Archief voor augustus 2008

h1

Geachte

26 augustus 2008

Hello Dear,

My name is Mrs.stella luz taborda; I am a dying woman who has decided to
donate what I have to you/church. I am 59 years old and I was diagnosed for
cancer for about 2 years ago immediately after the death of my husband who
has left me everything he worked for and because the doctors told me I
will not live longer than some weeks because of my health idecided to
WILL/donate the sum of $2 500 000 Two million five hundred thousand
dollars to you for the good work of humanity and also to help the
motherless and less privilege and also for the assistance of the widows.
I wish you all the best and may the good Lord bless you abundantly and
please use the funds well and always extend the good work to others.

Here is the Contact information of my Attorney below:
Orbin Law Firm
Abogado De Justicia
Calle Embajadores,106.2,Madrid,Spain
Notario & Tribunal
Sr Pedro Antonio
Phone/Fax:+34 634 112 385
Email:abogadoantioped@aim.com

and tell him that I have WILLED $2 500 000.00
to you and I have also notified him. I know I don’t know you but I have
been directed to do this. Thanks and God bless.

NB: I will appreciate your utmost confidentiality in this matter until the
task is accomplished as i don’t want anything that will jeopardize my last
wish.
From Mrs.stella luz taborda.

________________________

Beste Mrs. Stell luz Taborda,

Het spijt me te horen dat u zo ziek bent. En het moet al helemaal geen pretje geweest zijn om zo’n diagnose te horen te krijgen vlak na de dood van uw man. Wat een pech toch. Het leven is niet eerlijk, is het niet? Men zou er zowaar verbitterd en moedeloos van worden. Maar u niet! U blijft sterk. U beslist zelfs naar een notaris te stappen om het geërfde geld aan de Kerk te schenken! Of aan een goed doel! Of aan mij! Of ben ìk het goede doel? Nou, dat vind ik wel heel erg mooi van u.

Maar weet U, het is niet nodig. Ik ben gelukkig zo. Ook zonder uw $ 2 500 000. Die mooie schoentjes die ik zo graag wou heb ik twee weken geleden gekocht. Ik heb er net een hele mooie reis op zitten. Ik heb het liefste liefje van de wereld. En dat leuke zomerkleedje dat ik zag is ook verhuisd van zijn etalage naar mijn kleerkast. Ik heb zelfs deze week 100 euro gewonnen, zomaar.

Dus houd jij maar mooi je 2 500 000 dollar bij en gebruik hem voor chemo. Of alternatieve geneeskunde. Of om mooie schoentjes mee te kopen. Een mens mag zichzelf al eens verwennen als hij op sterven ligt.

veel beterschap,
hoogachtend,

Lime

h1

En plots wordt alles donker voor mijn ogen.

25 augustus 2008

We babbelen. Een beetje eng vind ik het. Hij lacht en probeert me met zijn mooie bruine ogen gerust te stellen. Plots is er water. Water, overal. Zachtjes worden we vooruit getrokken. Mijn hartslag versnelt. We praten verder, maar een eng geluid komt steeds dichterbij tot we elkaar bijna niet meer verstaan. Nog meer water. En plots wordt alles donker voor mij ogen.

Een kleine minuut later zie ik overal zwepen. Ze slaan om ons heen, links, rechts, boven. Ik kijk rond me en schuif wat dichter naar hem. Hopelijk merkt hij niet dat ik het enger vind dan ik hem vertel. Maar we komen er door. Traag meer zeker. Heelhuids. En zien we terug daglicht.

Mijn eerste keer in een carwash.

h1

Achteraf is het makkelijk praten

20 augustus 2008

Ik kan haar niet helpen.

Ik maak grapjes en babbel met haar en maak CD’s met vrolijke liedjes op en probeer haar te doen lachen. Ze lacht dan wel, maar diep vanbinnen blijft ze huilen, ik voel het en zie het in haar ogen. Ik kan haar niet helpen omdat de reden waarom ik gelukkig ben ook de reden is waarom zij gelukkig was, maar nu niet meer.

Hij heeft het gedaan gemaakt.

Omdat ze twijfelde, omdat hij twijfelde. Nu heeft ze spijt maar spijt komt altijd te laat, dat weet iedereen.

En ik probeer haar in te laten zien dat die twijfel misschien wel gegrond was, dat het misschien niet de man van haar leven was, dat als er twijfel is van in het begin, er iets niet klopt. Ik vertel haar dat alles in orde komt, ooit. Dat ze een juiste jongen voor haar zal vinden. Dat ze lief is en mooi en grappig, en dat alles op zijn pootjes terecht zal komen. Maar ze haat deze woorden. En ik begrijp het, ik haatte ze ook als iemand me dat vertelde enkele weken geleden. Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten.

Misschien moet ze er gewoon door, door dit verdriet. En tot dan blijf ik grapjes maken en praat ik met haar en maak ik vrolijke CD’s en probeer ik haar te doen lachen.

h1

Duizend kusjes

14 augustus 2008

Ik kan er niet over zwijgen, ik weet het, ik babbel er misschien wel te veel over. Maar weet je, dat mag, zeker die eerste weken en zeker als je zo blij bent. Want gelukkigheid mag gedeeld worden met de wereld. En in mijne kop zit momenteel niet veel meer dan ongeloofwaardigheid en verliefdheid. Alle andere mooie kleine gelukkige momenten bestaan nog, zeker weten, maar het geluk dat ik daardoor voel verbleekt bij het geluk dat hij mij geeft.

En ik geloof het nog steeds niet.

Ik kijk verbaasd achterom en rondom mij maar hij staat er, hij staat er echt. Zelfs wanneer ik mijn handen kiekeboegewijs voor mijn ogen sla en dan terug piep, hij is er nog steeds. Ik pits mijn ogen dicht en denk heel hard van ik moét aan het dromen zijn, maar neen hoor, hij is echt. Echt en heel echt van mij.

Af en toe kan ik het niet laten en bijt ik hard in zijn schouder zodat mijn tanden erin staan. Hij lacht dan en zegt au en vindt het niet fijn maar ik vertel hem dat het sterker is dan mezelf, dat ik hem af en toe pijn moet doen en hem au moet horen zeggen opdat ik zou geloven dat hij echt is.

Soms vertelt hij mij dat hij mij graag ziet en dan zeg ik hem dat ik hem ook graag zie en dan kijk ik diep in zijn ogen. Vier minuten later zeg ik dan opnieuw dat ik hem graag zie omdat ik geen andere woorden vind omdat mijn hoofd vol liefde zit en er geen plaats meer is voor volzinnen en nieuwe woorden.

Ik ben gek op hem en hij is gek op mij en we lachen met elkaar en met onszelf. We spelen gezelschapsspelletjes midden in de nacht, we drinken schuimwijn uit de fles op een bankje in het park. Ik leer hem hoe hij zijn tanden passioneel moet poetsen – je zet je voeten een eindje uit elkaar stevig op de grond, je buigt je benen een beetje, gaat voorover staan en poetst zo hard als je kan – , hij leert mij al boerend heelder zinnen zeggen. Ik geef hem een roze tandenborstel en hij geeft mij duizend kusjes. De roze tandenborstel mag hij houden, de duizend kusjes geef ik terug. Ik leer hem een kaartspelletje en kan er niet tegen als hij de eerste keer tegen mij wint. Hij geeft op wanneer ik de volgende keren blijf winnen. “Wakker worden naast jou is hemels”, zegt hij, en hij krijgt van mij twee punten. We geven elkaar punten telkens we iets meligs zeggen. Hij komt mijn kamer binnen geslopen terwijl ik mijn haar aan het drogen ben en neemt me bij mijn middel vast waardoor ik een gilletje slaak van het schrikken en me vliegensvlug omdraai om daarna al lachend een zoen op zijn mond te plaatsen. En nog een en nog een en nog een. Duizend kusjes, zoveel krijgt hij er. En als ik aan het duizendste ben aangekomen, beginnen we weer van voor af aan.

h1

Wanneer

12 augustus 2008

Wanneer je hand in hand over straat wandelt, honderduit vertellend over vanalles en niets. In een lege straat duwt hij je zachtjes maar zelfverzekerd tegen de bakstenen muur waar je voorbij wandelt en plaatst een zoen op je mond en geeft je een dikke knuffel terwijl hij een zachte zucht slaakt.

Wanneer je samen iets gaat eten in een gezellig restaurantje. Je hebt alle tijd van de wereld, de ganse avond is van jullie en van jullie alleen. Het eten smaakt overheerlijk, de bediening is vriendelijk en vrolijk. Je hebt niets te vieren en toch vier je al, want ’s anderendaags is het je verjaardag. Alleen op de wereld. Alleen met z’n tweeën op de wereld.

Wanneer je ’s avonds laat thuiskomt en hij je een kaart geeft. Een verjaardagskaart die hij in Alaska al had zien staan en had gekocht, omdat wat erop staat zo goed bij jullie tweeën past.

Wanneer je begint te lachen als je het kado ziet wat hij je geeft. Nog voor je’t uitpakt weet je wat erin zit. Onderuit. Het spel dat je altijd al wou hebben maar nooit hebt gekregen van je ouders, hoe vaak je’t ook vroeg. En hij heeft dat onthouden. En gekocht. Voor jou.

Wanneer je midden in de nacht op bed ligt, ingewikkeld in lakens, met tussen je in Onderuit. het is veel te laat en je moet slapen want je moet beiden ’s ochtends vroeg weer gaan werken. Maar dat maakt niet uit. Wanneer hij je net laat winnen, omdat het je verjaardag is.

Wanneer hij ’s ochtends vroeg drie kwartier nadat hij veel te vroeg naar zijn werk vertrokken is, terug in je slaapkamer staat, doorweekt. Je begrijpt er niets van. “Ik heb nog een verrassing voor je”, fluistert hij.

Wanneer blijkt dat hij in de gietende regen voor je naar de bakker is geweest, op zoek naar koffiekoeken. En hij een gigantische ontbijtmand meeheeft die op je stond te wachten in zijn auto. Wanneer je hem over zijn natte haren wrijft en hem dicht tegen je aantrekt, zijn natte Tshirt tegen jouw pyjama. Wanneer je hem vertelt dat dat allemaal niet nodig was en hij antwoordt dat een verliefde mens zotte dingen doet. Wanneer je hem niet meer wilt loslaten. Wanneer hij jou niet meer wil loslaten en je duizend kleine kusjes geeft.

Dan besef je dat je iemand gevonden hebt bij wie je met geen woorden kunt beschrijven wat je voor hem voelt…

h1

Op trot.

6 augustus 2008

Voor je’t weet ben je met hem op trot. Van jouw thuis waar die avond enkel je tante en je neefje van 7 en nichtje van 5 aanwezig zijn. “Met wie was jij aan het bellen?”, vraagt je neefje als je vriendje je ’s avonds rond een uur of 21.00 belt om te zeggen dat hij binnen een uurtje voor de deur zal staan. Hem vertellen dat het je allerallerbeste vriend was aan de telefoon. “Maar jij bent ook mijn dikke vriend hoor!” zeggen als hij sip kijkt en hem over zijn blonde bolleke wrijven.

’s Ochtends vroeg gewekt worden door datzelfde neefje dat met veel kabaal je slaapkamerdeur opentrekt, je kamer binnen rent en op je bed springt. Voor hij of jijzelf iets kan zeggen schrikt hij en vliegt hij terug naar buiten. Wist niet dat die allerallerbeste vriend bleef slapen. Maar wanneer ze een uurtje later beiden aan het legoën zijn en druk discussiëren over helikopters weet je dat je neefje je het vergeven heeft en er zelf ook een nieuwd vriendje bij heeft.

Naar Antwerpen alwaar zijn ouders toevallig ook rondlopen. Ze ontmoeten, een vriendelijke handdruk, een glimlach, een grapje. Samen iets gaan eten. Rondlopen in ‘t stad, zijn ouders vooraan, wij achteraan. Glimlachen en genieten van het warme gevoel van zijn hand in jouw hand.

’s Anderendaags met de trein richting zijn thuis vertrekken. Zijn ouders die vragen of je zin hebt om mee naar de zee te trekken. Je bent er totaal niet op gekleed maar hebt er wel zin in. Je ruilt je hakschoentjes in voor sportschoenen van zijn vader die drie maten te groot zijn en bovenop je kleedje trek je een oude blauwe regenjas aan die tot op je knieën komt. Je ziet er niet uit. Maar hij kijkt naar je en lacht en trekt je naar zich toe en geeft je een dikke zoen op je mond. En je straalt.

h1

souvenir

5 augustus 2008

“Mama, ik heb eigenlijk wèl een souvenir uit Alaska meegebracht.” zei ik, een uurtje nadat ze sip reageerde toen ik haar verteld had dat ik niets had meegebracht.“Het weegt ongeveer 65 kg en heet [naam].”

Haar ogen begonnen te blinken en ze was blij, voor mij maar ook voor zichzelf. Is dat voorhuwelijkssparen toch niet voor niets geweest, hoorde ik ze denken.

“Papa, ik heb eigenlijk wèl een souvenir uit Alaska meegebracht”, zei ik, een kwartiertje nadat ik het mama verteld had, “het weegt ongeveer 65 kg en heet [naam].”

Een schaapachtige blik. Vragende ogen. Gefrons en een gezicht dat één en al ongeloofwaardigheid uitstraalt.

“Hoezo? Heb jij een diér meegebracht?”

h1

Over Emmy en Pierre.

4 augustus 2008

Twee jaar woonde ik op het kot waarvan ik nu net mijn eigen buren ben geworden. Naast mijn 7 kotgenootjes woonden er ook 2 oudere mensen op de onderste verdieping, Emmy en Pierre. Jaren en jaren en jarenlang hebben ze daar gewoond. De onderste verdieping voor hen, de bovenste kamers voor de studenten. Voor een vriendenprijsje huurden ze die onderste verdieping, in ruil voor het proper houden van de gemeenschappelijke ruimtes voor studenten.

In de beginjaren gingen de studenten wel eens TV kijken bij hen beneden. En mochten ze één keer in de week komen eten. Maar naarmate Emmy en Pierre ouder werden werd het hen teveel en leefden ze eerder een teruggetrokken bestaan. Het kuisen en in orde houden van de gemeenschappelijke ruimtes werd in stilte en onopgemerkt gedaan.

Emmy was gehecht aan ‘haar’ studenten. Ze was bang zonder hen. Bang voor inbrekers, bang voor brand. Ze voelde zich veel veiliger als er boven haar 8 jonge mensen zaten.

Pierre werd verbitterder met de jaren. En deed stoer. Riep dat hij studenten haatte, als hij weer tientallen kranten of weekbladen vond in het toilet. We wisten allemaal dat hij zich daaraan ergerde, toch lieten we ze liggen. Of als het licht in de garage weer maar eens bleef branden. Of als iemand voor de zoveelste keer zijn fiets in de gang binnen zette. Hij riep. Dat hij nooit meer studenten wou. Dat hij ze vervloekte. Maar hoe groot zijn mond ook was, zo klein was zijn hart. Ook hij was aan ons gehecht. Ook hij kon niet zonder studenten. Ik merkte het aan zijn pretoogjes, de manier waarop hij me riep als ik de trap afkwam en hij me toevallig zag. De manier waarop hij honderduit met me babbelde als ik hem tegenkwam. Ik knikte vriendelijk en lachte als hij lachte, want ik verstond niet veel van zijn oud-Leuvense dialect.

Een paar weken geleden zaten we nog met z’n allen beneden bij hen. Emmy en Pierre waren 50 jaar getrouwd. Ze trakteerden met Stella en Chips. Acht stoelen mooi klaargezet rond hun eettafel zaten ze ongeduldig te wachten op de studenten. De rozen die we hen gaven stonden er na drie weken nog, verdord, maar Emmy kon ze niet wegdoen omdat ze er zo blij mee waren. We luisterden naar Pierres verhalen over zijn legertijd, over hem en Emmy, over hem en het huis.

Een tiental weken geleden viel Pierre en brak zijn been. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht, moest geopereerd worden. Heel moeizaam werd hij wakker na die operatie. Sindsdien verging het hem niet goed. Pijlsnel ging hij achteruit. Moest naar intensieve overgebracht worden. Ik kocht hem zonnebloemen en kaarten maar mocht ze niet persoonlijk afgeven, hij was te zwak, vertelden ze me.

Twaalf dagen geleden is hij overleden.

h1

Alaska – bis.

1 augustus 2008

En dan gebeurt daar het meest onverwachte ooit.

Voortdurend in elkaars buurt zijn. Elkaar beter leren kennen. Van maten naar makkers naar vrienden.

En plots beseffen dat je zijn ogen zoekt als je iets wilt vertellen. Beseffen dat je je grapjes voor hem bewaart, hopend dat je die mooie glimlach en dito pretoogjes te voorschijn kan toveren. Beseffen dat je je verhalen voor hem wilt bewaren, wetend dat hij ervan geniet om met je te babbelen. En beseffen dat dit alles wederzijds is. En dat ergens tussen de tenten en de trektochten en de kampvuren door één en één plots twee geworden is. En zelfs meer dan dat.

“Ik wil je niet meer kwijt”, zegt hij op een avond. Je hart springt omhoog.

En dan kom je met een souvenir van ongeveer 65 kg naar huis.