Naast gletsjers wandelen die een diepblauwe kleur uitstralen alsof ze van binnenuit door een gigantische gloeilamp verlicht worden. Bovenaan de gletsjer aankomen en een immense sneeuwvlakte voor je uitgestrekt zien liggen, zo stralend wit dat het pijn doet aan je ogen. Je eigen voetstappen horen kraken in de zachte sneeuw, af en toe onderbroken door een luide PLOF! wanneer een van je reisgenoten -of jijzelf – uitschuift en op zijn achterwerk terecht komt, telkens gevolgd door een luide schaterlach die de bergen afrolt.
Stoer praten over wat je wanneer moet doen bij welke soort beer, maar je met angstoogjes omdraaien en “Terug! Terug!” roepen tegen je groepsleden wanneer je je eerste beer onderweg tegenkomt. Elanden spotten en “moez moez” roepen telkens je er weer eentje tegenkomt.
Sneeuw die onder de zomerzon traag maar zeker al druppelend smelt en zo kleine stroompjes water vormt die uiteindelijk leiden tot woest kolkende donkergrijze ijswaterrivieren. Raften in die rivieren met waterdichte wetsuits en dikke zwemvesten aan. In het water springen en gillen wanneer je het ijskoude water tegen je wangen voelt.
Afzien op twee- en driedaagse wandeltochten, uren en uren wandelen en zweten en zwoegen en afzien, maar alle pijn op slag vergeten wanneer je bovenaan de bergtop aankomt en de meest fantastische landschappen voor je uitgestrekt ziet liggen. Het gevoel hebben dat de wereld aan je voeten ligt. Tenten opzetten op de meest onmogelijke plaatsen, in de sneeuw, op hellingen, op stenen. Eten koken op kleine brandertjes, zittend in het gras en genietend van het uitzicht.
Mountainbiken langs een helderblauw meer. Een helm scheef op je hoofd, de wind suizend om je oren, de handen stevig op het stuur, bijtend op je tanden omdat je je niet wil laten kennen. ’s Avonds dood- en doodmoe en onder de modder terug aankomen op de camping en wegens geen douches je in je ondergoed wassen in het nabijgelegen ijskoude riviertje terwijl je kleine kreetjes slaakt telkens je het ijswater over je heen gooit.
Aangebrande ravioli eten omdat de enige twee jongens die nog thuis wonen besloten dat ze die avond het eten gingen bereiden. Onderaan de pot roeren kwam niet in hen op. Corned beef en chili con carne met véél bonen eten. 24 uur later één voor één scheten laten bij het kampvuur. Je volproppen met zacht sandwichbrood belegd met confituur en chocolade tot het je oren uitkomt.
’s Avonds een verzoeknummer indienen waarmee je ’s ochtends gewekt wilt worden, al lachend gezongen door enkele van de groepsleden. Van de Brabançonne over ‘YMCA’ tot ‘ik ben vandaag zo vrolijk’. Je kruipt voor minder met een glimlach uit je tent.
Pijnlijke voeten, schrammen op benen, bleinen, kleine wondjes en pijnlijke ontstoken knieën worden op slag vergeten wanneer je je kreunend van genot neervlijt in het hete water van warmwaterbronnen. Uren en uren in het warme water zitten, leunend op rotsen met op de achtergrond het surrealistische beeld van hoge bergen bezaaid met groene dennenbomen en besneeuwde toppen. Blijven zitten in het hete water tot je vingers helemaal wit en verrimpeld zijn.
Twee dagen in een kano op het water doorbrengen, al peddelend en het aantal bruggen tellend dat je tegenkomt. “Aan de vierde brug zijn we er!”. We passeerden er negen. Je laten meedrijven op het water, de ene keer lui liggend in de kano, de andere keer verwoed doorpeddelend.
Je zes reisgenoten beter leren kennen. Zes heel verschillende personen met elke een eigen mening en eigen visie. Zes personen die dankzij hun flexibele ingesteldheid open staan voor nieuwe ervaringen, nieuwe contacten, nieuwe discussies. Zes fantastische mensen die je beetje bij beetje beter leert kennen en leert appreciëren.
Thuiskomen en beseffen dat je een prachtige tijd hebt gehad.