Archief voor april 2009

h1

Maar nu ben ik een beetje moe.

30 april 2009

Terwijl Leuven een heuse beveiligde burcht werd met afzettingen waar niemand door geraakte en politiemannen op de fiets/paard/auto/helikopter/motor iedereen en alles tegenhield (het werd bijna grappig) voelde ik mij zo vrij als een vogeltje. De zon scheen – letterlijk en figuurlijk – ik was vrolijk, iedereen leek vrolijk. Deze keer deed ik mee met de lente. Mensen gaven me complimentjes, kadootjes kwamen uit een onverwachte hoek, iemand bedankte me uitvoerig omdat ik haar uit de nood geholpen had. Dat was graag gedaan en niet eens zo’n grote moeite voor mij, maar haar dankbaarheid was des te groter en maakte mijn hele dag goed.

Ik at pizza casa di mama – èchte handgemaakte door de mama – daar kan dr Oetker toch nog steeds een puntje aan zuigen! En de dag erop kookte ik voor haar. En voor de broer, de papa en het liefje. Mama vond het lekker en mijn lief beloofde mij een mooie grote keuken later als ik altijd zo zou koken. We sliepen in de zon in de hangmat en waren te lui om het flesje cola dat naast ons op de grond lag op te pakken. Ik ging naar een cantus, zoals het hoort eerst frietjes eten met de makkers om vervolgens richting cantus te vertrekken. Het was lang geleden en alles is een beetje anders eens geen student meer, en de ad fundums gingen te snel voor mij maar het was leuk, leuk! Twee dagen later ging ik weer frietjes eten met nog andere makkers – maar zij hadden daar zo zin in! – en daarna gingen we bowlen en kickeren tot ik zo moe was dat ik rechtopstaand in slaap kon vallen.

Omdat te veel frietjes nooit goed zijn voor mijn geweten ging ik drie dagen later sla eten. Caesar salad! Ik had twee recepten opgezocht, een boodschappenlijstje gemaakt en stond aan de ingang van de GB toen ik verbeelding tegenkwam die de volgende dag zou vertrekken naar Finland. Ze had verschrikkelijk veel zin in frietjes zei ze, en vroeg of ik alsjeblieft niet mee wou gaan.

Mijn vlees is zwak.

(Maar de recepten voor de Caesar salad liggen nog steeds klaar!)

Een week geleden zijn vrienden van me bevallen van een prachtig zoontje dat ik zaterdagavond mocht gaan bewonderen tesamen met haar. Zij had gekookt en ik maakte dessert zodat het jonge paar aan niets anders moest denken dan aan dat nieuwe leven. Een nieuwe zomer die voor de deur staat brengt veel nieuw leven, zo bleek, toen eergisteren ook mijn nichtje beviel van een mooie dochter. Gisteren stond ik dan aan een ziekenhuisbed, tussen de trotse ouders, grootouders en peter. De kleine meid ging van hand tot hand tot bij mij (en toen gaf ze over – het was tijd om haar terug in haar bed te leggen). ’s Avonds heerlijk de dag afgesloten met cocktails en vrienden en spelletjes en gebabbel en gelach en – tenslotte – de armen van mijn liefje.

En nu, nu heb ik een beetje hoofdpijn. Straks ga ik dutten.

h1

Het doet u allemaal niets meer, maar ge weet het nog wel.

22 april 2009

Dat is raar. Dat andere mensen u liefgehad hebben. Niet zo lief als uw lief u nu lief heeft, maar toch liever dan iedereen anders op dat moment. En het is raar dat ze dingen weten die enkel uw lief mag weten. Maar omdat ge die anderen ook eens als de liefste der lieven hebt gezien hebt ge dat aan hen ook verteld, die dingen. 

En het is raar als ze zich die dingen nu nog herinneren.

Het is raar als hij jouw voeten vastneemt en masseert, omdat hij nog weet dat gij dat graag hebt. En hij kijkt ervan op als gij weet dat hij liever afhaalchinees eet dan frieten van de frituur. Ge hebt dat onthouden, op één of andere manier. En ge herinnert u nog dat hij gezegd heeft dat jouw lichaam eruit ziet zoals dat van zijn toekomstige vrouw eruit moet zien. Of dat jullie twee fantastisch waren samen. Dat ge een topmeid waart. 

Ge wilt u die dingen allemaal niet meer herinneren – maar ge doet dat wel. En het doet u allemaal niets meer, maar ge weet het nog wel en doordat ge dat nog weet is dat er daar nog wel ergens, in uw hoofd, in zijn hoofd, in jullie hoofden. En dat is raar.

h1

Iedereen ruikt naar de lente.

15 april 2009

Iedereen ruikt naar de lente en iedereen ziet er zo lente uit. Maar ik heb er geen zin in vandaag, in vrolijk zijn en fladderend en genietend van de lente. Het leven is mooi! zei ik gisteren, en dat is ook zo, zeker weten, maar vandaag baal ik gewoon even. Van mezelf.

Zonne-allergie. Dat heb ik. Vol met rode uitslag en bobbels die niet verdwijnen. _Niet_ verdwijnen, that is. Blijf ik uit de zon valt het allemaal nog wel mee, maar eens mijn bescheiden decollete 5 minuten van het zo kostbare gouden zonlicht opgevangen heeft zie ik eruit als iemand met derdegraads brandwonden. En daar baal ik van.

En al die andere ongemakken. U wilt het allemaal niet weten. Droge plekken op mijn benen die steeds weerkeren maar te onnozel zijn om mee naar een dermatoloog te trekken. De aanhechtingsspier (ik heb het ook maar van iemand anders) tussen mijn rechterbeen en mijn heup doet pijn tijdens het lopen. Een chronische blaasonsteking die nooit weg wilt gaan. Vorige keer liet de dokter wederom een urinestaaltje testen. Toen ik hem opbelde voor de resultaten wist hij mij te vertellen – hou u vast – dat ik een blaastonsteking had – ja hallooo!, na duizendachtendertigdachtig blaastonstekingen wéét ik het wel wanneer ik er een heb. Hij vervolgde: “De antibiotica die je neemt helpen daartegen.” Ja mijnheer, die helpen daartegen. Maar van zodra ik er mee stop is’t ook gedaan met al dat gehelp. Geen stap verder stond ik dus. En vandaag is het weer van dattem. Liters water drink ik, liters water. Ik heb me nog nooit zo koe gevoeld.

Spuugzat ben ik het, dat lijf van mij. Iemand ruilen?

h1

Uw talloor niet uitlikken!

14 april 2009

‘t Is 14 april mannekes. 14 april al. De tijd vliegt zoals nooit tevoren, ook al lijkt hij af en toe stil te blijven staan. ‘t Is alweer een dikke vier maanden geleden dat we onze goede voornemens maakten. Dit is 2009! En het glipt door mijn vingers, ik voel het nu al.

‘t Is Zomer. Of Lente, allemaal hetzelfde. Voeldegulliedatook?! Vrijdag een dag verlof genomen, en donderdagavond al naar de zee vertrekken. Heerlijk fietsen, wandelen, lekker gaan eten (héél lekker gaan eten, in het soort restaurant waarbij mijn mama me op voorhand waarschuwt: uw talloor niet uitlekken! Geen boeren laten! Geen scheten! – ik heb haar raad opgevolgd). Maar de wijn was zo goed en de glazen zo groot dat ik misschien toch net iets te luid lachte. Maar da’s niet erg jong, da’s niet erg. Lachen is gezond.

’s Anderendaags heerlijk uitslapen in de armen van de jongen die je nog steeds het liefste ziet van alle jongens in de hele wijde wereld. Hij is zo goed voor mij, zo goed. Hij geeft me vers geperst appelsiensap en koffie en pistolees en hij lacht me niet (meer) uit als ik daar bruine suiker op doe. Hij doet tandpasta op mijn tandenborstel en samen poetsen we onze tanden terwijl we naar elkaar kijken. We trekken onze schoenen aan en roepen daag! en zijn weer weg, naar de zee en het strand en de zon en de mensen en de zeelucht. We wandelen voorbij Het Hotel – Westende (daar is echt niks te zien zulle) en een kunstwerk waarbij we het jammer vonden dat we geen fototoestel mee hadden en voorbij een hondje met een roze frakje aan en een hoop bejaarden die altijd en overal in de weg lopen en  voorbij een hoop appartementen die te koop waren (van 400.000 tot 800.000 euro – haallooo!) tot aan het casino in Middelkerke waar ik hem even vastnam en hem in een trage wals dwong om dan terug te keren.

’s Avonds barbecueden we op een heuse Oklahoma BBQ, en terwijl zijn broer en diens vriendin de tafel zetten en zijn ouders de sla klaarmaakten stonden wij het vlees te bakken en elkander te knuffelen. Ik haalde een glas rode wijn voor hem en eentje voor mij en we klonken op onszelf. Omdat de patatjes in de pan niet snel genoeg bakten op het vuurtje zetten we de ganse pan maar midden op de vlammen. De pan was pikzwart en onmogelijk nog schoon te krijgen maar de patatjes waren overheerlijk en de mama vond het niet eens erg.

En dan heb ik het nog niet over de paaseieren gehad! Paaseieren jong, paaseieren. Ik kan er weer een jaar tegen. Zwarte, bruine, witte, met bollekes, zonder, chocolade eieren, suikereieren. Bij elke hap brood een nog grotere hap uit het paasei. En de eerste beet, dat is altijd de lekkerste. Chocolade smaakt trouwens altijd beter in de vorm van een ei. Pasen vieren aan zee, thuis in de noorderkempen om vervolgens paasmaandag door te brengen in Limburg, tussen de bloesems, bij je familie. Gaan wandelen tussen de peren- appel- en kersenbomen om daarna thuis bij je tante en nonkel de foto’s te bekijken. Lekker eten, leuk gezelschap, een fantastisch stoere neef en nicht en ’s avonds laat terug naar Leuven.

En nog lachen bij de gedachte aan je nichtje van vijf die na het wandelen zeer aandachtig naar jullie twee kijkt en bloedserieus verkondigt:

“Ik denk dat jullie verliefd zijn.”

Het leven is mooi!

h1

De goei dingen van’t leven

3 april 2009

+ De lente in je lijf. De lente in je benen. Elke week uren lopen, steeds dezelfde paden, af en toe uitwijken naar iets nieuws. Groene bomen, heerlijke geurende bossen. Zonlicht dat door het bladerdak naar beneden stort, in duizenden verschillende stralen. Merken dat het langer licht blijft. En warm. Korte broek aan. Zon op je armen en blote benen. Bij het douchen merken dat heel lichtjes, maar zeker, je horloge in je arm gebrand staat. De zomer komt eraan, de zomer komt eraan.

+ Angstzweet, zenuwen, nachtmerries, maar daarna alleen maar opluchting omdat je een presentatie gegeven hebt voor je  doctoraatscommissie en te horen kreeg dat je een ‘validated candidate for finishing your PhD’ bent. Hoezee! roepen we dan, en we draaien een rondje rond onze as.

+ Maten die in de late namiddag smsjes sturen “Ik kan u aanraden uw werk te laten vallen voor vandaag en u onmiddellijk te begeven naar de oude markt om van het goei leven te genieten!” Omdat je net die presentatie geven hebt mag je van jezelf, en twintig minuten later zit je met een pint voor je neus in het zonnetje op je eerste terrasje van dit jaar. En je maten vinden het niet erg dat het angstzweet en de zenuwen nog in je kleren zitten omdat ze vooral de opluchting op je gezicht zien.

+ Vanavond zie ik mijn lief! Maar niet kunnen kiezen of we naar de SM-rechter gaan zien in de cinema of gewoon luilekker in de zetel gaan hangen in het ouderlijke huis. En morgen gaan we hangmathangen in den hof.

+ Deze namiddag heb ik mijn eerste halve dag verlof van het jaar! Ik ga naar de kapper! Om daarna vrolijk fladderend met mijn nieuwe haren en wapperende rokje van de zon te genieten buiten. ‘t Is wel tijd om een zonnebril te kopen.

h1

Dingen die je niemand toewenst.

1 april 2009

+ Erg zin hebben in Choco spritsen maar het pakje niet open krijgen. Gefrustreerd het papier eraf trekken waardoor de kruimels in het rond vliegen.

+ studeren terwijl de eerste echte lente echt in het land is.

+ Opstaan, de zon schijnt. Voor je kleerkast staan maar in de verste verte niets leuks terugvinden dat bij die eerste zon past.

+ de eerste echte rotvlieg van het jaar die je de ganse tijd ambeteert als je aan je computer werkt. Je concentreren op de vlieg met een kwade blik, klaar om de aanval aan te gaan. Half rechtstaand van je stoel, je arm bewegingsloos in de lucht om het beest te vangen. Heel langzaam naar voor leunen en met een vliegensvlugge beweging trachten de vlieg te vangen; Wat uiteraard niet lukt waardoor  het lijkt alsof je wat onnozel in de lucht staat te maaien met je armen. En dan zien dat er een collega achter je in het deurgat geamuseerd stond toe te kijken.

+ Toekomen op je werk, je trui uittrekken. Iedereen gedag zeggen. Op je gemak een tasje koffie halen. Naar het toilet. In de spiegel zien dat je je T-shirt achterstevoren aan hebt.