h1

Over roze olifanten

3 december 2008

Maandagavond. Donker, regenachtig. Ik fiets naar de avondschool, niet al te snel – het ging bergop – en met mijn hoofd vol gedachten. Ik was aan het denken aan mijn bed (ik was moe), aan mijn lief (ik miste hem) en aan champignonnen die pruttelen in room- en tomatensaus (ik had honger). De gewone dingen des levens dus.

Plots hoorde ik een luid geschuifel achter mij. Ik zie een jongen zwalpend op de fiets veel te snel langs mij passeren, met zijn voeten over de grond schuivend, in een wanhopige poging zijn fiets tot stilstand te brengen. Zijn stuur vliegt met een razende snelheid tegen de lantaarnpaal, en de jongen vliegt als in een slechte comedy voorover, hoofd eerst, recht de gracht in.

En dit allemaal in een halve milliseconde.

In de volgende halve milliseconde komt hij vliegensvlug recht, steekt zijn krullenkop de lucht in en kijkt me met een rode kop aan. Ik staar met open mond naar de jongen, kijk naar de takjes in zijn haar en vraag of het gaat. Hij stottert snel ‘jaja’ en kruipt de gracht uit. Ik kan me wel inbeelden hoe de jongen zich voelt: snel fietsend een meisje willen voorbijsteken en een seconde later in de gracht liggen. Je zou voor minder een rode kop krijgen.

Eigenlijk wou ik hem gewoon uit die gracht helpen, de bladeren van zijn jas kloppen, zijn stuur recht zetten en de takjes uit zijn krullen verwijderen. Maar ik wou het hem niet nog pijnlijker maken dan het al was en heb hem en zijn fiets alle privacy gegeven en ben verder gefietst. Hem trillend op zijn benen achterlatend, ik met open mond en grote ogen verder fietsend.

Dinsdagavond, in een klein stationnetje niet ver van Leuven. Donker, regenachtig. Ik sta te wachten op de stoep tot iemand me komt ophalen, ze kan elk moment arriveren. Naast mij staat een man een sigaret te roken. Ook hij lijkt te wachten op iemand.
Plots haalt hij zijn – uhm sja – gerief naar boven en begint te plassen. Ik kan mijn ogen niet geloven. Snel kijk ik nog eens om – heb ik dat wel goed gezien? – maar ja hoor: zijn water klaterde luid en duidelijk. Op een halve meter van mij. Midden op straat. Mijn gedachten gingen razend tekeer. Wat doe je in zo’n geval? Moest ik hem negeren en doen alsof ik niets zag noch hoorde of moest ik hem aanmoedigen (verder! ja!! nog verder!)? Geen van de twee leek mij de juiste oplossing aangezien ik nog nooit een man heb aangemoedigd bij het plassen en als er iemand op een halve meter van je zijn water lost kan je onmogelijk doen alsof er niets aan de hand is laat staan een praatje over koetjes en kalfjes beginnen.
Dus liep ik toevallig de andere kant op, het hoekje om. Daar stond ik dan verder te wachten met grote ogen en hopend dat de man me niet al waterend zou volgen.

Als er nu een grote roze olifant uit de lucht valt, op een meter van mij neerkomt om vervolgens de Brabançonne te beginnen zingen, ik zou er niet eens meer van opkijken.

Advertisements

6 reacties

  1. Ik zou er een filmpje van maken, dat kan nog geld opbrengen. Want volgens mij zijn zingende roze olifanten behoorlijk zeldzaam.


  2. vandaag ook iemand zien slapen aan de deur van een studentencafé tot ‘ie plots wakker schoot, overgaf en terug in slaap viel.
    Echt ieuw


  3. Amai, die jongen op de fiets steekt u keihard voorbij bij de bergop? En dan zo afgaan…


  4. echt superbizarre mensen op deze wereld.
    de grootste gekken lopen rond op straat pleegt iemand in mijn omgeving wel eens op te merken…


  5. Dat brengt wel enig vertier in het leven, die onverwachtse spektakels :p


  6. Hahaha, ne mens kan toch wa meemaken he!



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: