Archief voor juni 2009

h1

Het leven van een werkmens.

26 juni 2009

En dan nu het gedeelte dat aan mezelf ligt.

Elk jaar opnieuw wordt het juli. En dan zijn ze daar, de studenten die met hordes terug buiten komen. Gepakt en gezakt, op weg naar huis, op weg naar vakantie. Op weg naar vrijheid. Als ge in Leuven werkt en woont komt ge daar niet onderuit. Ge proeft de vakantie op uw tong. Dat hangt in de lucht. Alles ademt vrije tijd uit.

En dat is pijnlijk. Elke keer moet ge u er aan doen herinneren dat gij dat niet hebt, die vakantie. Niet die lange, heerlijke vakantie waarin je ook niéts mag doen. 

Dàt is het moeilijke van de werkende mens. Ik ben daar zeker van dat ge dat wel gewoon wordt, maar ik mis dat nog altijd: niéts, absoluut niets doen in uw verlofdagen. Want hoe ge dat ook draait of keert, als werkende mens neemt ge vakantie om iéts te doen. Altijd. Anders is dat verloren tijd. Ge gaat weg, op reis, of ge werkt in uw kersverse huis, of ge gaat op citytrip, of ge gaat naar de zee. Maar thuis onbeschaamd uitslapen tot 11.30 om u daarna gewoon te verhuizen naar de zetel, nee, dat doet ge niet.

En dat besef, dat ik nooit meer thuis bij de mama en papa zal zitten, met al die vrije tijd rond mij, dat stemt mij een beetje droevig. ’s Ochtends op het gemak ontbijten, wat in de zetel hangen, wachten tot uw ouders thuiskomen om een boterham te eten. ’s Middags wat rondlummelen en bedenken wat je nog allemaal kan doen die dag. Uren voor de computer hangen of buiten in het zonneke liggen. Films kijken wanneer ge daar zin in hebt. ’s Avonds lang opblijven en doen wat ge wilt, omdat ge weet dat ge ’s anderendaags toch niet vroeg moet opstaan; of de dag daarna, en de dag daarna, en de dag daarna… Ik mis dat eigenlijk wel. En zeker als ik elk jaar opnieuw op dat gemis gewezen word als mijn broer en zus hun laatste examen gemaakt hebben en mij vrolijk fladderend komen wijzen op mijn gevangenschap. Gevangen in het leven van een werkmens.

h1

Ik ben blij, echt waar. En een heel heel heel klein beetje droevig.

23 juni 2009

Dus, waarom ik dat hele vorige relaas plots weer oprakelde.

Mijn zuster studeert af.

En mama en papa zijn fier op haar. Terecht, dat mag wel gezegd worden. Ze wordt gepromoveerd tot burgerlijk ingenieur- architect.

(volledige titelvermelding is heel belangrijk, telkens iemand me vroeg wat ze studeerde en ik zei ‘architect’ verbeterde ze me: ‘Nee! Het is wel _bur-ge-lijk in-ge-ni-eur ar-chi-tect_’) 

Volgende week vrijdag heeft ze proclamatie. En mama en papa zijn er al dagen over bezig. Zijzelf ook. Haar ogen blinken en ze is trots en blij en jong en vrolijk en dartel (ze leest mee, vandaar de adjectieven). Haar punten waren in januari heel erg goed, nu gingen de examens ook goed en haar thesis is een prachtwerk (dat moet zelfs ik als evil sister toegeven). Ongetwijfeld grote onscheiding.

En ik gun haar dat! Ze werkte hard en is intelligent en ze heeft een schoon handschrift (dat heeft er niks mee te maken maar mama beweert dat architecten – excuseer, _burgelijk ingenieur_ architecten, mooi moeten kunnen schrijven. Ok dan.) Ik ben dus oprecht blij voor haar dat ze afgestudeerd is en dat ze schone resultaten gehaald heeft.

Maar – en laat me nu maar gewoon – dat doet ook een beetje pijn. Omdat mijn proclamatie één soep was. Omdat ik pissig was en gehuild heb. Omdat mama mij dat altijd kwalijk heeft genomen. Ze heeft me dat één keer gezegd maar ik voel dat nog altijd. Ze wou zo graag pronken met mij, die dag.

Dus ja, ik ben blij voor mijn zus. Echt waar. Maar laat me nu maar gewoon stilletjes in mijn hoekje zitten. Beetje (heel heel heel klein beetje maar) triest zijn omdat zij mij doet denken aan hoe het bij mij (ook) had moeten/kunnen zijn.

h1

Dat zit diep, ja.

22 juni 2009

Ik weet niet goed hoe ik dat wat ik nu wil zeggen, moet zeggen.

Ik heb dat wel vaker, dat ik iets niet uitgelegd krijg. Maar dit is iets èn heel persoonlijks èn heel gevoelig voor sommige anderen. Ik heb er ooit, een drietal jaar geleden, al eens over geschreven (maar dat vind je hier niet meer terug) en heb er toen enkele pijnlijke reacties op gekregen.

Ik wil u eerst en vooral één ding zeggen: het ligt aan mij. Het merendeel van alles ligt aan mij. Een klein beetje ook niet, maar die koeien zijn ondertussen al zo oud dat ge die toch niet meer uit de sloot krijgt. Het deel dat aan mij ligt vertel ik de volgende keer. Dat van die koeien krijgt u nu.

Ok. Dus.

Dat wat één van de mooiste dagen van mijn leven tot dan toe had moeten zijn, is een ramp geworden. De hele dag heb ik gehuild en met rode en betraande ogen rondgelopen. Ik schaam me er nog om. Maar als ik verdrietig ben, huil ik. Daar kan ikzelf ook niks aan doen. (En eigenlijk is dat ook gemakkelijk voor u: maakt ge mij verdrietig, dan ziet ge dat meteen). Mijn proclamatie. 

Na 4 jaar hard werken (dat mag ik wel zeggen, denk ik zo), was daar de grote dag: Het Diploma. Tot ze daadwerkelijk mijn naam afriepen. En daarna, die woorden. ‘Geslaagd met voldoening’. Met voldoening. Net genoeg.

Neen, ik ben geen strever avant la lettre. Evenmin een nerd. Maar ik, die nog nooit een graad had gehaald, wou er toch zo graag ééntje hebben. Niet in het minst omdat dat een vereiste is om te mogen doctoreren. Dus het laatste jaar werkte ik extra hard. Mijn thesis was dik ok; mijn vakken in orde.

Ik zou er nog mee hebben kunnen leven moest het allemaal eerlijk geweest zijn (voelt u het aankomen), maar dat vond ik niet. Ik begon me vragen te stellen bij de KULeuven. Over hoe inconsequent ze wel niet zijn. Hoe ze appelen en peren vergelijken, wat de studierichtingen en faculteiten onderling betreft.

Of hoe verklaar je anders, dat er richtingen zijn waarbij iederéén buist op zijn thesis (wegens tijdstekort) en bijgevolg de ganse klas tweede zit heeft. In andere richtingen daarentegen studeerde in eerste zit niémand af zonder minstens een onderscheiding behaald te hebben. Hoe bij de ene richting mensen die altijd consequent gestudeerd hebben en nooit tweede zit gehad hebben met voldoening afstuderen; terwijl in andere richtingen studenten wiens studiejaren gekenmerkt waren door zware bisjaren en ontelbare herexamens, plots in hun laatste jaar grote onderscheiding haalden. Ik herinner me nog goed die ene bioloog, die in het laatste jaar het verschil tussen ratten en muizen niet kende. Maar wel mooi grote onderscheiding haalde.

Ik vond dat allemaal niet eerlijk.

En diegenen die mij kennen, weten het: ik kan mijn mond niet houden. Dus ik vertelde het aan één van onze proffen. Wat me dwars zat. Weet u wat hij antwoordde? ‘Ja, je hebt gelijk. Maar ik kan daar toch niks aan veranderen.’

Daar kan ik nu eens niet tegen. Zo’n degelijke instelling als de KULeuven zou toch een uniform systeem van quoteren moeten hebben? De punten en graden die je haalt zouden toch een maatstaf moeten zijn om te zien waar je staat? Niet enkel tussen je eigen medestudenten die dezelfde richting volgden, maar ook tussen richtingen – en ja, zelfs faculteiten – onderling? Dat ze daar eens iets aan veranderen, verdomme.

(het zit diep, zelfs na al die jaren nog)

h1

En daarbij, zo’n go-pass kost nu ook weer geen stukken van mensen.

18 juni 2009

Normaal gezien ben ik een heel gemakkelijk mens. Snel content, niet veel nodig. Maar gisteren was ik ècht boos. Dit was de zovéélste keer. Met een go-pass kunnen ze het goed maken.

 

Geachte,

 graag had ik om twee – weliswaar verschillende – redenen klacht neergelegd.

 Zoals steeds vul ik naar behoren mijn go-pass in. Zo ook gisteren, toen ik op woensdag 17 juni 2009 de trein van 17.37 in Leuven richting Oostende nam. Plots stonden we stil na Brussel-Zuid. Een zucht van herkenning en irritatie ontsnapte bij meerdere reizigers. Na tien minuten stil gestaan te hebben verkondigt een conducteur via de intercom in gebrekkig nederlands dat we stilstaan wegens druk treinverkeer. Lijkt me raar te zijn. Naar mijn weten is de NMBS de enige die het verkeer bepaalt op spoorlijnen. Maar goed, lang kan dat niet duren me dunkt. Tot de conducteur na weer tien minuten verkondigt dat we een vertraging van onbepaalde duur hebben. Conducteurs zullen ons meer uitleg komen verschaffen in de coupés zelf. Doch nooit een conducteur gezien. Na nogmaals een half uur te wachten rijden we plots verder. Eens voorbij Brussel-Zuid heet de conducteur ons vrolijk – alsof er nooit iets gebeurd is – welkom op de trein richting Oostende. Met een vertraging van meer dan 45 minuten kom ik aan in Gent St. Pieters.

 Op de site staat vermeldt dat je een compensatie kan vragen voor treinen met een vertraging van meer dan 60 minuten. Hoe grappig. Treinen met een vertraging van meer dan 60 minuten worden over het algemeen afgeschaft wegens de volgende trein die op dat uur vertrekt. Bijgevolg kan je dus ook nooit compensatie vragen voor een langdurige vertraging.

 Een tweede NMBS-favorietje die mijn goesting om met de trein te reizen serieus doet afnemen: de treinen vertrekkende naar alle grote steden vanuit Leuven op vrijdagavond. Ik ga me enkel beperken tot de trein die richting Antwerpen rijdt, omdat dit diegene is die ik het vaakst neem. Over beperken gesproken. “Uitzonderlijk rijdt deze trein met een beperkt aantal coupés. Onze excuses hiervoor.” Deze zin is meer regel dan uitzondering. Studenten zuchten al wanneer ze nog maar horen dat de conducteur iets wilt zeggen. En wederom worden we allemaal als sardienen in een blik vervoerd. Hiervoor betaal ik geen 5 euro. Hiervoor koop ik mij geen treinbiljet.

 Als ik een biljet koop wil ik maar twee dingen: een zitplaats, en de zekerheid om aan te komen op het vooropgestelde uur. Zoveel is dat niet gevraagd, naar mijn bescheiden mening.

 Twee dingen vraag ik van u: één nieuwe go-pass ter compensatie van de voorgenoemde ongemakken. En een paar excuses.

vriendelijke groeten,

h1

Met een lach en een traan.

15 juni 2009

Dat ik met hem kon, had ik geleerd op onze eerste echte reis samen.

Of ik zonder hem kon, vroeg ik me af.

Het antwoord wist ik van zodra hij me thuis had afgezet. We hadden nog samen lekker gegeten, buiten, in het zonnetje. Onze avonturen vertellend aan mijn ouders en zus. Genietend van witte wijn, de zon op onze snoet en echte lekkere Belgische asperges (wat ons na twee weken bonen met rijst ongelofelijk smaakte).

Het antwoord wist ik van zodra hij de auto in stapte en de oprit afreed.

Ik liep terug naar het terras, alwaar mijn mama met vers gezette koffie stond te wachten. “Jij ook een tasje?”, vroeg ze, direct gevolgd door een “En hoe viel dat nu mee, zo’n eerste keer lange tijd samen zijn, ging dat?” Ik keek haar aan en probeerde de brok in mijn keel weg te slikken. Ik wou “ja hoor”, zeggen, maar het enige wat er uit kwam was een ongelofelijk elegante snort gevolgd door een lange snik. En tranen, veel tranen. En ik wou nog zo stoer doen.

“Oei?”, kijkt ze me vragend aan.

“Hij is vertrokken”, was het enige wat ik wist uit te brengen.

“Oh”, zegt ze vertederd, “hoe lief”, en ze geeft me een knuffel. En snikt zelf eventjes mee bij het zien van zoveel verdriet. Vijf minuten later krijg ik zowaar een knuffel van de zus. En voor de gezelligheid snikt ze ook even mee.

Tien minuten later komt papa erbij zitten. “Wat is hier gaande?” vraagt ie.

Drie paar betraande ogen kijken hem aan.

“Hij is vertrokken”, zeg ik nogmaals. 

En dan schieten we allemaal in de lach.

h1

Cuba – de verhalen (4)

10 juni 2009

“Jaha, echt,” zeiden ze, “we zagen hem plots zitten op een trap in één van de zijstraatjes in Havana.” De toeristen die we tegengekomen waren toonden ons hun foto op hun ultragrote fototoestel als bewijs. En daarna nog eens hun lonely planet als vergelijkingsmateriaal.

We keken verwonderd naar de foto.

We zouden zelf nogal wat dagen in Havana verblijven op het einde van de reis, dus hadden we tijd zat daar. We besloten zelf op zoek te gaan naar de man in kwestie. Onze queeste doorheen Havana.

Eens in Havana doorliepen we gedurende drie dagen gans Havana Vieja – het oude stadsgedeelte – zeker vier keer. Nergens te bespeuren. We dachten er al niet meer aan – het einde van de reis naderde immers. Tot plots mijn lief riep “Daar zit ie! Daar zit ie!”

En daar zat ie. 

Ik heb de rest van de dag ongelofelijk geglunderd.

DSC02116

h1

Cuba – de verhalen (3)

9 juni 2009

De Cubaanse gastvrouw klopte op onze slaapkamerdeur. ‘Ola!’, zeg ik, daarbij één van de vijf spaanse woorden die ik ken gebruikend. ‘Ola,’ zegt ze, om vervolgens een kwartier lang een uitleg te doen waarvan ik niets versta, om te besluiten met ‘Comprende?’. Uhm, nee, zeg ik. Ze doet de uitleg opnieuw, maar deze keer met gebaren en beduidend trager. Ik begrijp dat ze al een deel van het huurgeld vraagt, zodat ze in de stad iets kan gaan halen wat ze nodig heeft om eten te maken. Ze had blijkbaar geen cash geld meer. 

Ik vroeg mijn lief, omdat ik niet zeker was of ik het wel juist verstaan had, waarom we het geld nu al moesten geven.

“Ze had grondstoffen nodig in’t stad.”

Grondstoffen.

Wij spelen te veel ‘kolonisten van Catan’.

 

IMG_2684

h1

Cuba – de verhalen (2)

8 juni 2009

‘Yezz, yezz’, zegt hij, ‘piscina.’ Ik kijk in de richting vanwaar de stem komt. Ik draai me weer om, in de hoop in de richting van mijn lief te kijken en vraag ‘Meent hij dat nu? Zwemmen? Hiér?’

We zien geen steek voor ogen. Pikkedonker, als in _pikkedonker_, geen hand zien we voor ogen.

In de casa hadden ze ons een wandeling beloofd van een drietal uren, om vervolgens bij een grot aan te komen alwaar we een half uur zouden kunnen zwemmen, om daarna opgefrist weer aan de tocht terug naar huis te kunnen beginnen. Uiteraard stelden we ons daarbij een blue lagoontje voor, omgeven door palmbomen, prachtig groen, een zonnetje, waterval en een rotswand. Not. Na drie uur wandelen gingen we een grote donkere grot in, vergezeld van een boer inclusief twee lichtfakkels. Na een tiental minuutjes stappen zonder een hand voor ogen te zien stopte hij plots en scheen in, sja, in het niets. Vaag zagen we een blinkend oppervlak.

‘Piscina’, herhaalde hij.

Ik ben als een ezel – ik durf niet in donker water waarvan ik de bodem niet kan zien. Je weet nooit wat er zich onder het wateroppervlak bevindt. Maar toen het Duitse en Amerikaanse meisje die ons vergezeld hadden op de tocht er luid joelend insprongen kon ik toch ook niet achterblijven. 

(nadat mijn lief me verzekerd had dat er zéker geen monsters in gelogeerd waren)

(maar ondanks alles vond ik mezelf toch een beetje stoer)

 

manoptrap

h1

Cuba – de verhalen

6 juni 2009

In de lonely planet las ik iets in de trant van “Om een eerste impressie te krijgen van Cuba heb je twee weken nodig. Om het te doorgronden enkele maanden. Om het te begrijpen een heel leven.”

De precieze quote kan ik niet herhalen wegens lonely planet verloren halverwege de reis (zwijg me ervan, pijnlijk moment). Maar, zo waar dat het is.

Cuba is bizar, maar fascinerend. Onvergelijkbaar met eender welk land dat ik ken. Ik heb niet de pretentie om een verslag neer te schrijven over het communistisch regime, de Cubaanse levenswijze of het Cubaanse doen, denken en laten – omdat dit onmogelijk is. Je moet het met je eigen ogen zien om er een (eerste) indruk van te krijgen.

Wat niet wegneemt dat ik hier een aantal foto’s zal plaatsen (nu wou ik indruk maken door hier te beginnen goochelen met lightbox en dergelijke – maar dat lukt me niet wegens een oersimpele wordpress-account) en wat anekdotes zal neerpennen. Beginnende met de volgende.

“Hello! Hello!” roept hij.
We draaien ons om, ietwat geërgerd. Het is één van onze laatste dagen in Cuba en we zijn het moe dat iedereen altijd en overal geld van ons wilt hebben.
Een nette man – witte Tshirt met een zilverkleurige tekening op, hippe zonnebril, hippe broek, hippe teenslippers – staat ons aan te kijken. Hij begint een gesprek maar ik luister maar met een half oor. Tot ik het woord ‘buena vista social club’ hoor vallen en ’salsa’ en ‘fiesta’. We besteden er echter verder geen aandacht aan en zeggen vriendelijke gedag na een kort praatje geslaan te hebben en vervolgen onze weg. Maar toch, mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Dit was al de derde man die ons aansprak over de buena vista social club. En ik wou heel graag weten waar die mannen nu eigenlijk gespeeld hadden in Havana – maar dat stond niet in de lonely planet vermeld.
Ik vraag mijn lief of we hem geen verdere uitleg gaan vragen – hij vroeg ons tenslotte geen geld en zag er net en hip uit. We keren dus terug naar de man en enthousiast neemt hij ons mee op sleeptouw. Hij had even tijd (alle Cubanen hebben precies altijd alle tijd van de wereld) en neemt ons mee naar een caféetje waar inderdaad een foto van enkele van de buena vista social clubbers hangen. Maar of het daadwerkelijk hun bar was of  ze daar in die bar gewoon déden alsof ze daar gezeten hebben was toch niet echt duidelijk. We praatten over vanalles en nog wat. Over Cuba – wat we gezien hebben – natuurlijk, over België, over baseball (nationale sport in Cuba), voetbal, de Champions League, zijn werk, ons werk. Ongelofelijk hoe je uiteindelijk toch kan converseren met iemand wiens je de taal maar amper begrijpt laat staan spreekt. We trakteerden hem op een mojito sin alcool (het was maar 10.00 s’ochtends en de mojito’s con alcool zaten nog vers in het geheugen). Voor we het wisten waren we een klein uurtje verder. We besloten de stad verder te gaan verkennen. Eens buiten op de stoep voor het caféetje ontspon zich volgend gesprek (in het spaans uiteraard, maar dat krijg ik nèt niet correct neergeschreven):
“Ik verdien zo weinig geld. Ik heb een dochtertje van drie jaar. Ik vraag jullie geen geld om jullie naar hier gebracht te hebben, maar zouden jullie voor mij een pak melk willen kopen voor mijn dochtertje”.

Een beetje verveeld, want de getrakteerde mojito’s kostten ons ook al een hoop geld – zijn barretje was blijkbaar één van de duurdere plekken – vraag ik hem hoeveel zo’n pak melk dan wel mag kosten. 5 CUC blijkt het te zijn, wat relatief veel geld is. We hebben hem er uiteindelijk 2 gegeven. Ik had zin om hem te vragen waarom hij dan wel een mojito – die evenveel kostte als drie maanden melk voor zijn kleine – had aangenomen van ons, maar ik heb wijselijk gezwegen.

Wij zijn geen vreks, verre van, maar als gedurende twee weken iedereen en alles geld vraagt/kost word je het moe. De gebruikte fooien op restaurants, café’s. Iedereen die je de minste informatie geeft, iedereen die je aanspreekt. Boeren die je een stuk mango of ananas geven (ook al hangen ze tien meter verder aan de boom, rijp om te plukken). Wegen die je moet volgen wegens geen alternatief. Enorm vermoeiend.

He maar mensen, dit neemt niet weg dat deze reis prachtig was. De natuur in Cuba is ongelofelijk divers (van bergen en watervallen en groen tot hagelwitte stranden uit de boekskes). De mensen zijn warm, gastvrij en goedlachs. De architectuur is fe-no-me-naal.

DSC02220IMG_2278

h1

Cuba

4 juni 2009

Tien keer ben ik begonnen hier iets te schrijven over Cuba. Maar het lukt niet.

De enige woorden die ik hier kan neerpennen zijn:

Bizar. Intrigerend. Fascinerend. Fantastisch.

Maar het leek alsof velen van jullie er al geweest zijn. Laat het niet uit jullie beschrijving van Cuba in de comments neer te pennen. Ik ben oprecht nieuwsgierig.

havana