Archief voor juni 2008

h1

Over de zoo en negerkes.

28 juni 2008

Als ge over iets schrijft lijkt het altijd vele interessanter, boeiender en spannender dan wanneer ge er niet over schrijft. Ik kan naar de zoo gaan en er niet over schrijven en na drie weken halvelings vergeten dat ik naar de zoo geweest ben en ‘ach ja, da’s waar, dat heb ik ook gedaan’ denken als iemand over een rondleiding in de zoo vertelt. Om het dan binnen een jaar helemaal vergeten te zijn en te denken dat het weer minstens tien jaar geleden is dat ik nog in de zoo geweest ben.

Maar ik kan er ook over schrijven en zeggen hoe fijn het voelde om om drie uur ’s middags zonnestralen op mijn snoet te voelen, omdat ik om drie uur ’s middags normaal gezien nooit zonnestralen op mijn gezicht voel aangezien ik dan aan het werk ben maar die dag toen niet – we hadden een user day in de zoo van één of andere firma waar we vaak producten van kopen in het labo. En ik voelde niet zomaar de zonnestralen op mijn snoet maar ik voelde ze terwijl er links van mij een panter liep en rechts een paar okapi’s naar mij stonden te kijken wat het geheel eens zo absurd en leuk maakte.

Na de verplichte lezingen kregen we dus die rondleiding in de zoo en we mochten een slang vasthouden en ik heb een tarantula van heel erg dichtbij gezien maar niet aangeraakt, dat mocht niet – vele mensen zijn blijkbaar allergisch aan de haren op de poten van die spinnen - wat ik eigenlijk wel jammer vond. Niet zozeer omdat ik ècht eens een tarantula wil vasthouden dan wel omdat ik graag zou willen kunnen zèggen dat ik ooit eens een tarantula heb vastgehouden. Nu kan ik enkel zeggen dat ik zo’n spin van héél erg dichtbij heb mogen bekijken, zonder glas tussen, maar toch, het is een stuk minder cool dan kunnen zeggen dat je zo’n beestje hebt vastgehouden.

We namen de trein een uur later terug naar huis na die user day zodat we nog één keer de toer konden doen, voorbij de apen, panters, nachtdieren, leeuwen, jaguars, olifanten en giraffen. Die laatsten hadden besloten net op dat moment binnen te staan, maar dat maakte niet uit, het gevoel dat er zich op dat eigenste moment op een kleine tien meter afstand van jou echt levende giraffen stonden maakte ook al veel goed.

En wisten jullie dat vroeger – toen de zoo nog een echte tuin was waar je enkel op uitnodiging binnen mocht – een rijk iemand ooit een negerke kado gedaan heeft aan de zoo? In de beginjaren liep hij als curiositeit rond in de zoo en later werd hij portier en uiteindelijk mocht hij de vogelkes verzorgen. Hij trouwde met een meisje uit Boom en leefde nog lang en gelukkig. Ge moogt daar niet mee lachen en al – ge moogt tegenwoordig nooit lachen met verhalen over kleurlingen – maar stiekem vond ik dat verhaal toch hilarisch. Mijn lach werd minder stiekem toen de begeleider vertelde dat ze dezer dagen geen negerkes meer hebben rondlopen in de zoo omdat ge tegenwoordig meer negerkes buiten de zoo dan in de zoo vindt. Hoe hij dat zo ongecompliceerd vertelde, zonder een greintje sarcasme of racisme, dat maakte het alleen maar mooier. Ge zou er spontaan alle negerkes in Antwerpen van beginnen knuffelen.

h1

Je wordt wakker – bis.

26 juni 2008

Je wordt wakker na een nacht heerlijk slapen en soest nog even na. Als je wekker voor de 3de keer afgaat besluit je dat het nu toch echt wel tijd is om richting labo te vertrekken. In het labo ben je blij als die dag eindelijk iets lukt wat je voordien nog nooit gelukt is. Je collega’s zijn goedgezind en er wordt gegrapt en gelachen.

Rond kwart voor vier krijg je een telefoontje van je maatje in Gent. Hij heeft twee vergaderingen die avond, maar tussendoor heeft hij zeker tijd genoeg om samen te gaan eten, weet hij je te vertellen. Je hebt alles net op tijd klaar in het labo en vertrekt richting station. Je neemt plaats in de trein en verdiept je in je boek. Voor je’t weet ben je in Gent, alwaar je de tram naar de korenmarkt neemt.

Je stapt af en geniet van het zonnetje terwijl je je weg zoekt. “Je vindt het wel”, zegt hij aan de telefoon, “de brug over en dan is het dat witte gebouw.” Drie bruggen en acht witte gebouwen later heb je’t gevonden. Zijn kantoor, waar hij werkt. Het meest begerenswaardig appartement in heel Gent. Door de immens grote poort stap je naar binnen, stiekem hopend dat iedereen die zich op dat moment op de Graslei bevindt het gezien heeft. Dat jij daar naar binnen wandelt, daar waar iedereen naar binnen zou willen wandelen.

Je komt in een zodanig grote inkomhal dat je voetstappen hol klinken, en je begeeft je naar de bovenste – de bovenste! – verdieping. Een korte rondleiding later nestel je je op het dakterras inclusief fantastisch uitzicht, met je maatje en een glas witte wijn. Uitkijkend over de Korenlei babbel je honderduit en geniet je van de zon en van elkaars gezelschap.

Even later ga je weer naar beneden en kies je een restaurantje uit. Een porto, een glas rode wijn en een salade met geitenkaas later is het tijd om afscheid te nemen. Hij stelt voor je even met de auto terug naar het station te rijden waar je dankbaar op in gaat.

Eenmaal terug in Leuven rijd je de zomerse nacht in, over de oude markt richting thuis. Op de oude markt heerst er een zomerse sfeer en het gonst en zoemt van studenten die hun vakantie inluiden. Je geniet van je stad.

Wanneer je in je bed ligt besef je dat dit de dag was zoals je hem vorige week wou. En je bent gelukkig.

h1

Je wordt wakker.

18 juni 2008

Je wordt wakker naast een fijn gezicht en het eerste wat dat gezicht je vraagt is of hij je die avond opnieuw mag zien. Je hart maakt een klein, klein sprongetje van vreugde en zo nonchalant mogelijk zeg je dat het in orde is maar dat je eerst nog met een goede vriend van je hebt afgesproken in Gent. Een vleugje jaloezie weerspiegelt zich in zijn ogen dat je voorzichtig wegkust. “Maar wanneer ik terug ben zal ik naar je toe komen.”

Je vertrekt naar het labo en werkt het experiment af dat je daags tevoren begonnen bent. Wanneer je in de namiddag de laatste stappen van je experiment uitvoert blijkt dat je schitterende resultaten gehaald hebt. Wat een opluchting na een experiment van langer dan een dag. Het is nog maar 16.00 en je hebt dus tijd genoeg om je trein naar Gent te halen. Je passeert langs je kot alwaar je je even opfrist, een vleugje make-up aanbrengt, leuke schoentjes aantrekt en die zwarte parelketting om je hals hangt. Je ziet er wel leuk uit, vind je zelf.

Je vertrekt naar het station en zoekt een rustig plekje op de trein uit. Je leest in je boek en voor je’t weet kom je aan in Gent. Je vertrekt naar je maatje en zoekt samen een fijn terrasje om de avond in te wijden. De zon doet zijn best, alles voelt zomers aan. Na een aperitiefje ga je op zoek naar een leuk restaurantje om aldaar gezellig samen te dineren. Hij neemt een vleesschotel, jij een salade. Ligt het aan het gezelschap, aan de wijn of aan het eten, geen idee, maar de tijd vliegt voorbij. Even later wandel je alweer verder, langs de graslei, in de allerlaatste straaltjes zon. Je wandelt langs het water en babbelt honderduit. En voor je’t weet is het tijd om naar huis te gaan.

Eenmaal terug in Leuven stuur je gauw een berichtje aan de man met wie je de dag begonnen bent en met wie je hem ook wilt eindigen. Je gaat naar je kot en een half uurtje later open je breed glimlachend de deur voor je allerbeste maatje die minstens even breed glimlachend aan de andere kant van de deur op jou staat te wachten.

 

Zo is het _niet_ gegaan. Wat een kutdag.

 

Je wordt wakker naast een fijn gezicht en het eerste wat dat gezicht je vraagt is of hij je die avond opnieuw mag zien. Je hart maakt een klein, klein sprongetje van vreugde en zo nonchalant mogelijk zeg je dat het in orde is maar dat je eerst nog met een goede vriend van je hebt afgesproken in Gent. Een vleugje jaloezie weerspiegelt zich in zijn ogen dat je voorzichtig wegkust. “Maar wanneer ik terug ben zal ik naar je toe komen.”

Tot zover de mooie dag.

Wanneer je op het labo aankomt blijkt dat net die persoon die je nodig hebt voor je experiment er vandaag niet te zijn. Dan maar zonder. Je zoekt iemand anders die het toestel dat je nodig hebt ook kent. Je werkt je experiment af, maar om 16.30 blijkt dat je _niks_ geen resultaten haalt. Blanco. Noppes, nada. Je weet absoluut niet wat er fout gelopen is, je weet enkel dat binnen een uur je trein naar Gent vertrekt. Maar de stalen die je gebruikt hebt voor je experiment zijn tè belangrijk om alles zomaar in de vuilbak te kieperen. Je probeert dus nog eens, een laatste wanhoopsdaad om te zien of het je dan wel lukt. Een uur later blijkt dat dat niet het geval is.

De trein naar Gent is ondertussen heel erg hard onderweg naar zijn eindbestemming, en vooral heel erg hard zonder jou. Nu ja. Dan maar niet naar Gent. Je besluit te gaan zwemmen. Je vraagt iemand anders mee. Die je weet te vertellen dat het zwembad maar tot 19.00 open is op woensdag. Een lichte vloek ligt op je lippen.

Dan maar naar huis. Alwaar je een berichtje stuurt naar diegene met wie je de dag begonnen bent om te zeggen dat je planning eigenlijk helemaal in duigen ligt en dat hij mag komen als hij wilt. Om vervolgens een uur lang naar je gsm te liggen staren die veel en veel te stil blijft.

h1

Over Girl Geek Dinners en Ronny Solly’s (2)

14 juni 2008

Kathleen en ik doen mee aan een wedstrijd om een Sony Rolly te winnen.

Deel 1 vind je hier.
Deel 2 vind je hier.
Deel 3 vind je hier.
Deel 4 vind je hier.

 

h1

Over Girl Geek Dinners en Ronny Solly’s

13 juni 2008

Op de vorige Girl Geek Dinner – een etentje voor vrouwelijke nerds zoals u en ik (en alle vrouwen die hier komen lezen en weten wat een blog is beschouw ik als nerds, u moest eens weten hoeveel mensen hun wenkbrauwen optrekken en het bijhorende ‘huh?’ uitstoten als je het woord blog in de mond neemt) werd een heel erg leuk speeltje verloot. De Sony Rolly.

Je moest een blogpost wijden aan het kleinood en een link plaatsen naar deze website. Bij deze.

Maar, we leven in een harde wereld en krijgen niets voor niets. Voor niets gaat enkel de zon op en zelfs dat is niet zeker dezer dagen. En daarom hebben Kathleen (ja, dat meisje waarmee ik ga samenwonen) en ik iets speciaals gemaakt. Klik hier voor deel 1 en deel 2. Deel 3 en 4 zitten er ook aan te komen. Geniet ervan, lach met ons en laat vervolgens weten dat ook u vindt dat zo’n schattig hebbedingetje niet in ons huis mag ontbreken!

h1

En ik die dacht dat ik liefdesverdriet had.

11 juni 2008

Het begint me duidelijk te worden waarom mijn hoofd zo zwaar en leeg voelde de laatste tijd. En ik die dacht dat ik liefdesverdriet had en twijfelde over vanalles en nog wat en niet wist welke jongen ze nu ook al weer graag zag. Niks van dat alles! Ziek! Ziek! Dat ben ik. Hoofdpijn, moe, hoesten, warm, koud. Ha! Ziet u wel dat ik een sterke meid ben – en dat dat hoofd van mij dus niets met al die jongens te maken had. Mentaal sterk dan toch. Fysiek momenteel net iets minder. 500 meter fietsen en mijn benen voelen als lood. Twee trappen omhoog en ik zweet gelijk nen otter. Een halve dag werken en ik snak naar mijn bed. Maar goed. Jezus deed de lamme weer lopen, de blinde weer zien en de dove weer horen. Dan zal hij de zieke wel genezen ook, nietwaar?

h1

Mijn film, mijn hoofdrol.

6 juni 2008

Onlangs vertelde iemand me dat je de hoofdrol in je eigen leven moet spelen. Ze had gelijk. En ik besefte dat 2 personages er langzaam maar zeker in geslaagd zijn om de rol van protagonist over te nemen. Maar ‘t zal niet langer waar zijn zulle, dacht ik, en ik besloot te hoofdrollen zoals ik nog nooit gehoofdrold heb.

Ik begon mijn eigen speelfilm met tandenpoetsen. Zodat ik met een tandpastaglimlach zou kunnen teruglachen naar het leven, dat me ongetwijfeld binnen onafzienbare tijd weer zou toelachen. En ik keek naar inspirerende lezingen en riep naar het computerscherm dat hij gelijk had verdomme, dat het waar was wat hij zei. Dat ge uw dromen moet najagen en dat ge een klein klein beetje egoïstisch moogt zijn op dat vlak. En ik zong van Make your own kind of music en Girls just wanna have fun op de fiets. En ik zei ja toen iemand vroeg om met een hoop mensen die ik ken en nog een hoper mensen die ik niét ken mee te gaan eten vanavond. En ik zei ja toen hij vroeg of ik mee naar een singlesonly fuif wou gaan – ook al stond de jongen die de hoofdrol ingepikt heeft van voorgaande berichtjes daar ietwat wantrouwig tegenover. Maar: ‘t is mijn film en dus ga ik vanavond lekker gaan eten en dansen en film zien en cocktails drinken en salsa dansen. Alles tegelijk of één voor één. We zien wel. Ik kies.

h1

De regen komt.

2 juni 2008

De lucht is donker en zwaarbeladen. Veel te vol. Alsof hij mijn gemoedstoestand weerspiegelt.

Mensen snellen zich voort. Ze voelen de regen die eraan zit te komen. Ze haasten zich en lopen snel verder. Ze willen ergens zijn, voor de regen komt. Mensen zijn gejaagd. Onrustig. Spoken in hun hoofd. Aangekondigd door regen die nu nog in de verte hangt, maar angstaanjagend snel dichterbij komt.

Spoken in mijn hoofd. Ik die onrustig ben. Mijn gedachten die heen en weer schieten. Ik die niet weet wat ik wil. Onrustig, gejaagd. Aangekondig door de regen. Wanneer de eerste dikke vette druppels op mijn voorhoofd neervallen voel ik me opgelucht. Een fikske regenbui, dat is wat ik, en de wereld, nu nodig heb. Alles eruit gooien. Alle water. Alle regen, alle tranen. Om daarna met een schone lei opnieuw te beginnen. Bliksem en donder, kortsluiting in de wereld en kortsluiting in mijn hoofd.

Het kind dat voor me uit loopt steekt zijn handje uit om de regendruppels op te vangen. Zijn moeder ergert zich, trekt aan zijn hand en snauwt dat hij moet voortmaken. Ik wou dat ik mijn regendruppels met kinderlijke onschuld kon opvangen.