Archief voor oktober 2008

h1

Ik wil jullie zoveel vertellen.

27 oktober 2008

Ik zou jullie zoveel willen vertellen.

Over hoe ik iets ben gaan drinken met een vriendin die ik al maanden en maanden niet meer had gezien. Hoe ze tranen in haar ogen had toen ze afscheid nam en zei dat we’t nooit meer zo lang mogen rekken voor we elkaar terug zullen zien.

Over hoe Elisabeth aan mijn hand wandelde, en zowaar de volle vier seconden alleen recht bleef staan. Ze wilde vooruit, alleen, zonder hand, maar haar beentjes zeiden nog nee, en met een plof zakte ze terug op de grond. Een prachtmeid, dat is ze. Een prachtmeid.

Over hoe ik af en toe mijn ventje nog terug zie – laten we hem voortaan maar gewoon ventje noemen wegens niet meer van mij – maar hoe diep het nog steeds zit, dat telkens weer gekwetst worden. Ik ben overgelukkig nu, met iemand anders, maar wanneer ik naar hem kijk voel ik het nog steeds, de pijn van vroeger, mijn hart dat meermaals door hem gebroken werd, de angst om door hem verlaten te worden. Raar hoe zo’n gevoelens omgezet worden in je lichaam: vertelt hij me nu dat hij een ander kust, dan gaat mijn hart sneller slaan, nu nog, nog steeds. Ik ben een en al hond van Pavlov als je het mij vraagt.

Over mijn – ondertussen niet meer zo? – nieuwe lief, hoe fantastisch hij is. Dat hij zo vaak 5 euro neertelt, enkel en alleen maar om sneller bij mij te kunnen zijn. En dat voor de enige toltunnel van België. Dat hij zonder mijn medeweten uit zijn auto stapt wanneer hij mij aan het station afgezet heeft, op weg naar een nieuwe werkdag, en mij achterna rent voor nog een allerlaatste zoen. Tot hij bij zichzelf zegt ‘doe niet belachelijk, kruip terug je auto in’, en weer instapt. Ik heb het nooit geweten tot weken nadien.

Over mijn mama, hoe graag ze mijn vriendje heeft. Ze koopt cola voor hem – èchte – omdat ze weet dat hij dat graag drinkt. Hoe ze sloffen voor hem klaar zet als ze weet dat hij komt. Dat ze me al lachend – maar stiekem bedoelt ze het wel serieus – vertelt dat ze hoopt dat hij haar later ‘ma’ zal noemen, “zoals ik oma toch ook ma noem” vermeldt ze er bij.

Over hoe’n deugd het deed, mijn hartsvriendin weer eens in mijn armen te kunnen sluiten. ’s Avonds laat beiden in de zetel onder een donsdeken in slaap vallen. Terug wakker worden en haar over haar wang wrijven. Zien hoe ze er zelf ook van geniet nog eens een avond met jou te spenderen.

Over mijn oma, dat ze gevallen is en haar heup gebroken heeft. Ze is een beetje in de war. Begrijpt niet waarom ze in een rolstoel zit. Als we haar vertellen dat ze geopereerd geweest is lacht ze en zegt ze ‘ik, geopeerd? Maar nee!’. Ze heeft pijn, maar ze weet het zelf niet meer.

Over hoe ik twijfel. Over wat ik wil, nu, vandaag, morgen, later. Over wat ik kan en wat ik wil. Over hoe ik zo hard kan piekeren dat ik er niet van in slaap kan vallen. Het enige dat me op zo’n momenten tot rust kan brengen zijn zijn armen. Zijn armen om me heen en zijn ogen waarin ik kan lezen dat alles, ooit, in orde zal komen.

Over hoe ik te weinig tijd heb. Om te lopen, te sporten, te lezen, te schrijven – sorry! – mijn familie te zien, te luieren, muziek te maken, te leven.

h1

Het leven zoals het is.

7 oktober 2008

+ Een gesprek met een Waalse collega: “Iek moet mijn kezondsmiddelen nok nemen. Alle, oe eet dat?” – “Uhm, genotsmiddelen?” – “Nee, nee, kezondsmiddelen!” – “Uhm, sja, genotsmiddelen? Drugs en zo?” – “Nee! Om te kenezen.” – “Aaah! Genéésmiddelen.” – “Ja dat. Iek eb oofdpijn.”

+ Op de trein naar huis een bende zestienjarige meisjes tegenkomen die naar Milk Inc. gingen luisteren. Roze glittertopjes, roze beenwarmers, allemaal dezelfde oorbellen, roze oogschaduw en lippenstift, gouden armbanden en veel lawaai. Ik was al helemaal aan het wegdromen over tienerpartijtjes en blijven slapen en stiekem flessen drank meepikken om samen op te drinken en samen dol doen en plezier maken en veel te hard zingen en dansen tot een “mevrouw?” me uit mijn dromen wekte. “Zou u een foto van ons willen trekken?”. Uiteraard wou ik dat. Maar die ‘mevrouw’ deed me plots heel erg oud voelen.

+ Een collega die je toevertrouwt dat hij al tien jaar lang elk jaar appels gaat plukken aan de verloren appelboom op een open plekje te midden tussen de gebouwen van gasthuisberg. Naar beneden gaan met hem, in de boom klimmen en aan de takken die vol hangen met blozende rode appels schudden en met handen vol appels terug naar je bureau keren.

+ Je liefje die meer dan 100 km rijdt omdat hij voelt dat je hem nodig hebt. Al enkele dagen gaat het minder goed, donkere dagen vol regen en somberheid en tranen die niet willen doorbreken of net wel. Maandagavond les hebben tot 22.20. Na de les heel even langsgaan bij een maat wanneer je liefje je opbelt en na wat gekeuvel laat vallen dat hij eigenlijk vanuit jouw zetel naar je aan het bellen is. Drie keer vragen of het ècht waar is, vervolgens in zeven haasten op je fiets springen, dahaaag! roepend naar je maat. Zo snel fietsen dat je zelfs alle auto’s voorbij steekt, 2 rode lichten negeren om na enkele minuten thuis te komen, je zak op de grond te gooien en jezelf in zijn armen – hij zat daar echt. Je zweet en je hebt het warm en je stinkt en je hebt je jas nog aan, maar het maakt allemaal niet uit, je hebt hem vast en hij jou.

“Ik kon je nu toch niet alleen laten”, zegt hij, en kust me op mijn mond.

+ Een nieuwe uitdaging. Avondschool. Grafische vormgeving. En dat ik er zin in heb.

+ Drinken. Genieten. Slapen. Werken. Fietsen. Luisteren. Ruzie maken. Piekeren. Liefhebben. Huilen. Van geluk, van verdriet. Lachen. Babbelen. Zwijgen.

+ Met je liefje in de zetel liggen en je hoofd in zijn nek verstoppen om toch maar niet die traan te moeten laten zien. Een traan omdat je zo gelukkig bent dat hij daar op dat moment wanneer je hem het hardste nodig hebt bij jou is.