De Cubaanse gastvrouw klopte op onze slaapkamerdeur. ‘Ola!’, zeg ik, daarbij één van de vijf spaanse woorden die ik ken gebruikend. ‘Ola,’ zegt ze, om vervolgens een kwartier lang een uitleg te doen waarvan ik niets versta, om te besluiten met ‘Comprende?’. Uhm, nee, zeg ik. Ze doet de uitleg opnieuw, maar deze keer met gebaren en beduidend trager. Ik begrijp dat ze al een deel van het huurgeld vraagt, zodat ze in de stad iets kan gaan halen wat ze nodig heeft om eten te maken. Ze had blijkbaar geen cash geld meer.
Ik vroeg mijn lief, omdat ik niet zeker was of ik het wel juist verstaan had, waarom we het geld nu al moesten geven.
“Ze had grondstoffen nodig in’t stad.”
Grondstoffen.
Wij spelen te veel ‘kolonisten van Catan’.



