Archief voor september 2008

h1

Over studenten

30 september 2008

Steken van jaloezie voel ik, wanneer ze voorbijrijden. Studenten met nu nog een onwennige blik in hun ogen. Met hun mapje van Leuven in de hand. Of we die en die straat weten liggen. Ze haasten zich naar alle lessen want goede voornemens werden gemaakt. Drinken ’s avonds pinten en gaan dansen, maar staan ’s ochtends ook paraat om hun gloednieuwe cursussen in ontvangst te nemen. Ze schrijven zich in voor workshops, lessen en practica. Staan in de GB aan te schuiven met vlees en groentjes. Bellen iedere week naar mama en papa om te vertellen hoe het is. Noteren braaf notities in hun cursussen, proberen hun nieuwe markeerstiften uit.

Maar de onwennige blik zal in geen tijd veranderen in ogen die blaken van zelfvertrouwen. Cursussen liggen op hun boekenplanken stof te vergaren. Examens zijn nu nog onbestaande. ’s Avonds drinken ze nog meer pinten en gaan ze nog langer dansen, om ’s ochtends de lessen te skippen.  In de GB enkel pizza’s in hun mandje en de frituurbaas kent hen bij naam. ’s Nachts worden er kebabkes gestoken. Afsluitende feestjes in verschillende café’s. Jongens versieren meisjes, meisjes dansen te uitdagend. Kussen in de menigte. Wanhopig namen proberen te onthouden. ’s Ochtends met een houten kop naar de verplichte practica.

En ik mis het allemaal stiekem wel een beetje.

h1

Gezegd, gehoord

24 september 2008

Gezegd:
+ Ik zie je graag.
+ Verkoopt u ook verse kruiden?
+ Mogen we dan komen twisteren bij u?
+ Durf jij?
+ Ik heb mijn talenknobbel nog altijd niet gevonden.
+ Ben je boos?
+ Iedereen hier is aan het Ramadannen.

Gehoord:
+ Ik zie je graag.
+ Komt ge mij dan bezoeken?
+ Goe bezig, mie.
+ Ik ga nog even iets meligs zeggen.
+ Ge moet mij wel nog graag zien hè.
+ Ik doe wat ik wil.

h1

Paranoia

22 september 2008

“Is er iets mis?”
“Nee hoor, er is niets.”
“Ben je kwaad op mij?”
“Maar neen, tuurlijk niet.”
“Ben je zeker dat er niets mis is?”
“Ja hoor, er is niets”
“Zeker?”
“JA GODVERDOMME IK BEN NIET KWAAD EN ER IS NIKS MIS.”

Paranoïde, dat ben ik. Compleet en volledig paranoïde.

Sinds een week of drie ben ik ervan overtuigd dat alles en iedereen kwaad is op mij. Ik vraag constant bevestiging, aan alles en iedereen. Van zodra iemand me geen “hè goedemorgen, lieve lime, hoe gààt het met je? Fijn weekend gehad?” geeft ben ik bang dat er iets schort. Ook al is het maandagmorgen en is ‘grmbbbl’ de standaard ochtengroet bij iedereen – inclusief mezelf.

Van zodra iemand niet naar mij glimlacht terwijl hij/zij naar mij kijkt begint het te malen in mijn hoofd. ‘Waarover hebben we het laatst gesproken? Heb ik toen iets mis gezegd? Heb ik iets mis gedaan? Zie ik iets over het hoofd?’.

Gefluister hoor ik, achter mijn rug, buiten mijn gezichts- en gehoorveld. Ook al is het er niet. Schichtig kijk ik om me heen, geruisloos probeer ik door het leven te gaan. Bang om mensen voor de voet te lopen of iets verkeerds te doen.

En vermoeiend dat dat is, dat malen en denken en piekeren in mijn hoofd.

h1

Kermis

13 september 2008

“AAAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHHH”, riep ik, veel te luid.
“AAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHHHH”, riep mijn maat naast mij.

“Ik ga niet roepen hoor”, zegt hij op voorhand. “Ik gil heel erg hard”, zeg ik. “Sorry dat ik riep als een meisje”, zegt hij als we terug op de begane grond staan. “Dat is niet erg”, zeg ik, “ik gil ook als een meisje.”

We zaten in de ‘High Energy’, dè kermisattractie in Leuven. Twee armen van 18 meter, en maar draaien en rongezwierd worden en ondersteboven hangen en vliegen. Alleen al voor het uitzicht wanneer je boven komt zou je’t moeten doen. Daarna met de bibber in de benen (“Gaat het?” – “Ja hoor, met jou?” – “Ja hoor.”) en met de rest van je maten over de rest van de kermis rondslenteren. Met z’n allen schieten in een schietkraam. Er niet tegen kunnen dat iedereen meer buisjes afschiet dan jijzelf. Het op je lenzen steken (maar ze zaten echt niet goed). Toch een hoop punten bijeen scharen en samenleggen voor een spel.

Smoutebollen. Smoutebollen! Het hoogtepunt van de kermis. Onder de poedersuiker zitten. Nog meer onder de poedersuiker zitten als je je mond wilt afvegen met een serviette waar een dikke laag poedersuiker aanhing zonder dat je’t zag. Lachen, babbelen, plezier maken.

Maten. Makkers. Vrienden.

h1

Een vrije dag.

10 september 2008

“Hmmm. Dat had je wel even kunnen opzoeken, niet?”, zegt hij als ik me beteuterd naar hem omdraai.

We staan voor het Museum voor Schone Kunsten. Dat heel erg gesloten is. Het was maandag. En ik begreep er niets van. Ik ging ervan uit dat musea altijd open waren, behalve op kerstavond. En misschien met nieuwjaar.

Maar dan nam hij mijn hand en leidde me naar plekjes waar ik nog nooit geweest was. Eerst naar manneke pis om het grootste gat in mijn cultuur te dichten. Ja, ik ben 24 en ja, ik had manneke pis nog nooit in levende lijve gezien. Iets om je over te schamen, eigenlijk, en hoogstwaarschijnlijk. Edoch, ik ben er zeker van dat er hier in België heel wat mensen rondlopen die ‘heh, eigenlijk is dat wel waar’ – gewijs manneke pis nog niet gezien hebben. Geeft u maar toe!

Daarna naar de Nieuwstraat, Rue des Bouchers, de koninginnegalerij, om te eindigen in het Warandepark. Tegendraads doen door Luikse wafels te eten in Brussel. Kijken naar de rijken en diegenen die doen alsof ze rijk zijn. Discussiëren over het nut en onnut van een Delvauxhandtas. Rondlopen in het centrum tot je voeten er pijn van doen. Op een bankje in het park toekijken hoe een bende scholieren hun schoenen uitdoet en in de fontein springt. Je vleien in het zonnetje. Toekijken hoe mannen in pak van en naar hun werk hollen. Genieten van je vrije dag.

Citytrip in het eigen land, en door het zonnetje het gevoel hebben dat je er echt even tussenuit bent.

h1

Over woestijnvis en volgende levens

7 september 2008

Jaren en jaren en jaren geleden stuurde ik eens een mail naar woestijnvis. Of ik alsjeblieft bij hen mocht komen werken. In de vakantie. Ik moest er wel met de trein kunnen geraken, want autorijden was nog niet aan de orde op die leeftijd. Uren had ik gewerkt aan die mail.

Enkele dagen later kreeg ik een vriendelijke mail terug. Dat ze jammer genoeg geen vakantiejobs hadden voor mij. Dat je er wel stage kon volgen, onbezoldigd. Ik nam het woordenboek en zocht onbezoldigd op.

Jaren en jaren en jaren later denk ik nog af en toe terug aan die mail. Hoe die mail heelder dromen en andere – volgende? – levens omvat. Dan droom ik weg, en zit ik aan tafel met Jan Eelen, Bart de Pauw, Tom Lenaerts, en alle anderen. Dan maak ik reportages en bedenk nieuwe dingen. Dan monteer ik beelden en muziek op zodanige wijze dat ook ik mensen kan ontroeren. Dan werk ik mee aan fantastische dingen. Dan maak ik tv.

Maar dit zijn dromen waarvan ik weet dat ze nooit zullen uitkomen. Meer nog, dit zijn dromen waarvan ik weet dat ik er niets aan zal doen om ze te kunnen doen uitkomen. Dit zijn dromen voor in een volgend leven.

En daarbij, is dit ook niet zo’n beetje iedereens droom? Eén van de jongens van woestijnvis zijn?

h1

Een heel klein beetje bang.

2 september 2008

Ik dacht dat ze op waren, mijn tranen. Ik dacht van mezelf dat ik opgedroogd was, als een klein meertje dat in de zomer slechts barsten in de grond vertoont.

Maar onlangs waren ze daar, met tientallen en honderden tegelijk. Ze rolden uit mijn ogen, over mijn wangen, langs mijn kin recht naar de grond. Kleine beekjes liepen er over mijn gezicht. Hij zat naast me en kon niet veel meer doen dan zijn hand op mijn knie leggen en kleine neepjes in mijn hand geven en zeggen dat alles in orde komt.

Twijfel, overal twijfel. En dat is waar ik zo bang van ben. Niet weten wat je wilt, niet weten wat je moet doen. Beseffen dat nieuwe kansen zich voordoen, maar vooral dat nog veel meer dingen niet meer mogelijk zijn. Als kind ligt je hele leven voor je. Al spelend baan je je een weg naar de puberteit, naar de volwassenheid. En dan kom je aan een kruispunt. De middelbare school. Kiezen. ASO? TSO? Latijn? Wiskunde? Talen? Je slaat een weg in die je blijft volgen. Tot het volgende kruispunt. Universiteit? Hogeschool? Wetenschappen? Talen? Economie? Ingenieur? Niet wetend wat het allemaal juist inhoudt sla je een weg in, die je weer blijft volgen. Tot je weer het volgende kruispunt tegenkomt. Werken? Verder studeren? Doctoreren? En je blijft maar gaan, altijd vooruit. Zo hoort het.

En plots sta je even stil en kijk je achterom. Om te beseffen dat door alle keuzes die je gemaakt hebt en door alle richtingen die je ingeslaan bent, heel wat andere bestemmingen onbereikbaar zijn geworden. En begin je te twijfelen. Hoe zou het daar zijn? Wat als? Wat is er daar te zien? Zou ik?

En word je een heel klein beetje bang.

h1

Een weekend.

1 september 2008

Heel voorzichtig buigt hij zich over mij heen en geeft een zachte, zachte zoen op mijn wang die ik zelfs nu nog voel zinderen op mijn huid. Hij stapt zo stil mogelijk uit bed en loopt naar de badkamer. Ik hoor hem zijn tanden poetsen, stiller dan anders. Hij probeert me niet wakker te maken.

Weer het begin van een nieuwe werkweek, het einde van een weekend.

Van Leuven naar Gent alwaar we op een boot zijn uitgenodigd voor een presentatie van een gloednieuw initiatief met bijhorende receptie. Networking was de bedoeling, maar toch eindigen we weer met z’n tweetjes aan tafel, genietend van de mooie zomeravond, de lekkere wijn en de broodjes. Enkele bloggers glimlachen en excuseren zich als ze ons storen omdat ze iets willen vragen. Maar ik kan er niet aan doen, het mooiste op heel de boot zijn nog steeds zijn ogen, de lippen waar ik aan hang zijn nog steeds de zijne.

’s Avonds laat naar de Belgische kust rijden omdat we een piek voor op een toren naar een huisje moeten brengen. Het voelt alsof ik verantwoordelijk ben voor de ster van de kerstboom, de kers op de taart. Eens afgeleverd maken we een lange strandwandeling onder de sterrenhemel.

’s Ochtends vroeg met de fiets in het zomerzonnetje koffiekoeken gaan halen en buiten in het zonnetje opeten, genietend van de warmte van de zon en van zijn warmte. Een glas vers geperst appelsiensap en een tas thee later merken dat het al veel te laat is en in de auto springen om naar huis te gaan.

Daags nadien lekker lang uitslapen, op het gemak naar de Hollandse kust vertrekken om een paar uur te genieten van de zon. Een wandeling naar het water maken die erg lang duurt – het is eb – en veel te laat en te ver in het water merken dat het vol kwalletjes zit. Al pas oppend terug richting strand waden.

’s Avonds een heerlijke BBQ en wederom genieten van de zon, elkaar, het lekkere eten en het leuke gezelschap van je ouders.

Laat op de avond in elkaars armen in slaap doezelen. Een tweetal uren later wakker worden omdat hij zich over je heen buigt met de woorden ‘ik wil je nog even een knuffel geven’ en de zachtste, liefste en langste knuffel en dito zoen krijgen.

Sommige dingen gaan nooit vervelen.