Archief voor november 2008

h1

Onrust

20 november 2008

+ Voelen dat het tijd is voor verandering. Nood hebben aan verandering. Er alles aan doen om die er te laten komen. En wanneer het dan zo ver is bibberen op uw benen van zenuwachtigheid, van angst. Niet weten wat ge wilt doen en nog harder twijfelen. Ik ben een schijtluis.

+ Dingen zeggen als ik zie u graag en ik kan niet zonder u en gij zijt alles voor mij. Dingen horen als ik zie u graag en ik kan niet zonder u en gij zijt het allerbeste liefje. Zo zoet, stroperig, plakkerig. Te melig allemaal maar we vinden het beiden fijn om te zeggen èn om te horen dus we doen lustig verder.

+ Naar Laos? Niet naar Laos? Met lief? Zonder lief? Twee weken? Drie? Vier? Of Ijsland? Met lief plus vriendengroep? Of alleen met lief? Of toch maar zonder lief naar Laos? ‘t is niet gemakkelijk, niet gemakkelijk.

+ Twee kaartjes vanuit Australië. De zon kleefde er nog op. Tegen je wang houden om onrechtstreeks toch een beetje van de gouden gloed op je gezicht te voelen. België is te grijs voor mij. Ik mis Florida.

+ Iemand vertelt me over een koppel dat ze ontmoette. Ze leefden in Parijs maar hadden het daar niet breed. Zwoegen moesten ze doen, om rond te komen, om te overleven. Tot ze het zo beu waren dat ze besloten hun hele hebben en houden te verkopen en de wereld rond te trekken, op zoek naar een plek waar het leuk is om te wonen. Ze zitten in Australië nu. Zo’n verhalen veroorzaken een vreemde soort kriebel in mijn buik. Dan sluit ik mijn ogen en droom weg. Wat als?

+ Ik heb een camera gewonnen! Van Stew. Dankjewel mannen!

+ Ik word de nieuwe Martin Heylen! Met een camera in de hand rondreizen. Door Australië. Laos. Ijsland. Mensen interviewen. Verhalen noteren, vastleggen. Het dagelijkse leven bestuderen. Kleine pijntjes, grote dromen vereeuwigen. Schitterende verhalen! En dan de HA! van Humo winnen.

+ Misschien toch maar beginnen bij de eigen familie. Of zo.

+ Je liefje verjaart. ’s Ochtends een meeneem-ontbijt meegeven. Omdat hij je ook verrast had met een heerlijk ontbijt. Fruitsap, chocomelk, ontbijtkoeken, koffiekoeken, bananen, clementinnen (oh my darling, oh my darling, oh my darling clementine). Ballonnen op bed en slingers aan de muren wanneer hij ’s avonds weer toekomt. Heerlijk gaan eten. Sprankelende wijn (champagne is duuuuur!) en aardbeien (geleerd uit Pretty Woman) op bed. Een kadootje (fotoboek van Alaska – erg geslaagd, al zeg ik het zelf).

+ Je liefje die zwijgt. “Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.”, wanneer hij dit alles ziet. Je zegt dat hij niets moet zeggen en zoent hem op zijn mond.

h1

Over potjes en dekseltjes

16 november 2008

Een tijdje geleden schreef ik over hem. Hoe ik van hem hield. Hoe ik er alles aan deed om hem dat te doen inzien. Maar hoe steviger ik hem vastnam, hoe meer hij mij ontglipte. Ik zag hem graag, zo graag, maar hij was niet van mij. Kon en wou niet van mij zijn. Stelde me teleur. Maar telkens opnieuw vergaf ik het hem en sloot ik hem weer in mijn armen en aaide ik weer door zijn haren en zoende ik hem, op zijn wang, op zijn mond. En hoe vaker ik dat deed, hoe vaker hij mijn hart brak.

Maar plots was hij daar. Kwam ik thuis van een verre reis met niet enkel een hoop mooie foto’s en nieuwe herinneringen, maar ook met iemand aan mijn hand. Een lief. Een echt lief.

En ik sluit hem in mijn armen en aai hem door zijn haren en zoen hem. Maar deze keer hoef ik niet bang te zijn dat hij mij in de steek laat. Dat hij mij achter laat, op zoek naar andere meisjes, andere avonturen, andere passies. Hij blijft bij mij en ziet mij graag. Houdt me vast en woelt me door mijn haren en zoent me. Zegt dat hij mij graag ziet. Nu en straks en morgen. En ik kan met geen woorden beschrijven hoe dat voelt. Hij kijkt me in mijn ogen en ik word rustig. Hij houdt me vast en er moet niets meer gezegd worden. Hij zoent me en alles valt in zijn plooi.

We passen bij elkaar. Vullen elkaar aan. We lachen graag en veel. Hij vindt het niet erg dat ik geen chocomousse lust en ik vind het niet erg dat hij dat wel graag eet. Mijn ochtendhumeur heeft hij nog niet leren kennen want als ik wakker word en het eerste wat ik zie is zijn gezicht dan kan ik niets anders doen dan breed glimlachend aan mijn dag beginnen. Het deert hem niet dat ik zo rusteloos kan zijn en mijn hoofd zo chaotisch. Dat er zoveel gedachten in mijn hoofd rondvliegen dat ik er zelf niet meer aan uit kan en me kwetsbaar en onrustig voel. Dat ik huil zonder dat ik zelf weet waarom juist. Dan neemt hij mij vast en laat me voelen dat alles in orde zal komen.

Er bestaat zo’n spreekwoord over potjes en dekseltjes. Ik ben ervan overtuigd dat er op elk potje meerdere dekseltjes passen. Maar dat eerste dekseltje had in mijn geval een andere kleur dan het potje. Het paste wel, maar het zag er als geheel niet mooi uit en je moest een beetje wringen. Het tweede dekseltje echter heeft niet enkel dezelfde kleur, maar sluit nog eens luchtdicht ook.

Mijn lief is mijn dekseltje.

h1

Over baden en romantiek.

13 november 2008

Ik had nog nooit samen met iemand in bad gezeten. Tot vorige week.

Afgelopen zaterdag vulde iemand niet enkel een groot bad met heerlijk warm water en badschuim speciaal voor mij, maar kroop hij er zelf ook nog eens bij. Mijn rug tegen zijn buik, zijn handen die me omsluiten. Mijn schouders die ingezeept worden, mijn haren die nat worden wanneer ik mijn hoofd tegen zijn borst leg. Romantiek alom, moest het een stripverhaal geweest zijn, de hartjes vlogen in het rond. Hij wreef voorzichtig de haren uit mijn hals en legde zijn hoofd tegen het mijne. Zeepte me zachtjes in. Hield me vast.

En toen lieten we om ter luidst scheten. Hij liet de luidste – maar de mijne duurden langer. Wat ik toch ook al een hele prestatie vond. We creëerden ons eigen bubbel(tjes)bad.

Maar dus, een romantisch bad. We genoten. Handen verstrengelen zich in elkaar. Hij gaf me zoentjes op mijn wang en ik liep een verrekking op toen ik mijn hoofd draaide om hem op zijn mond te zoenen. Hij verzet zich, tegenover mij. We kijken elkaar lang aan. Ik streel zijn benen. Geniet van het warme water en het gezelschap. Mijn vingers worden langzaam maar zeker steeds witter en verrimpelder maar het deert me niet. Zijn ogen en mijn ogen die in elkaar haken. Zijn oogleden die steeds langzamer knipperen. Ik sluit de mijne ook even.

Doe ze terug open.

En zie hoe mijn liefs hoofd helemaal onderuit zakt gevolgd door een luid gesnurk.

h1

Over frituren en fobies

12 november 2008

“Eenkleinfrietjemetzoetzuresauseenbickyburgereneenviandelalstublieft.” fluisterde ik.

Ik ben een beetje bang van luidop eten bestellen. Ik doe dat niet graag. Nooit graag gedaan. In een supermarkt zal ik altijd voorverpakte kaas en voorverpakt kipfilet-met-tuinkruiden kopen, ook al heb ik dan 2 schijven kaas en 4 schijven vlees te veel. Ik bestel het niet graag aan die toog midden in de winkel. Mijn brood koop ik in de GB en ik snijd het zelf. Ook al is brood van de bakker veel lekkerder. Frituren zijn mijn grootste nachtmerrie. Jammer eigenlijk, want ik eet graag frietjes van de frituur. Ik bestel ze enkel niet graag.

Je voélt de mensen denken. “Ha! Die gaat deze middag boterhammen eten. Met jonge kaas!” als ik mijn kaas luidop bestel. Of “Amai, die bestelt gewoonweg frieten èn een Bicky Burger”, als ik mijn vaste bestelling doorgeef in de frituur. Ogen zijn op mij gericht, iedereen luistert wegens niets anders te doen en ik word er ongemakkelijk van.

Dus stuur ik altijd iemand anders naar de frituur.

Maar deze avond was ik alleen. Ik had lang gewerkt in het labo. Het was donker en laat toen ik buiten kwam. Ik had geen zin om te koken. Ik had zin in frietjes. Die ik dus zelf moest gaan halen. Daarbij had ik gròte honger, en vond ik dat ik mezelf mocht trakteren op nog een ander stuk vlees. Iets wat ik nooit nam, lekker exotisch. Een viandel. (Achteraf bleek het toch niet zo exotisch te zijn: het leek mij een gewone ordinaire, maar mishandelde, curryworst.)

“Eenkleinfrietjemetzoetzuresauseenbickyburgereneenviandelalstublieft.” fluisterde ik dus.

“EEN KLEIN FRIETJE OF EEN GROOT?” vraagt de man achter de toog.

“Een kleintje alstublieft”, fluister ik.

“MOET DE SAUS IN EEN BAKJE OF OP DE FRIETEN?”

“Op de frietjes alstublieft.” zeg ik, net luid genoeg opdat de man het zou horen.

“EEN GEWONE BICKY BURGER TOCH HE?”

“Ja”, zeg ik. Ik begin me een beetje ongemakkelijk te voelen. Iedereen staart naar mij. Ik ben er zeker van.

“EN WAT MOEST JE DAN NOG HEBBEN? EEN CURRYWORST?”

“Nee, een viandel alstublieft.” zeg ik bedeesd. Alles jeukt, mijn hoofd voelt rood aan. Nu weet de ganse frituur dat ik niet enkel een frietjes eet, maar ook een bicky burger èn een viandel. Ik ben er zeker van dat iedereens ogen nu op mijn buik rusten.

“MOET ER ZOUT OP DE FRIETEN?”

“Nee.”

Ik begin lichtelijk geambeteerd te worden en de gedachte om de frituur te verlaten zonder frieten en bicky burger en zonder viandel speelt in mijn hoofd.

Uiteindelijk krijg ik alles mee – MOET GE NOG EEN ZAKSKE HEBBEN? – en fiets ik naar huis. Alwaar ik mijn avondeten voor me uitstal en in alle rust, eenzaamheid en stilte eindelijk mijn KLEIN FRIETJE MET ZOETZURE SAUS MAAR ZONDER ZOUT EN BICKY BURGER EN VIANDEL kan opeten.

h1

Arrogante zak!

4 november 2008

“Godverdomme! Blijf daaraf! Gij met uw losse pollen altijd!” roept de dame links van mij. “Arrogante zak!!” gilt de dame rechts van mij. “‘t Is toch waar hè, ze doen niets anders dan trappen geven en trekken en stampen en duwen. Dat hij eens fluit.” “Maja madam, ‘t is elke keer ‘t zelfde, en ze mogen alles altijd doen hè, ‘t is toch niet te geloven zeker!” zetten ze hun conversatie voort met elkaar. Ik sta tussen hen in en zwijg.

Mijn vriendje speelt voetbal.

En zijn ma, de dame rechts van mij, is nogal, uhm, enthousiast.

Een nette dame, vriendelijke en beleefd. Zo heb ik haar leren kennen. Maar van zodra haar zoon op het veld staat verandert ze in een hevige furie. Roepen en tieren en dat-mogen-ze-niet-doen en ja-maar-zie-eens-hoe-de-tegenstander-veel-meer-mag-doen-dan-hen en ‘t-is-toch-waar-hè. En ik durf haar geen ongelijk geven.

Ikzelf kom niet verder dan een “oooh” (als de tegenstander een goal maakt) en “jaaaaah” (als zij een goal maken). Ik ken er niet veel van, maar geef haar voluit gelijk als mijn liefs moeder me vol overtuiging zegt dat dat ze toch echt wel buitenspel stonden. Buitenspel ken ik echt wel, echt wel, ik kan het alleen zo moeilijk uitleggen. Maar dat ik altijd dacht dat off-side iets anders was dan buitenspel zwijgen we stil.

Ik kijk verschrikt op als mijn lief een harde trap krijgt en naar mijn goesting iets te lang op de grond blijft liggen. “Hij heeft pijn!” denk ik, en ik wil het veld oplopen om hem recht te helpen en zoentjes te geven en te troosten. Maar wanneer ik hem na de match vraagt of het gaat lacht hij, “Liefje, ‘t is voetbal, dàt was niets hoor.” “Maar heb je gezien hoe de ander er een gele kaart door gekregen heeft?”, glundert hij. En hij is er nog trots op ook.

Mannen blijven toch kleine kinders. En hun moeders soms ook een beetje.