Archief voor de ‘geneugten’ Categorie

h1

22 centimeter

8 november 2009

Een bescheiden stapeltje van 22 centimeter is de buit. Maar het zijn 22 centimeters vol dromen, lekkers en leuks. Vol verhalen, liefde, lust en kalfslapjes met mangosaus. Het was zeker 10 jaar geleden dat ik er nog geweest was, maar dat het deugd deed was een feit: de boekenbeurs.Enkele uurtjes lang rondsnuisteren, vastpakken, enkele zinnen lezen, twijfelen, terugleggen, weer oppakken, betalen en meenemen. Om daarna bij een koffietje een beetje te genieten van de gedachte dat je al die goede boeken – ongelezen – op je liggen te wachten. Dat er daarin werelden bestaan die jij nog niet kent.

Wie alle vijf de boeken herkent krijgt, uhm, een kus van de juf en een bank vooruit!

IMG_1617

h1

Waar het om gaat.

30 oktober 2009

Ik weet hoe hij ruikt. Ik weet hoe hij slaapt, hoe hij wakker wordt. Wat hij graag eet en waarvan hij zegt dat hij het graag eet maar het niet helemaal meent – omdat als ik het voor hem klaarmaak hij mij niet zou willen kwetsen. Ik ben niet meer zenuwachtig als hij elk moment kan aanbellen. Hij verrast me, maar soms weet ik al op voorhand wat hij van plan is. Ik weet wat het antwoord is als ik hem vraag wat hij mooi vindt aan mij.

Hij zegt me dat hij me door en door kent. Dat hij weet wat ik leuk vind, wat niet. Hij kent mijn gevoelige plekjes. Allemaal. Ik ken de zijne. Als we naast elkaar ligggen, en ik streel hem langzaam met één vinger in zijn zij, dan krolt hij helemaal op van de tiekeligheid. Ik weet dat. Hij weet dat ik het graag heb dat hij mijn voeten vastneemt en ze warm wrijft als we in de zetel zitten. Hij heeft dat niet zo heel graag omdat hij dan niet naast mij kan liggen. Dat weet ik.

Er is geen boempatspsssjjjjtt-vuurwerk meer. Maar dat moet niet.

Daar gaat het immers niet om.

Het gaat erom dat hij mij vastneemt, op de momenten dat ik het nodig heb. Zonder dat ik het hem moet vragen. Dat hij in mijn ogen ziet dat niet alles ok is. Dat ik zonder woorden hoor dat hij mij graag ziet. Het gaat erom dat we, zonder het ooit afgesproken te hebben, tijdens de 2 keer 7 minuten snooze-tijd dicht tegen elkaar kruipen, telkens op dezelfde manier. Ik in de kom van zijn schouder. Rechts van hem. Want daar pas ik beter dan links.

Het gaat erom dat hij mijn tandenborstel nat maakt, er een streep tandpasta op legt, en ze weer bevochtigt. Nog voor ik de badkamer binnenkom. Hij geeft me mijn tandenborstel aan en samen poetsen we onze tanden. Het gaat erom dat hij, als ik gehaast ben, mijn boterham smeert. Met bruine suiker, omdat hij weet dat we dat in Antwerpen zo eten. Het gaat erom dat ik het voel, wanneer hij ergens mee zit. Hij moet het me daarom niet gezegd hebben. Ik leg me dan naast hem op bed en neem hem stevig vast.

Het gaat erom dat je soms, toevallig, op net hetzelfde moment,

ik zie je graag

tegen elkaar fluistert.

h1

Zie je wel!

29 oktober 2009

Wat zij hebben gedaan is betaalbaar voor mij (al moet ik er wel ettelijke dagen voor werken). En toch: wat zij gedaan hebben is onbetaalbaar voor mij, zij hebben mij gelukkig gemaakt, ja, wonderen verricht.

Ik zie.

En geloof mij, dat is mij veel meer waard dan elke cent die ik er voor zal neertellen.

Het is ongelofelijk. Ik goot gisteren patatten af, en de stoom deed geen brillenglazen aandampen. Ik werd ’s ochtends wakker gekust, en kon waarlijk zien dat het door mijn eigen lief was. Ik douche, en ik zie mijn eigen voeten.

Nog elke avond denk ik instinctief ‘oei, ik moet mijn lenzen nog uitdoen, want ik zie nog’. En elke keer loop ik over van geluk, als ik besef dat ik mijn ogen mag dichtdoen terwijl ik de wereld nog scherp zie.

Elke dag nog, heb ik zin om naar de dokter te gaan, en zijn pollen te kussen. Omdat hij wonderen verricht. (tegen betaling weliswaar)

h1

Stemmen onder de sterren

30 augustus 2009

Living on the edge, dacht ik, toen mama mij voorstelde mij ‘ergens mee naar toe te nemen’ voor mijn verjaardag. Het zou een verrassing zijn. ‘Iets met muziek en ‘t is romantisch’, zei ze. Papa, mama, mijn lief, en een bevriend koppel van mijn ouders zouden meegaan. ‘Ik ben wel niet echt zeker of je het wel leuk gaat vinden hoor’, dekte mama zichzelf in.

Living on the edge, dacht ik dus, en ik stemde toe.

Zodoende vertrokken mijn lief, ik, mijn ouders, en het bevriende koppel gisteren voor een lange tocht die ons voorbij Leuven, Brussel, Waterloo naar Wallonië bracht. De affiche die ik zag hangen deed een belletje rinkelen bij mij, maar toch wist ik nog steeds niet zeker wat het in zou houden. ‘Stemmen onder de sterren‘.

Zes podia met zes verschillende koren, in de openlucht, onder de sterrenhemel. In een ongelofelijk mooi kader (het kasteel en de parken waren volledig verlicht, en werkelijk overal stonden kaarsjes – duizenden werden er gebruikt). Romantisch was het!

We luisterden onder andere naar gospel (maar dachten dat dat in een kerk nog honderd keer cooler zou zijn), naar Parijse koorknapen (de Franse Wiener Sangerknaben zeg maar) maar vonden dat die jongens in een hof hoorden te voetballen en te ravotten ipv uren te repeteren), naar een Zweeds a capella-sextet waar we met open mond naar stonden te luisteren,… en op het einde werd alles afgesloten met een grootse finale en een schitterend vuurwerk. Mijn lief had me in zijn armen en fluisterde dat hij me graag zag. En dat laatste zinnetje, dat was het allermooiste wat ik die hele avond gehoord had.

h1

Over boter.

16 augustus 2009

Een dik jaar geleden ben ik met mijn gat in de boter gevallen. En ik lig er nog steeds in.

In Cuba zijn mijn lief en ik halverwege onze reis onze lonely planet verloren. Het was noch zijn fout, noch de mijne. We waren allebei zo stom geweest om hem in de bus te laten liggen. Maar hij wist hoe erg ik eigenlijk aan dat boekje gehecht was. Niets zo’n mooie herinnering aan een fijne reis dan een doorleefde, gekreukte, vuile, geëzelsoorde lonely planet. Ik vertel mijn lief meermaals over onze boekenkast later, met een ganse rij lonely planets. Eén voor één beklad, gefluoresceerd, gebruikt. Een lonely planet voor elk land dat we samen ontdekt hebben.

Maar we zijn niet goed begonnen: de reis waar we elkaar hebben leren kennen – Alaska – was met kriskras, en daar hebben we dus beiden geen lonely planet van gekocht. De eerste èchte reis samen met ons tweetjes - Cuba – wel, daar zijn we er dus in geslaagd ons boekje kwijt te spelen.

Hij gaf me een kadootje. Ik pakte het uit en wikkelde het uit het inpakpapier. En nog eens, en nog eens (‘Sorry, ik had te veel inpakpapier. Wat moet je dan eigenlijk doen?’ zei hij). Ik zag de twee boeken liggen en was ongelofelijk ontroerd. Nog meer ontroerd was ik echter toen ik merkte dat hij de twee boeken gans opnieuw had doorgenomen en alles wat we samen hadden gedaan of gezien had aangekruist. In de gids van Alaska had hij er zelfs de data bij geschreven. Drie dagen later pas zag ik dat hij de datum waarop wij voor het eerst, uhm, gezoend hebben had omcirkeld. Toen pinkte ik toch een traantje weg en liet ik hem sms-gewijs weten, ik zie je graag, liefje.

Maar die boter dus, daar ben ik dit weekend nog wat verder in weggezakt.

We zouden samen een bad nemen na een dag lang onderweg zijn, lang werken en vuil worden. Maar ik was moe en onderweg naar huis al in slaap gevallen in de auto. We kwamen ’s avonds laat bij hem thuis aan en ik viel meteen neer in de zetel. Was dat bad al helemaal vergeten. Toen we naar boven liepen liep ik door naar de slaapkamer om mijn handtas weg te zetten om vervolgens mijn tanden te gaan poetsen in de badkamer. Ik deed de deur open. Donker, kaarsjes, een warm bad boordevol warm water en veel schuim.

Geen scheten deze keer, maar een lief die me volledig inzeept en afspoelt, die mijn haren nat maakt, voorzichtig wast en uitspoelt. Die mijn rug masseert als ik voor hem zit. Die me streelt en zoentjes geef. Die me verwent.

Het is hier heerlijk, diep weggezonken in die boter.

h1

Over Dranouter en nummerke 86.

12 augustus 2009

Ik ben gelukkig! Ik ben content!

De afgelopen dagen waren gevuld met muziek, vrienden, fijne mensen, buiten brunchen aan gammele picknicktafels, tenten, slaapzakken, luchtmatrassen die platgingen, luchtmatrassen die niet platgingen, frieten, falafels, nog meer frieten, zon, dekentjes, in de zon in slaap vallen, meezingen, roepen, handen klappen, veel te laat gaan slapen. Dranouter, een traditie sinds een aantal jaar waar we steeds weer naar uit kijken: Mijn familie en een bevriende familie die samen vier dagen kamperen en genieten van niets doen, fijne muziek en een leuke sfeer. Ik heb ervan genoten.

En vandaag! Iedereen denkt aan mij! Mensen waarvan ik nooit gedacht had dat ze iets zouden laten weten sturen mij berichtjes, facebooken, sms’en. Een vriendin op het werk brengt eierkoeken als ontbijt, omdat ze wist dat ik dat graag at en we maanden geleden tevergeefs eierkoeken gezocht hadden in de winkel. Ik krijg ‘lime dill’ dressing van oil & vinegar van een collega. (‘Lime dill’ – lime – heeft u hem?). Mensen denken aan mij, en eerlijk waar, het geeft me een warm gevoel vanbinnen.

h1

Over de liefdesbrief.

5 augustus 2009

Hij schreef me een liefdesbrief. Een echte. Eentje die begint en eindigt met ‘ik houd van jou’ en waar dingen in staan als ‘ik kan niet zonder jou’ en ‘jij bent alles voor mij’. Ongelofelijk blij was ik er mee.

Hij wist dat ik nog nooit in mijn hele leven een liefdesbrief gekregen had. Een echte, bedoel ik dan. Zo eentje die begint en eindigt met ‘ik houd van jou’. Geen smsjes in de trant van ‘ik zie u ook graag hoor’ met als onderliggende boodschap ‘en mag ik dan nu bij u komen slapen?’, die tellen niet (mijn vorige lieven waren vooral daar een krak in).

Maar dus, een echte liefdesbrief. Hij had zelfs met een lat een kantlijn getekend (omdat hij weet dat ik van kantlijnen houd),  en eerst een klad geschreven. Dat vond ik nu eens ongelofelijk lief, dat hij twee uur bezig geweest is om mij de perfecte liefdesbrief te kunnen bezorgen. Hij had hem netjes in drie opgevouwen, zonder te kreuken, en hem in een lange envelop gestoken.

Hij zat naast mij toen ik hem voor het eerst las.

De brief eindigde met ‘En als je deze brief gelezen hebt ga ik je een lange knuffel en dito kus geven.’

Ik keek hem aan, pinkte twee tranen weg en knuffelde hem zoals ik hem nog nooit geknuffeld heb.

h1

Eén jaar.

14 juli 2009

Graag zien en graag gezien worden is zo gemakkelijk. Als het maar met de juiste persoon is.

h1

De vliegeraar

2 juli 2009

Ik ben 24 en ik had nog nooit gevliegerd. Nog. Nooit. Gevliegerd?! Zie ik u denken. Ja, ik weet het, maar lees vooral de ‘had’, wat dus impliceert dat ik het ondertussen wel gedaan heb en u het niet meer tegen mij kan gebruiken (niet dat er iemand wist dat ik nog nooit gevliegerd had, iederéén heeft immers al gevliegerd op zijn 24ste, maar ik dus niet – en nu weet u het).

Beetje laat om mee te beginnen, ik weet het, maar toch. Een mens moet toch ooit in zijn leven gevliegerd hebben?

Mijn lief en ik trokken dus naar het strand met een vlieger. Niet eens zomaar een vlieger, maar een mooie handgemaakte vlieger die zijn ouders als souvenir mee uit Bali hadden genomen. Ze wisten niet dat we gingen vliegeren (wat misschien maar beter zo was). De vlieger zag er zo handgemaakt uit dat we beiden vermoedden dat hij toch nooit de lucht in zou gaan. Maar voor alle zekerheid liepen we alle andere vliegeraars op het strand, met hun mooie, kleurrijke, grote, lichte maar fabriekgemaakte plastieken vliegers voorbij. Tot niemand ons nog zag. Ze moesten ons maar eens kunnen zien, twee 24-jarigen, met een touwtje in hun handen en een vlieger een tiental meter verder koppig in het zand.

Hij hield het touw vast en wikkelde het zorgvuldig enkele meters af. Ik hield de vlieger vast. ‘Klaar?’, vroeg ik. ‘Klaar!’ riep hij. Ik duwde de vlieger met zijn neus de lucht in, en liet hem los. En. Hij vloog! Hij vloog. We wikkelden het touw verder af tot het niet meer verder kon. Enkele duikelingen door de lucht en enkele crashes in het zand, maar hij kon vliegen! En als we er niet te wild mee deden bleef hij omhoog. Daar stond ik dan, met een touw in mijn handen. Fier als een gieter, met een mooie vlieger in mijn handen. Een handgeschilderde, grote blauwe vlieger.

Een uurtje later keerden we terug. En getuigde enkel het zand op de kop van de grote blauwe vlindervlieger tegen de muur nog van ons grote avontuur.

h1

Uw talloor niet uitlikken!

14 april 2009

‘t Is 14 april mannekes. 14 april al. De tijd vliegt zoals nooit tevoren, ook al lijkt hij af en toe stil te blijven staan. ‘t Is alweer een dikke vier maanden geleden dat we onze goede voornemens maakten. Dit is 2009! En het glipt door mijn vingers, ik voel het nu al.

‘t Is Zomer. Of Lente, allemaal hetzelfde. Voeldegulliedatook?! Vrijdag een dag verlof genomen, en donderdagavond al naar de zee vertrekken. Heerlijk fietsen, wandelen, lekker gaan eten (héél lekker gaan eten, in het soort restaurant waarbij mijn mama me op voorhand waarschuwt: uw talloor niet uitlekken! Geen boeren laten! Geen scheten! – ik heb haar raad opgevolgd). Maar de wijn was zo goed en de glazen zo groot dat ik misschien toch net iets te luid lachte. Maar da’s niet erg jong, da’s niet erg. Lachen is gezond.

’s Anderendaags heerlijk uitslapen in de armen van de jongen die je nog steeds het liefste ziet van alle jongens in de hele wijde wereld. Hij is zo goed voor mij, zo goed. Hij geeft me vers geperst appelsiensap en koffie en pistolees en hij lacht me niet (meer) uit als ik daar bruine suiker op doe. Hij doet tandpasta op mijn tandenborstel en samen poetsen we onze tanden terwijl we naar elkaar kijken. We trekken onze schoenen aan en roepen daag! en zijn weer weg, naar de zee en het strand en de zon en de mensen en de zeelucht. We wandelen voorbij Het Hotel – Westende (daar is echt niks te zien zulle) en een kunstwerk waarbij we het jammer vonden dat we geen fototoestel mee hadden en voorbij een hondje met een roze frakje aan en een hoop bejaarden die altijd en overal in de weg lopen en  voorbij een hoop appartementen die te koop waren (van 400.000 tot 800.000 euro – haallooo!) tot aan het casino in Middelkerke waar ik hem even vastnam en hem in een trage wals dwong om dan terug te keren.

’s Avonds barbecueden we op een heuse Oklahoma BBQ, en terwijl zijn broer en diens vriendin de tafel zetten en zijn ouders de sla klaarmaakten stonden wij het vlees te bakken en elkander te knuffelen. Ik haalde een glas rode wijn voor hem en eentje voor mij en we klonken op onszelf. Omdat de patatjes in de pan niet snel genoeg bakten op het vuurtje zetten we de ganse pan maar midden op de vlammen. De pan was pikzwart en onmogelijk nog schoon te krijgen maar de patatjes waren overheerlijk en de mama vond het niet eens erg.

En dan heb ik het nog niet over de paaseieren gehad! Paaseieren jong, paaseieren. Ik kan er weer een jaar tegen. Zwarte, bruine, witte, met bollekes, zonder, chocolade eieren, suikereieren. Bij elke hap brood een nog grotere hap uit het paasei. En de eerste beet, dat is altijd de lekkerste. Chocolade smaakt trouwens altijd beter in de vorm van een ei. Pasen vieren aan zee, thuis in de noorderkempen om vervolgens paasmaandag door te brengen in Limburg, tussen de bloesems, bij je familie. Gaan wandelen tussen de peren- appel- en kersenbomen om daarna thuis bij je tante en nonkel de foto’s te bekijken. Lekker eten, leuk gezelschap, een fantastisch stoere neef en nicht en ’s avonds laat terug naar Leuven.

En nog lachen bij de gedachte aan je nichtje van vijf die na het wandelen zeer aandachtig naar jullie twee kijkt en bloedserieus verkondigt:

“Ik denk dat jullie verliefd zijn.”

Het leven is mooi!