor minder de moed door verliezen.

Ik stak het kruispunt over, kwam thuis, deed ramen en deuren dicht, haalde alle mogelijke kaarsen en geurkaarsen en home fragrance oils boven en veranderde mijn kot in een mekka van bodyshopoliegeuren (clementine en tobacco flower rulen) tot ik er hoofdpijn van kreeg.

* Sorry voor de vieze woorden.

h1

Potteke zand.

2 april 2008

Ik voel mij gelijk een potteke zand. Zo’n glazen potteke met gekleurd zand in. Je weet wel, zo’n pottekes die je vroeger wel eens maakte tijdens het knutseluurtje op school. Eerst het zand kleuren met krijtjes. Vervolgens het zand voorzichtig overbrengen in dat potteke. Een mooi afgestreken laagje rood zand onderaan, daarop een laagje blauw zand, een laagje groen en tenslotte geel. Alles zorgvuldig afgestreken zodat een mooi kleurenpatroon verschijnt.

Dat potteke stond al een tijdje te staan. Voorbijgangers keken ernaar, bewonderden de vrolijke kleurtjes, raakten af en toe dat zand voorzichtig aan – zonder de kleuren doorheen te mengen evenwel. En toen kwam jij bij dat potteke staan. Je roerde erin en gooide alles door elkaar. In eerste instantie werden schitterende patronen gevormd. Het blauw, groen, geel en rood vormden fantastische lijnen, heel dynamisch en vrolijk. Maar je bleef er in roeren en alles in de war gooien. En toen wandelde je verder, op naar het volgende potteke. Nietsvermoedend liet je dit potje achter. Alle kleuren gereduceerd tot een dof grijs. Niets blijft nog over van het vrolijke rood, het mooie blauw, het frisse groen en geel. Alles teruggebracht tot één saaie kleur.

Breng mijn kleur terug, alsjeblieft.