Archief voor de ‘wereld wijde wereld’ Categorie

h1

Helaba!

28 juli 2009

Helaba! Wat is me dat nu, denk ik dan. Via Kathleen vond ik deze blog. Een sympathieke dame die de ‘Mighty Life List ‘ heeft opgesteld. Het komt erop neer dat ze honderd dingen heeft neergepend, die ze nog wil doen voor ze gaat. ‘10 things to do before I go’ heet het gevalletje. Klinkt bekend? Ja hoor.

Ok, het staat er in het klein. Maar het staat er. En al lang. En ok, ook toegeven, ik ben niet de eerste die zo’n lijst heeft opgesteld. En ik zal de laatste ook niet zijn. 

Maar! Deze dame heeft zowaar een sponsor gevonden. Ze betaalden onder andere haar trip naar Puerto Rico.

Helaba! Wat is me dat nu, denk ik dan, nogmaals. Een sponsor? Als in, iemand die al die leuke dingen betaalt in jouw plaats?

Mijn trip naar Alaska (nr 71) en naar Cuba (nr 77) heeft niemand betaald voor mij. Dankzij die trip naar Alaska is zelfs (98) en (100) vervuld. Ik drink champagne zonder reden (93), ik ga in ijskoude baden zitten (33), ik zing de longen uit mijn lijf zonder mij van iemand iets aan te trekken (62). Ik wandel midden in de nacht op stranden om zeeschildpadden te zien (3), ik drink sloten Starbucks koffie (12), ik sta uren te verkleumen op Times Square om de bol te zien zakken op oudjaar (21). Zeg nog eens dat ik niet aan die lijst werk! Ik vraag jongens uit die ik van haar noch pluim ken (16), ik gooi met eten (28), ik koop harde schijven (37) en rangschik al mijn CD’s in alfabetische volgorde (38). Maar niemand die voor iets betaalt. Zelfs geen zielige blender (nr 89).

Dus, komaan, sponsors. Ik wil ook! Mijn volgende trip staat ook op de lijst, het ideale moment dus om vliegtuigticketten te sponsoren. De Himalaya. Iemand?

h1

Cuba – de verhalen (4)

10 juni 2009

“Jaha, echt,” zeiden ze, “we zagen hem plots zitten op een trap in één van de zijstraatjes in Havana.” De toeristen die we tegengekomen waren toonden ons hun foto op hun ultragrote fototoestel als bewijs. En daarna nog eens hun lonely planet als vergelijkingsmateriaal.

We keken verwonderd naar de foto.

We zouden zelf nogal wat dagen in Havana verblijven op het einde van de reis, dus hadden we tijd zat daar. We besloten zelf op zoek te gaan naar de man in kwestie. Onze queeste doorheen Havana.

Eens in Havana doorliepen we gedurende drie dagen gans Havana Vieja – het oude stadsgedeelte – zeker vier keer. Nergens te bespeuren. We dachten er al niet meer aan – het einde van de reis naderde immers. Tot plots mijn lief riep “Daar zit ie! Daar zit ie!”

En daar zat ie. 

Ik heb de rest van de dag ongelofelijk geglunderd.

DSC02116

h1

Cuba – de verhalen (3)

9 juni 2009

De Cubaanse gastvrouw klopte op onze slaapkamerdeur. ‘Ola!’, zeg ik, daarbij één van de vijf spaanse woorden die ik ken gebruikend. ‘Ola,’ zegt ze, om vervolgens een kwartier lang een uitleg te doen waarvan ik niets versta, om te besluiten met ‘Comprende?’. Uhm, nee, zeg ik. Ze doet de uitleg opnieuw, maar deze keer met gebaren en beduidend trager. Ik begrijp dat ze al een deel van het huurgeld vraagt, zodat ze in de stad iets kan gaan halen wat ze nodig heeft om eten te maken. Ze had blijkbaar geen cash geld meer. 

Ik vroeg mijn lief, omdat ik niet zeker was of ik het wel juist verstaan had, waarom we het geld nu al moesten geven.

“Ze had grondstoffen nodig in’t stad.”

Grondstoffen.

Wij spelen te veel ‘kolonisten van Catan’.

 

IMG_2684

h1

Cuba – de verhalen (2)

8 juni 2009

‘Yezz, yezz’, zegt hij, ‘piscina.’ Ik kijk in de richting vanwaar de stem komt. Ik draai me weer om, in de hoop in de richting van mijn lief te kijken en vraag ‘Meent hij dat nu? Zwemmen? Hiér?’

We zien geen steek voor ogen. Pikkedonker, als in _pikkedonker_, geen hand zien we voor ogen.

In de casa hadden ze ons een wandeling beloofd van een drietal uren, om vervolgens bij een grot aan te komen alwaar we een half uur zouden kunnen zwemmen, om daarna opgefrist weer aan de tocht terug naar huis te kunnen beginnen. Uiteraard stelden we ons daarbij een blue lagoontje voor, omgeven door palmbomen, prachtig groen, een zonnetje, waterval en een rotswand. Not. Na drie uur wandelen gingen we een grote donkere grot in, vergezeld van een boer inclusief twee lichtfakkels. Na een tiental minuutjes stappen zonder een hand voor ogen te zien stopte hij plots en scheen in, sja, in het niets. Vaag zagen we een blinkend oppervlak.

‘Piscina’, herhaalde hij.

Ik ben als een ezel – ik durf niet in donker water waarvan ik de bodem niet kan zien. Je weet nooit wat er zich onder het wateroppervlak bevindt. Maar toen het Duitse en Amerikaanse meisje die ons vergezeld hadden op de tocht er luid joelend insprongen kon ik toch ook niet achterblijven. 

(nadat mijn lief me verzekerd had dat er zéker geen monsters in gelogeerd waren)

(maar ondanks alles vond ik mezelf toch een beetje stoer)

 

manoptrap

h1

Cuba – de verhalen

6 juni 2009

In de lonely planet las ik iets in de trant van “Om een eerste impressie te krijgen van Cuba heb je twee weken nodig. Om het te doorgronden enkele maanden. Om het te begrijpen een heel leven.”

De precieze quote kan ik niet herhalen wegens lonely planet verloren halverwege de reis (zwijg me ervan, pijnlijk moment). Maar, zo waar dat het is.

Cuba is bizar, maar fascinerend. Onvergelijkbaar met eender welk land dat ik ken. Ik heb niet de pretentie om een verslag neer te schrijven over het communistisch regime, de Cubaanse levenswijze of het Cubaanse doen, denken en laten – omdat dit onmogelijk is. Je moet het met je eigen ogen zien om er een (eerste) indruk van te krijgen.

Wat niet wegneemt dat ik hier een aantal foto’s zal plaatsen (nu wou ik indruk maken door hier te beginnen goochelen met lightbox en dergelijke – maar dat lukt me niet wegens een oersimpele wordpress-account) en wat anekdotes zal neerpennen. Beginnende met de volgende.

“Hello! Hello!” roept hij.
We draaien ons om, ietwat geërgerd. Het is één van onze laatste dagen in Cuba en we zijn het moe dat iedereen altijd en overal geld van ons wilt hebben.
Een nette man – witte Tshirt met een zilverkleurige tekening op, hippe zonnebril, hippe broek, hippe teenslippers – staat ons aan te kijken. Hij begint een gesprek maar ik luister maar met een half oor. Tot ik het woord ‘buena vista social club’ hoor vallen en ’salsa’ en ‘fiesta’. We besteden er echter verder geen aandacht aan en zeggen vriendelijke gedag na een kort praatje geslaan te hebben en vervolgen onze weg. Maar toch, mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Dit was al de derde man die ons aansprak over de buena vista social club. En ik wou heel graag weten waar die mannen nu eigenlijk gespeeld hadden in Havana – maar dat stond niet in de lonely planet vermeld.
Ik vraag mijn lief of we hem geen verdere uitleg gaan vragen – hij vroeg ons tenslotte geen geld en zag er net en hip uit. We keren dus terug naar de man en enthousiast neemt hij ons mee op sleeptouw. Hij had even tijd (alle Cubanen hebben precies altijd alle tijd van de wereld) en neemt ons mee naar een caféetje waar inderdaad een foto van enkele van de buena vista social clubbers hangen. Maar of het daadwerkelijk hun bar was of  ze daar in die bar gewoon déden alsof ze daar gezeten hebben was toch niet echt duidelijk. We praatten over vanalles en nog wat. Over Cuba – wat we gezien hebben – natuurlijk, over België, over baseball (nationale sport in Cuba), voetbal, de Champions League, zijn werk, ons werk. Ongelofelijk hoe je uiteindelijk toch kan converseren met iemand wiens je de taal maar amper begrijpt laat staan spreekt. We trakteerden hem op een mojito sin alcool (het was maar 10.00 s’ochtends en de mojito’s con alcool zaten nog vers in het geheugen). Voor we het wisten waren we een klein uurtje verder. We besloten de stad verder te gaan verkennen. Eens buiten op de stoep voor het caféetje ontspon zich volgend gesprek (in het spaans uiteraard, maar dat krijg ik nèt niet correct neergeschreven):
“Ik verdien zo weinig geld. Ik heb een dochtertje van drie jaar. Ik vraag jullie geen geld om jullie naar hier gebracht te hebben, maar zouden jullie voor mij een pak melk willen kopen voor mijn dochtertje”.

Een beetje verveeld, want de getrakteerde mojito’s kostten ons ook al een hoop geld – zijn barretje was blijkbaar één van de duurdere plekken – vraag ik hem hoeveel zo’n pak melk dan wel mag kosten. 5 CUC blijkt het te zijn, wat relatief veel geld is. We hebben hem er uiteindelijk 2 gegeven. Ik had zin om hem te vragen waarom hij dan wel een mojito – die evenveel kostte als drie maanden melk voor zijn kleine – had aangenomen van ons, maar ik heb wijselijk gezwegen.

Wij zijn geen vreks, verre van, maar als gedurende twee weken iedereen en alles geld vraagt/kost word je het moe. De gebruikte fooien op restaurants, café’s. Iedereen die je de minste informatie geeft, iedereen die je aanspreekt. Boeren die je een stuk mango of ananas geven (ook al hangen ze tien meter verder aan de boom, rijp om te plukken). Wegen die je moet volgen wegens geen alternatief. Enorm vermoeiend.

He maar mensen, dit neemt niet weg dat deze reis prachtig was. De natuur in Cuba is ongelofelijk divers (van bergen en watervallen en groen tot hagelwitte stranden uit de boekskes). De mensen zijn warm, gastvrij en goedlachs. De architectuur is fe-no-me-naal.

DSC02220IMG_2278

h1

Cuba

4 juni 2009

Tien keer ben ik begonnen hier iets te schrijven over Cuba. Maar het lukt niet.

De enige woorden die ik hier kan neerpennen zijn:

Bizar. Intrigerend. Fascinerend. Fantastisch.

Maar het leek alsof velen van jullie er al geweest zijn. Laat het niet uit jullie beschrijving van Cuba in de comments neer te pennen. Ik ben oprecht nieuwsgierig.

havana

h1

Ge kunt niet alles hebben.

18 februari 2009

Alles uit het leven halen, dat wil ik. Ik wil reizen tot mijn 35ste, de mooiste plek op aarde eruit kiezen en daar blijven. Ik wil rondtrekken, gaan daar waar het leven me voert. De zon volgen.

Ik wil met oude gammele auto’s lange wegen afleggen, uren en uren rijden. Met boten meren en zeeën oversteken, ’s avonds met een glas witte wijn en je voeten overboord van de zon genieten. In het water springen in je ondergoed. Ik wil trouwen in Las Vegas. Ik wil de woestijn zien, op kamelen zitten, op olifanten. Ik wil mensen begrijpen. Waarom de ene God aanbidt, en de andere hem Allah noemt. Ik wil me onderdompelen in steden. New York, Tokyo, Bombay, Miami, alles, overal. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik vast zit, vast in dit kleine bekrompen landje – ook al stoefen we met het feit dat we minstens drie talen kunnen, een wereldkeuken en veel Marokkanen hebben. 

Maar ik wil ook doctoreren, een mooie job vinden en carrière maken (al vind ik dat vies klinken). Ik wil het gevoel hebben iets bereikt te hebben. Ik wil bijleren. Ik wil dingen kunnen. Ik wil àlles kunnen. Ik wil later een groot huis, een grote auto, 4 kinderen, een kookeiland, een grote tuin en veel geld.

Ik wil opnieuw beginnen, andere dingen doen. En tegelijkertijd toch ook niet. Ik wil handelsingenieur zijn. Grafisch vormgever, journalist, wetenschapper. Ik wil manager zijn. Projectontwikkelaar. Gewoon omdat ik dat exotisch vind klinken.

Ik ben gelukkig. Maar met andere dingen zou ik òòk gelukkig zijn. 

Waarom krijgen we maar één leven op deze aarde?

Ge kunt niet alles hebben.

h1

Over Alaska

30 juli 2008

Naast gletsjers wandelen die een diepblauwe kleur uitstralen alsof ze van binnenuit door een gigantische gloeilamp verlicht worden. Bovenaan de gletsjer aankomen en een immense sneeuwvlakte voor je uitgestrekt zien liggen, zo stralend wit dat het pijn doet aan je ogen. Je eigen voetstappen horen kraken in de zachte sneeuw, af en toe onderbroken door een luide PLOF! wanneer een van je reisgenoten -of jijzelf – uitschuift en op zijn achterwerk terecht komt, telkens gevolgd door een luide schaterlach die de bergen afrolt.

Stoer praten over wat je wanneer moet doen bij welke soort beer, maar je met angstoogjes omdraaien en “Terug! Terug!” roepen tegen je groepsleden wanneer je je eerste beer onderweg tegenkomt. Elanden spotten en “moez moez” roepen telkens je er weer eentje tegenkomt.

Sneeuw die onder de zomerzon traag maar zeker al druppelend smelt en zo kleine stroompjes water vormt die uiteindelijk leiden tot woest kolkende donkergrijze ijswaterrivieren. Raften in die rivieren met waterdichte wetsuits en dikke zwemvesten aan. In het water springen en gillen wanneer je het ijskoude water tegen je wangen voelt.

Afzien op twee- en driedaagse wandeltochten, uren en uren wandelen en zweten en zwoegen en afzien, maar alle pijn op slag vergeten wanneer je bovenaan de bergtop aankomt en de meest fantastische landschappen voor je uitgestrekt ziet liggen. Het gevoel hebben dat de wereld aan je voeten ligt. Tenten opzetten op de meest onmogelijke plaatsen, in de sneeuw, op hellingen, op stenen. Eten koken op kleine brandertjes, zittend in het gras en genietend van het uitzicht.

Mountainbiken langs een helderblauw meer. Een helm scheef op je hoofd, de wind suizend om je oren, de handen stevig op het stuur, bijtend op je tanden omdat je je niet wil laten kennen. ’s Avonds dood- en doodmoe en onder de modder terug aankomen op de camping en wegens geen douches je in je ondergoed wassen in het nabijgelegen ijskoude riviertje terwijl je kleine kreetjes slaakt telkens je het ijswater over je heen gooit.

Aangebrande ravioli eten omdat de enige twee jongens die nog thuis wonen besloten dat ze die avond het eten gingen bereiden. Onderaan de pot roeren kwam niet in hen op. Corned beef en chili con carne met véél bonen eten. 24 uur later één voor één scheten laten bij het kampvuur. Je volproppen met zacht sandwichbrood belegd met confituur en chocolade tot het je oren uitkomt.

’s Avonds een verzoeknummer indienen waarmee je ’s ochtends gewekt wilt worden, al lachend gezongen door enkele van de groepsleden. Van de Brabançonne over ‘YMCA’ tot ‘ik ben vandaag zo vrolijk’. Je kruipt voor minder met een glimlach uit je tent.

Pijnlijke voeten, schrammen op benen, bleinen, kleine wondjes en pijnlijke ontstoken knieën worden op slag vergeten wanneer je je kreunend van genot neervlijt in het hete water van warmwaterbronnen. Uren en uren in het warme water zitten, leunend op rotsen met op de achtergrond het surrealistische beeld van hoge bergen bezaaid met groene dennenbomen en besneeuwde toppen. Blijven zitten in het hete water tot je vingers helemaal wit en verrimpeld zijn.

Twee dagen in een kano op het water doorbrengen, al peddelend en het aantal bruggen tellend dat je tegenkomt. “Aan de vierde brug zijn we er!”. We passeerden er negen. Je laten meedrijven op het water, de ene keer lui liggend in de kano, de andere keer verwoed doorpeddelend.

Je zes reisgenoten beter leren kennen. Zes heel verschillende personen met elke een eigen mening en eigen visie. Zes personen die dankzij hun flexibele ingesteldheid open staan voor nieuwe ervaringen, nieuwe contacten, nieuwe discussies. Zes fantastische mensen die je beetje bij beetje beter leert kennen en leert appreciëren.

Thuiskomen en beseffen dat je een prachtige tijd hebt gehad.

h1

Het werd zomer.

4 juli 2008


“Maar het is niet genoeg. Ik wil meer. Ik wil verder, dingen zien die ik voorheen nog nooit gezien heb. Dus telde ik mijn spaarcenten, dacht ik drie dagen na, telde mijn spaarcenten nog eens en boekte een reis naar Alaska.
Deze zomer. Ik.”

schreef ik een tijdje geleden. Het is zomer. Het is zover.

Ik. Morgen.

Alaska.