Archive for the ‘studie en werk’ Category

h1

Over pendelen

16 december 2010

Als uw dagen dag na dag te beschrijven zijn als trein op – trein af –  werken – eten – werken – trein op – trein af – eten – slapen dan hebt ge niet zo heel veel te vertellen. Op de trein ziet ge wel wat mensen maar ik ben nog niemand noemenswaardig tegengekomen buiten misschien die dame van wie ik onder de indruk was omdat ze er zo chique en belangrijk uit zag. ’s Avonds laat op de trein belde ze  naar haar dochter om te zeggen dat moest die laatste nog vragen  hebben voor haar toets van morgen dat ze het morgenvroeg mag vragen aan mama en dat ze ’s anderendaags thuis zou werken, dat was beloofd. Twee dagen later zag ik haar terug op de trein, ditmaal richting Leuven, en ze was een presentatie aan het nakijken. De template was er eentje van de KBC en ook haar pen die ze vasthad was van dezelfde bankinstelling dus ik vermoed dat ze daar in één van die mooie kantoren werkt en erg belangrijk is. Ik kijk om één of andere reden altijd op naar mensen die volgens mij een job met veel verantwoordelijkheid hebben.

Of zoals die keer dat een oudere dame mij bruusk wakker maakte uit mijn treinslaap om te vragen of ik in Godweetwaarweookwaren moest uitstappen. Ik dacht even dat er brand uitgebroken was. ‘Neenee, de eindhalte moet ik hebben’, stelde ik haar gerust. Dan mag je verder slapen zei ze. Ik deed geen oog meer dicht.

Of zoals die twee acteurs uit thuis die al twee keer op hetzelfde perron als mij stonden te wachten op de trein naar Antwerpen. Volgens mijn zus – die ook pendelt sinds kort en wel op dezelfde trein als mij – waren ze het niet en leken ze er enkel een beetje op maar ik ben er zeker van dat ze het wel waren. Of misschien ook niet.

Ik kan niet klagen over de trein. Het is lang rijden maar vertragingen heb ik nog niet gehad. Meer nog, toen het een tweetal weken geleden zo sneeuwde zat ik vermoedelijk op de enige trein die _sneller_ aankwam op zijn eindbestemming dan gewoonlijk.

Ten slotte heb ik enkele dagen geleden vastgezeten in het station van Antwerpen – daar zijn ondergronds ongelofelijk veel gangen, u moest eens weten. Ik ben blijkbaar een deur doorgegaan waarvan ik vermoedde dat het een uitgang was maar het bleek een doorgang te zijn die ze vergeten waren dicht te maken waardoor ik plots in een netwerk van gangen en tenslotte een werf uitkwam. Dat was zo’n traumatische ervaring dat ik er liever nog niet te veel aan terugdenk.

Advertenties
h1

Maar we werken om te leven.

23 juli 2009

Ik leef nog! En hoe. De tijd vliegt voorbij. En toch ook weer niet. De dagen duren lang, maar wanneer je op de kalender ’23 juli 2009′ ziet staan besef je dat de zomer al bijna halfweg is. 

Mijn dagen worden gevuld met Elisa’s, restimulaties van cellijnen, C57Bl6 muizen verzorgen en opvolgen, nieuwe experimenten plannen, APC’s, CD4+ T cellen en andere opzuiveringen. Proliferatietesten van KD6 400 MBP monoclonale en polyclonale cellijnen. Jawaddedadde.

Maar we werken om te leven, zodus vullen we die oh zo kostbare vrije tijd in met naar zee gaan, BBQ’en, wandelen, in fancy restaurants gaan eten, tranen met tuiten lachen omdat er knettersnoep in het dessert zit waardoor het knettert langs alle kanten in onze mond. We zitten veel in de auto, onderweg naar overal en nergens. Leuven, zijn thuis, mijn thuis, de zee. We dromen stiekem van een eigen plekje en zweren dat we beiden onze tassen (ik een blauwe van hedgren, hij een bruine leren) gaan verbranden van zodra we een eigen echte thuis hebben en we niet meer uit zo’n gdvrdms weekendtas moeten leven (merk mijn frustratie op). Al zal het toch nog een tijdje duren eer het zover is. Maar zolang meer dan de helft van mijn dagen eindigen in zijn armen, ben ik al een zeer gelukkige mens.

h1

Ik ben blij, echt waar. En een heel heel heel klein beetje droevig.

23 juni 2009

Dus, waarom ik dat hele vorige relaas plots weer oprakelde.

Mijn zuster studeert af.

En mama en papa zijn fier op haar. Terecht, dat mag wel gezegd worden. Ze wordt gepromoveerd tot burgerlijk ingenieur- architect.

(volledige titelvermelding is heel belangrijk, telkens iemand me vroeg wat ze studeerde en ik zei ‘architect’ verbeterde ze me: ‘Nee! Het is wel _bur-ge-lijk in-ge-ni-eur ar-chi-tect_’) 

Volgende week vrijdag heeft ze proclamatie. En mama en papa zijn er al dagen over bezig. Zijzelf ook. Haar ogen blinken en ze is trots en blij en jong en vrolijk en dartel (ze leest mee, vandaar de adjectieven). Haar punten waren in januari heel erg goed, nu gingen de examens ook goed en haar thesis is een prachtwerk (dat moet zelfs ik als evil sister toegeven). Ongetwijfeld grote onscheiding.

En ik gun haar dat! Ze werkte hard en is intelligent en ze heeft een schoon handschrift (dat heeft er niks mee te maken maar mama beweert dat architecten – excuseer, _burgelijk ingenieur_ architecten, mooi moeten kunnen schrijven. Ok dan.) Ik ben dus oprecht blij voor haar dat ze afgestudeerd is en dat ze schone resultaten gehaald heeft.

Maar – en laat me nu maar gewoon – dat doet ook een beetje pijn. Omdat mijn proclamatie één soep was. Omdat ik pissig was en gehuild heb. Omdat mama mij dat altijd kwalijk heeft genomen. Ze heeft me dat één keer gezegd maar ik voel dat nog altijd. Ze wou zo graag pronken met mij, die dag.

Dus ja, ik ben blij voor mijn zus. Echt waar. Maar laat me nu maar gewoon stilletjes in mijn hoekje zitten. Beetje (heel heel heel klein beetje maar) triest zijn omdat zij mij doet denken aan hoe het bij mij (ook) had moeten/kunnen zijn.

h1

Dingen die je niemand toewenst.

1 april 2009

+ Erg zin hebben in Choco spritsen maar het pakje niet open krijgen. Gefrustreerd het papier eraf trekken waardoor de kruimels in het rond vliegen.

+ studeren terwijl de eerste echte lente echt in het land is.

+ Opstaan, de zon schijnt. Voor je kleerkast staan maar in de verste verte niets leuks terugvinden dat bij die eerste zon past.

+ de eerste echte rotvlieg van het jaar die je de ganse tijd ambeteert als je aan je computer werkt. Je concentreren op de vlieg met een kwade blik, klaar om de aanval aan te gaan. Half rechtstaand van je stoel, je arm bewegingsloos in de lucht om het beest te vangen. Heel langzaam naar voor leunen en met een vliegensvlugge beweging trachten de vlieg te vangen; Wat uiteraard niet lukt waardoor  het lijkt alsof je wat onnozel in de lucht staat te maaien met je armen. En dan zien dat er een collega achter je in het deurgat geamuseerd stond toe te kijken.

+ Toekomen op je werk, je trui uittrekken. Iedereen gedag zeggen. Op je gemak een tasje koffie halen. Naar het toilet. In de spiegel zien dat je je T-shirt achterstevoren aan hebt.

h1

Over de zoo en negerkes.

28 juni 2008

Als ge over iets schrijft lijkt het altijd vele interessanter, boeiender en spannender dan wanneer ge er niet over schrijft. Ik kan naar de zoo gaan en er niet over schrijven en na drie weken halvelings vergeten dat ik naar de zoo geweest ben en ‘ach ja, da’s waar, dat heb ik ook gedaan’ denken als iemand over een rondleiding in de zoo vertelt. Om het dan binnen een jaar helemaal vergeten te zijn en te denken dat het weer minstens tien jaar geleden is dat ik nog in de zoo geweest ben.

Maar ik kan er ook over schrijven en zeggen hoe fijn het voelde om om drie uur ’s middags zonnestralen op mijn snoet te voelen, omdat ik om drie uur ’s middags normaal gezien nooit zonnestralen op mijn gezicht voel aangezien ik dan aan het werk ben maar die dag toen niet – we hadden een user day in de zoo van één of andere firma waar we vaak producten van kopen in het labo. En ik voelde niet zomaar de zonnestralen op mijn snoet maar ik voelde ze terwijl er links van mij een panter liep en rechts een paar okapi’s naar mij stonden te kijken wat het geheel eens zo absurd en leuk maakte.

Na de verplichte lezingen kregen we dus die rondleiding in de zoo en we mochten een slang vasthouden en ik heb een tarantula van heel erg dichtbij gezien maar niet aangeraakt, dat mocht niet – vele mensen zijn blijkbaar allergisch aan de haren op de poten van die spinnen – wat ik eigenlijk wel jammer vond. Niet zozeer omdat ik ècht eens een tarantula wil vasthouden dan wel omdat ik graag zou willen kunnen zèggen dat ik ooit eens een tarantula heb vastgehouden. Nu kan ik enkel zeggen dat ik zo’n spin van héél erg dichtbij heb mogen bekijken, zonder glas tussen, maar toch, het is een stuk minder cool dan kunnen zeggen dat je zo’n beestje hebt vastgehouden.

We namen de trein een uur later terug naar huis na die user day zodat we nog één keer de toer konden doen, voorbij de apen, panters, nachtdieren, leeuwen, jaguars, olifanten en giraffen. Die laatsten hadden besloten net op dat moment binnen te staan, maar dat maakte niet uit, het gevoel dat er zich op dat eigenste moment op een kleine tien meter afstand van jou echt levende giraffen stonden maakte ook al veel goed.

En wisten jullie dat vroeger – toen de zoo nog een echte tuin was waar je enkel op uitnodiging binnen mocht – een rijk iemand ooit een negerke kado gedaan heeft aan de zoo? In de beginjaren liep hij als curiositeit rond in de zoo en later werd hij portier en uiteindelijk mocht hij de vogelkes verzorgen. Hij trouwde met een meisje uit Boom en leefde nog lang en gelukkig. Ge moogt daar niet mee lachen en al – ge moogt tegenwoordig nooit lachen met verhalen over kleurlingen – maar stiekem vond ik dat verhaal toch hilarisch. Mijn lach werd minder stiekem toen de begeleider vertelde dat ze dezer dagen geen negerkes meer hebben rondlopen in de zoo omdat ge tegenwoordig meer negerkes buiten de zoo dan in de zoo vindt. Hoe hij dat zo ongecompliceerd vertelde, zonder een greintje sarcasme of racisme, dat maakte het alleen maar mooier. Ge zou er spontaan alle negerkes in Antwerpen van beginnen knuffelen.

h1

niet enkel kommer en kwel

6 maart 2008

Dingen die me blij maakten gisteren en vandaag:

* ‘Killing in the name’ van Rage against the machine gigantisch luid in mijn oren laten schallen terwijl ik fiets en in mijn hoofd luid meeroepend door leuven rondfietsen met een gigantisch hoog Je m’en fou-gehalte. It’s like therapy.

* De knalroze rok met witte bollen die ik me gisteren aangeschaft heb.

* Met twee vriendinnen een avondje uit. Lekker gaan eten in de werf en een nieuwe cocktailbar (Louvain Louvain heette het, denk ik) uittesten op de oude markt.

* De perfecte caipiriña die ik daar voorgeschoteld kreeg.

* De prof die je komt feliciteren omdat je toegelaten bent tot het doctoraatsprogramma.

* Toegelaten zijn tot het doctoraatsprogramma.

* Een sympathieke collega tegen wie ik eigenlijk niet meer dan een ‘goedemorgen’ en ‘goedeavond’ zeg die me onverwacht een mail stuurt waarin hij vertelt dat hij er dringend even tussenuit moet. Dat hij een avondje naar Gent wilt volgende week. En of ik toevallig geen zin heb om mee te gaan.

U ziet, mijn leven is niet enkel kommer en kwel ook niet – verzekers niet.

h1

Over intelligentie en bescheidenheid

22 december 2007

In onze onderzoeksgroep werkt er een uiterst sympathiek dame, Halimah. Ze zorgt ervoor dat er altijd verse koffie klaar staat voor iedereen, dat de koffietassen en waterglazen afgewassen zijn en dat er altijd thee voorhanden is. Ze heeft drie verschillende kerstbomen gezet op verschillende plaatsen in het labo, mèt pakjes eronder.

En ik verdenk haar ervan de meest intelligente vrouw van allemaal te zijn. Ik ben vergeten van waar juist ze afkomstig is, maar het was alleszins van Azië. Ze spreekt vlot drie talen: haar moedertaal, engels en nederlands. Ze kent iedereen van de ganse onderzoeksgroep – toch meer dan honderd mensen – bij naam. Meer nog, de tweede week dat ik er werkte kwam ik ze tegen en vroeg ze mijn voornaam. Ik vertelde haar die, waarop ze prompt mijn voor èn achtenraam zei. “Ja, ik doe ook de post, en heb het gelezen.” zei ze. Ze weet van iedereen wie wat doet. Daarbovenop is ze nog eens bescheiden ook. Intelligent en bescheiden, het is weinig mensen gegeven.

Niemand is onvervangbaar, zegt men. Toch verdenk ik Halimah ervan onvervangbaar te zijn. Is ze een week ziek, staat het labo op zijn kop. Mensen vloeken al dan niets binnensmonds en hangen venijnige nota’s op gericht aan hun collega’s omdat er geen verse koffie is. Het aantal propere tassen slinkt zienderogen, vuile tassen stapelen zich exponentieel op. De spoelbak in het keukentje ligt vol met gebruikt bestek, vuile glazen en gebruikte borden. De melk is op. Alle theezakjes zijn weg. Overal opgedroogde koffievlekken en gebruikt keukenpapier. Er heerst chaos in het labo en mensen zijn slechtgezind.

En onlangs was het zover: de gevreesde nota hing aan het prikbord.

“Ik ben met vakantie van 18/12 tot en met 2/1.
Ik wens jullie prettige feesten en een heel gelukkig nieuwjaar.
Halimah”

Twee weken zonder Halimah. Kondig het einde van de wereld aan en er zou niet meer paniek uitbreken in het labo.

Ja, Halimah, die kunnen we niet missen.