h1

(B)engeltje

31 december 2014

Vrolijk, blij, en alle mogelijke vormen van fier en trots. Maar ook verward, prikkelbaar, oververmoeid. Het ouderschap bevalt ons wel, maar soms valt het ook gewoon erg, erg zwaar.

Overdag hebben we een engeltje. Tenzij hij ziek is of een ‘sprongetje’ maakt zoals dat dan heet, dan zijn het soms lastige dagen, maar in het algemeen hebben wij hier een engeltje in huis. Lachen, spelen, leren, lief zijn. Hij kan zo verliefd kijken naar ons dat mijn hart ter plekke smelt. Hij steelt harten van jan en alleman. Ik loop over van trots wanneer we bij Kind en Gezin zitten en de verpleegster vraagt of hij al kan zitten. Ik antwoord nee, nog niet, terwijl mijn lief plots zijn handen in de lucht steekt en HIJ ZIT, HIJ ZIT! roept. Onze zoon kijkt triomfantelijk omhoog terwijl hij – alleen – fier rechtop op tafel zit.

Maar ‘s nachts verandert dit engeltje in een monster. Huilen, krijsen, babbelen, roepen, tieren en dan van voor af aan. Onlangs sliep hij een keertje van 23.3 tot 6.15 en toen spurten mijn lief en ik ‘s ochtends naar boven en stonden we hijgend naast zijn bedje te luisteren of hij nog wel ademde.
Alle mogelijke truuken hebben we al uitgeprobeerd. Van ingedikte flessen tot laten huilen. Het eerste hielp geen zier en het tweede blijkt hij gemakkelijk meer dan 45 minuten (!) vol te kunnen houden. Uiteindelijk ging ik hem met een gebroken moederhart halen, ervan overtuigd dat er iets mis moest zijn. Niemand krijst drie kwartier aan een stuk, toch? Maar toen ik hem uit zijn bed haalde had hij noch tranen in zijn ogen noch een rood gezicht. Van zodra ik hem vast had zweeg hij en lachte hij naar mij. Van zodra hij aan de borst hing (idd, 7 maanden en borstvoeding…borstvoeding stoppen bleek nog moeilijker dan te beginnen) zag ik hem denken ‘ha, moeder, nu had ik u hè’. Het monster.

En we beginnen het te merken. Mijn lief krijgt telefoon en wanneer ik een half uur later vraag waarover het ging kan hij het zich met de beste wil van de wereld niet meer herinneren. Mijn lief vertelt me dat hij tijdens een vergadering plots door had dat hij met zijn ogen dicht zat en ikzelf merkte dat ik met mijn ogen dicht een email zat te lezen. Van zodra ik tien minuten ergens neer zit vallen mijn ogen dicht. In de winkel vraag ik me af of ik ‘light’ of ‘medium’ moet nemen voor de anti-wallen-creme.

In het holst van zo’n verschrikkelijke nacht lijkt duct tape me vaak niet eens zo’n slecht idee.

 

h1

De eerste pannenkoek mislukt altijd.

30 oktober 2014

Ik heb onderstaand bericht anderhalf jaar geleden geschreven. Bijna 19 maanden geleden. Dat is 82 weken. 573 dagen.

 

36 dagen geleden kon ik niet langer wachten en plaste ik in een zeer onnatuurlijk houding, om wel op het staafje maar niet op mijn handen te plassen. Een + verscheen maar het controlevenster bleef akelig leeg. Ik staarde wellicht 10 minuten voor me uit, maar geloofde er niets van. Kon het niet geloven.

35 dagen geleden plaste ik nog twee keer op zo’n zelfde staafje, nog steeds even onnatuurlijk zittend op het toilet. Gelijk een vent, uw benen open en naar beneden kijkend. Twee plusjes verschenen, om ter snelst leek het wel.

Ik viel huilend in de armen van mijn lief. Tranen van blijdschap en ongeloof en verschiet en vooral van heel veel schrik. Hij schrok omdat ik zo schrok.

We wilden uiteraard kindjes, we hadden een dag geprikt waarop we de natuur zijn gang zouden laten gaan. Maar dat de natuur na een dik 40 dagen zijn werk al gedaan zou hebben, hadden we nooit verwacht.

“De eerste pannenkoek mislukt toch ook altijd”, snikte ik. Hij lachte.

We zwegen. We gingen naar de dokter. We gingen een paar weken later nog eens naar de dokter. We kregen een datum te horen. We maakten een afspraak bij de gynaecoloog voor de eerste echo. We telden af. We zwegen nog meer. We bezochten crèches. Veel crèches. We telden ons geld, want een crèche voor 5 dagen in de week kost blijkbaar meer dan een ruime bemeubelde studio in het Antwerpse. We fantaseerden hoe we het tegen iedereen zouden zeggen. ‘Wij hebben een klein geheimpje’, fluisterde mijn lief in mijn oor, het liefst van al als er vrienden of familie in de buurt waren. Mijn lief dronk voor twee en ik klopte op mijn kin. We gingen een weekendje naar zee met mijn ouders en bleven zwijgen. We kochten boeken ‘voor het eerst zwanger’. We waren zo zo blij.

5 dagen geleden voelde ik een zeurende pijn in mijn onderbuik. Ik voelde me ongerust.

4 dagen geleden lag ik een ganse nacht wakker van helse buikpijn. Daar waar hij niet pijn zou mogen doen.

Ik melde me ziek op mijn werk. Ging naar de dokter. Ze stelde me gerust, dat het niet zozeer moest betekenen dat er iets mis zou lopen. Ik geloofde haar niet.

Op weg van de dokter naar huis voelde ik iets veel te warms lopen.

Thuis ging het mis, helemaal, helemaal mis.

De dagen erna waren als een waas; pijn, bloed, verweesd, leeg, koorts, ziek. Een datum die je eerder te horen kreeg en die normaal het begin van de rest van je leven betekent zal niet meer of minder zijn dan gisteren, vandaag en morgen. Waar ik me in opjaagde was dat ik nergens terecht kon met mijn vragen: de dokter vroeg enkel ‘of we lang hadden moeten proberen'; de gynaecoloog zei dat een extra controle niet nodig zou zijn en dat koorts pas geldt als het drie dagen lang constant meer dan 38.5 is.

Ik heb me lang stil verdrietig gevoeld.

 

Ik heb dit neergeschreven, onder andere naar aanleiding van dit, en dit stukje tekst. Een miskraam lijkt nog steeds taboe te zijn, en ik begrijp niet waarom. Waarom ik het zelf niet meteen aan iedereen verteld heb is omdat iedereen dan op de hoogte is dat je een kindje wilt krijgen. Ik wou niet dat mijn hele omgeving samen met mij zou wachten op het moment waarop het ‘wel zou lukken’. Toch vind ik dat het nodig is dat alle vrouwen dienen te weten dat dit wel degelijk meer voorkomt dan je denkt. Verder denk ik dat er vaak te licht over gegaan wordt. Ik ben, meer nog dan van de mentale, verschoten van de fysieke impact. Een miskraam is een aanslag op je lichaam. Alles wordt langs binnen gebombardeerd, lijkt het wel. Het was verschrikkelijk.

h1

Publiek

24 oktober 2014

We hebben sinds kort een publiek. Een echt publiek. We zingen, we dansen, we maken grappen, we doen stemmetjes na. Hij luistert en kijkt aandachtig en lacht. Hij lacht heel veel. Wanneer we ‘ooze wieze wooze wieze walla kristalla’ doen, of ‘moeke mag ik mee, mag ik moeke mag ik mee, mag ik moeke, moeke, moeke mag ik mee’. Mijn lief kent de tekst niet en maakt er ‘moeke moeke mee mee moeke mee mee’ van. Al ben ik zelf ook geen held in kinderliedjes; ik zoek op of het een grote paddestoel is, rood met witte stippen; of een rode paddestoel, vol met witte stippen. Ik weet het nog steeds niet. Meestal zingen we een medley, niet zozeer omdat we zoveel inspiratie hebben, maar omdat we van de meeste kinderliedjes slechts de eerste twee zinnen kennen. Niet dat het hem uitmaakt. Hij vind ‘ein, zwei, polizei’ even grappig als ‘er was een vogelke dat kon niet meer kakken’. Zelfs ‘so why-y-y-y don’t you use it’ vindt ie hilarisch.

En wij vinden het allemaal perfect zo. Eindelijk het perfecte excuus om ons volledig te laten gaan. Onze overburen kijken soms raar als ze ons in de living zien staan dansen en springen; maar hey het is om onze kleine te amuseren he. En de onderbuur zal ongetwijfeld al meermaals zijn wenkbrauwen gefronst hebben als hij ons hoorde zingen (ha, zingen zei ik), maar mijnheer, alles voor ons kindje he. Niet alleen ons zoontje heeft plezier, wij amuseren ons rot ondertussen.

h1

Geveld.

29 september 2014

Bam. In ons gezicht.

Geveld.

Daar lagen we, met z’n drietjes in de zetel. Eentje rochelend, reutelend, met etterende oogjes en een tiet in zijn mond. Eentje hoestend, met koorts en keelpijn en een tiet in iemands mond en de derde met keelpijn en een arm om de andere twee heen geslagen.

Een week nadat ie naar de crèche was beginnen gaan was daar die snotneus. Langzaam maar zeker kwam daar af en toe een hoestje bij tot het uitmondde in etterende oogjes, een lelijke hoest, nog slapelozere nachten dan ervoor en een ongeruste ik. Ik die sinds een maand zelf ook terug aan het werk was en op voorhand nooit had durven denken hoe vermoeiend dat ging kunnen zijn. Een nieuwe job (weliswaar op dezelfde plek maar er is toch genoeg veranderd om een beetje zenuwachtig terug aan de slag te gaan), nieuwe dingen leren, full time werken, en ondertussen een vriend en kind in leven proberen te houden. Ook vriendlief houdt er een hels tempo op aan zodat er dagen zijn waarop hij nog net een kus op de wang van zijn zoon kan planten alvorens die laatste in zijn bed gedeponeerd wordt. Zoonlief besloot ook plots om ‘s nachts terug honger te krijgen waardoor we menig nachten uren op de wekkerradio hebben zien verschijnen die ik liever met mijn ogen dicht meemaak. Op een avond bekende het lieve lief dat hij zich tijdens een meeting plots bedacht dat hij met zijn ogen dicht zat waarop ik repliceerde dat ik diezelfde dag mezelf ook betrapt had op het in slaap vallen tijdens het lezen van een email. Liters koffie jaagden we er beiden door en nog  hadden we stekskes nodig om onze ogen open te houden.

Dat alles bereikte een hoogtepunt afgelopen vrijdag, toen ik vroeger dan anders mijn boeltje pakte op m’n werk om thuis in mijn bed te kruipen met koorts, rillingen en keelpijn. Ik stuurde een smsje naar mijn lief met de boodschap dat hij ons jongetje moest gaan halen in de crèche. Rond 18.30 kwam hij thuis, nat van de regen, met zo’n zielig hoopje zoon dat we voor het eerst in ons leven in allerijl naar de huisartsenwachtpost reden. Het verdict viel nog mee (een stevig ontsteking van de bovenste luchtwegen) maar het ganse weekend geraakten we niet veel verder dan onze zetel. Dafalgan, strepsils en hete thee voor ons en neusdruppels en warme moedermelk voor de kleinste.

h1

Borstvoeding

31 augustus 2014

Borstvoeding.

Ikzelf vond het niet meer dan logisch dat ik borstvoeding zou  proberen te geven aan mijn kindje. Die tieten zitten er immers niet voor niks. Bovendien is het gratis, altijd voorhanden, altijd op temperatuur en nog steeds het beste voor je kindje. Daarbij, een pint is toch altijd beter als’t van’t vat is?

Ik was op voorhand naar een ‘borstvoedingsles’ geweest. Deze zou meer dan een uur duren, wat ik niet begreep. Borstvoeding was toch gewoon uw tiet in de mond van uw kleine steken? ‘Zijn er specifieke vragen?’, begon de vroedvrouw de les. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik begrijp niet wat daar zo moeilijk aan kan zijn en waarom daar zoveel heisa rond is?’ Boy oh boy, wist ik toen veel.

Vanaf dag 1 deed het ongelofelijk veel pijn. De oorzaak is echter nooit echt gevonden. Ik dacht dat het zo hoorde, maar de vroedvrouw en verschillende vriendinnen die ook borstvoeding gaven zeiden me van niet. Ik had me er bij neergelegd en nam me telkens voor om het ‘nog een paar dagen vol te houden’. Een paar dagen werden een paar weken, weken werden een paar maanden.

Omdat het zoveel pijn deed had ik me voorgenomen om te stoppen met borstvoeding van zodra ik terug ging werken. Kolven op het werk zag ik sowieso niet zitten en ik zou ook graag eindelijk eens weer kleren kunnen aandoen waarbij je niet per se in een paar seconden een borst uit tevoorschijn kan toveren. (Ik zou ook graag weer eens een gin-tonic willen drinken maar dat heb ik niet luidop gezegd.) Ik keek er om verschillende redenen naar uit om te kunnen stoppen met borstvoeding. Niet alleen deed het pijn, ik zweette ook altijd gelijk een otter, en mijn zoon bleef altijd zodanig onverschillig dat het ondankbaar overkwam.

Die ene keer dat mijn zoon mij na de borstvoeding recht aankeek en ik bijna huilde van blijdschap om zoveel erkenning was het enkel om een gigantisch luide boer recht in mijn gezicht te kunnen laten.

En toen. Mother Nature is a bitch.

Sinds een week doet de borstvoeding amper nog pijn, kijk mijn lieve kleine zoon me recht aan met zijn grote diepblauwe ogen terwijl hij drinkt en laat hij steevast los met een zalig grote glimlach op zijn lippen en stralende ogen, ‘Ma, dat was weer superlekker, merci!’ lees ik er in.

Kolven op het werk zie ik nog steeds niet zitten, maar die fantastische voedingsmomenten met mijn zoon zullen ze me nu niet meer afpakken. Even raad gevraagd bij de vroedvrouw, en ik zal ‘s ochtends, ‘s avonds, ‘s nachts en in het weekend nog ‘life’ voeden (zoals dat dan zo mooi heet) en overdag krijgt hij flesjes in de kinderopvang. De gulden middenweg. ‘s Ochtends en ‘s avonds comfy kleding inclusief gemakkelijke toegang tot de borst en overdag mijn garderobe die ik al bijna een jaar niet meer heb kunnen aanspreken ondertussen. Heerlijk. Nu nog gin-tonics mogen drinken op het werk en mijn wolk is ècht roze.

 

 

 

h1

Leuk en minder leuk.

6 augustus 2014

Minder leuk:

+ Krijsen. Gillen. Niet weten wat te doen als ie één van zijn buien heeft. Hem achter het behang willen plakken. Het raam dicht doen uit voorzorg omdat ik me op zo’n momenten wel eens durf voorstellen wat er zou gebeuren moest ik hem in een iets te enthousiaste wiegbeweging ‘per ongeluk’ het raam uit keilen. (telkens ik me dit inbeeld voel ik me een fractie van een seconde later ongelofelijk schuldig dus zo erg zal het nog wel niet zijn).

+ Nooit meer gerust zijn. Altijd met een half oor liggen luisteren. Je in je zetel nestelen met een tas koffie en een goed boek en niet weten of je daar een half uur of een halve minuut zal kunnen liggen. Een lekker tas koffie die je in één teug naar binnen kapt omdat de kans dat ie anders ijskoud staat te worden terwijl je staat te troosten te groot is.

+ Ik ben diegene die hem altijd mee naar huis moet nemen op het eind van de avond. Ook als ie huilt en stinkt.

 

Leuk:

+ Ik ben mama. Er heeft me nog nooit iemand met ‘mama’ aangesproken en het kind is waarschijnlijk nog veel te klein om te beseffen dat ik zijn moeder ben (ik verdenk hem ervan dat hij maar twee dingen ziet als hij naar mij kijkt: een linker- en een rechterborst) maar toch: ik ben mama.

+ Dat poepke van hem. Ik kan blijven kijken naar dat poepke wanneer hij op zijn buikje ligt te slapen, handjes naast zijn hoofd, voetjes onder zijn knietjes en zijn poepke recht omhoog. <3

+ Hij vertrouwt mij. Soms valt hij in slaap terwijl ik wiegend rondloop met hem, of op mijn buik als we samen in de zetel liggen. In de draagdoek is ie steevast aan het slapen. Het ventje vertrouwt mij zodanig dat ie zich volledig overgeeft aan mij. Als zijn ogen wegdraaien en zijn mond in een spastisch glimlachje verandert zie ik hem denken ‘Moeder, ik vertrouw u volledig; ik ga efkes een dutje doen. Houd gij de boel in de gaten?’ Wat een heerlijk gevoel.

+ Zijn comateuze katerachtige toestand na veel gedronken te hebben bij mij.

+ Ik ben diegene die hem altijd mee naar huis mag nemen op het eind van de avond. Altijd. <3

h1

Restjes bevalling

29 juli 2014

Stukjes en beetjes die ik nog kwijt wou over de bevalling en de dagen nadien zodat deze niet verloren gaan in de donkere krochten van mijn hoofd (heel waarschijnlijk hoort deze blogpost in de categorie too much information, maar ge weet, ge moogt altijd uw ogen dichtdoen):

Dat ik een hoge pijngrens had, zei de gynaecoloog nadat hij mij gestript had. Of ik zeker was dat ik niet al eerder kinders gebaard had, vroeg de vroedvrouw toen ik mijn zoon op de wereld zette. Of ik geen pijnstillers nodig had, vroeg de vroedvrouw verbaasd daags nadat hij geboren was en na een blik op dat wat geknipt geweest was.  Sommige vrouwen vlogen nu tegen het plafond, zei de vroedvrouw aan huis een tweetal weken later, toen ze een te spannend draadje los sneed. En ook wel, ‘hola, haute couture!’ toen ze een eerste blik wierp op het kunstwerkje daar onderaan. Blijkbaar verdraag ik pijn redelijk goed. Toch was bevallen het meest pijnlijke dat ik ooit heb meegemaakt. Plaatst de helse pijnen die mijn lief doormaakt als hij een verkoudheid heeft ook in een heel ander daglicht natuurlijk.

HMMMPPFFFRRR kreunde ik toen ik een eerste keer mocht persen. Zo hoorde het toch, dacht ik. Ik vond dat ik een mooie kreun had neergezet, vergelijkbaar met wat je op tv hoort. Ik was best tevreden van mijn gekreun. ‘Meiske, steek uw energie in het persen zelf, niet zozeer in het kreunen’ zei de vroedvrouw echter meteen.

De gynaecoloog bij het strippen. Vroedvrouw numero 1 en 2 en nogmaals de gynaecoloog bij de bevalling zelf. Duizendachtendertigtachtig andere vroedvrouwen tijdens de kraamperiode. Tenslotte mijn lief die voorzichtig een kijkje nam en ‘euhm. sja.’ zei toen ik vroeg hoe het eruit zag. Mijn onderstel is nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, beoordeeld, verzorgd en aangeraakt geweest. Het leek wel opendeurdag. Letterlijk en figuurlijk, achteraf gezien. Het gapende zwarte gat dat mij toelachte toen mijn lief na de bevalling een spiegel gaf staat in mijn geheugen gegrift.

Niet alleen mijn onderstel, ook mijn borsten zijn nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, aangeraakt, gemasseerd en beoordeeld geweest. De borstvoeding kwam goed op gang, maar deed heel lang ongelofelijk veel pijn. Gelukkig werd ik geholpen door een aantal lieve vroedvrouwen, maar het blijft raar om ze te pas en te onpas boven te halen.

Nu, 9 weken later, kijk ik met een diep gelukkig gevoel terug op mijn bevalling. Het was het meest pijnlijke wat ik ooit meegemaakt heb, zeker, maar dat moment waarop je dat kleine kleine kindje voor het eerst in je handen houdt en voor het eerst ontmoet, kan met geen woorden beschreven worden. Het gevoel in de kraamperiode, dat de wereld heel even alleen rond jouw kindje en jou draait, is onbetaalbaar.

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 37 andere volgers