Archive for the ‘uit het leven gegrepen’ Category

h1

Maar we werken om te leven.

23 juli 2009

Ik leef nog! En hoe. De tijd vliegt voorbij. En toch ook weer niet. De dagen duren lang, maar wanneer je op de kalender ’23 juli 2009′ ziet staan besef je dat de zomer al bijna halfweg is. 

Mijn dagen worden gevuld met Elisa’s, restimulaties van cellijnen, C57Bl6 muizen verzorgen en opvolgen, nieuwe experimenten plannen, APC’s, CD4+ T cellen en andere opzuiveringen. Proliferatietesten van KD6 400 MBP monoclonale en polyclonale cellijnen. Jawaddedadde.

Maar we werken om te leven, zodus vullen we die oh zo kostbare vrije tijd in met naar zee gaan, BBQ’en, wandelen, in fancy restaurants gaan eten, tranen met tuiten lachen omdat er knettersnoep in het dessert zit waardoor het knettert langs alle kanten in onze mond. We zitten veel in de auto, onderweg naar overal en nergens. Leuven, zijn thuis, mijn thuis, de zee. We dromen stiekem van een eigen plekje en zweren dat we beiden onze tassen (ik een blauwe van hedgren, hij een bruine leren) gaan verbranden van zodra we een eigen echte thuis hebben en we niet meer uit zo’n gdvrdms weekendtas moeten leven (merk mijn frustratie op). Al zal het toch nog een tijdje duren eer het zover is. Maar zolang meer dan de helft van mijn dagen eindigen in zijn armen, ben ik al een zeer gelukkige mens.

Advertenties
h1

De vliegeraar

2 juli 2009

Ik ben 24 en ik had nog nooit gevliegerd. Nog. Nooit. Gevliegerd?! Zie ik u denken. Ja, ik weet het, maar lees vooral de ‘had’, wat dus impliceert dat ik het ondertussen wel gedaan heb en u het niet meer tegen mij kan gebruiken (niet dat er iemand wist dat ik nog nooit gevliegerd had, iederéén heeft immers al gevliegerd op zijn 24ste, maar ik dus niet – en nu weet u het).

Beetje laat om mee te beginnen, ik weet het, maar toch. Een mens moet toch ooit in zijn leven gevliegerd hebben?

Mijn lief en ik trokken dus naar het strand met een vlieger. Niet eens zomaar een vlieger, maar een mooie handgemaakte vlieger die zijn ouders als souvenir mee uit Bali hadden genomen. Ze wisten niet dat we gingen vliegeren (wat misschien maar beter zo was). De vlieger zag er zo handgemaakt uit dat we beiden vermoedden dat hij toch nooit de lucht in zou gaan. Maar voor alle zekerheid liepen we alle andere vliegeraars op het strand, met hun mooie, kleurrijke, grote, lichte maar fabriekgemaakte plastieken vliegers voorbij. Tot niemand ons nog zag. Ze moesten ons maar eens kunnen zien, twee 24-jarigen, met een touwtje in hun handen en een vlieger een tiental meter verder koppig in het zand.

Hij hield het touw vast en wikkelde het zorgvuldig enkele meters af. Ik hield de vlieger vast. ‘Klaar?’, vroeg ik. ‘Klaar!’ riep hij. Ik duwde de vlieger met zijn neus de lucht in, en liet hem los. En. Hij vloog! Hij vloog. We wikkelden het touw verder af tot het niet meer verder kon. Enkele duikelingen door de lucht en enkele crashes in het zand, maar hij kon vliegen! En als we er niet te wild mee deden bleef hij omhoog. Daar stond ik dan, met een touw in mijn handen. Fier als een gieter, met een mooie vlieger in mijn handen. Een handgeschilderde, grote blauwe vlieger.

Een uurtje later keerden we terug. En getuigde enkel het zand op de kop van de grote blauwe vlindervlieger tegen de muur nog van ons grote avontuur.

h1

Ik ben blij, echt waar. En een heel heel heel klein beetje droevig.

23 juni 2009

Dus, waarom ik dat hele vorige relaas plots weer oprakelde.

Mijn zuster studeert af.

En mama en papa zijn fier op haar. Terecht, dat mag wel gezegd worden. Ze wordt gepromoveerd tot burgerlijk ingenieur- architect.

(volledige titelvermelding is heel belangrijk, telkens iemand me vroeg wat ze studeerde en ik zei ‘architect’ verbeterde ze me: ‘Nee! Het is wel _bur-ge-lijk in-ge-ni-eur ar-chi-tect_’) 

Volgende week vrijdag heeft ze proclamatie. En mama en papa zijn er al dagen over bezig. Zijzelf ook. Haar ogen blinken en ze is trots en blij en jong en vrolijk en dartel (ze leest mee, vandaar de adjectieven). Haar punten waren in januari heel erg goed, nu gingen de examens ook goed en haar thesis is een prachtwerk (dat moet zelfs ik als evil sister toegeven). Ongetwijfeld grote onscheiding.

En ik gun haar dat! Ze werkte hard en is intelligent en ze heeft een schoon handschrift (dat heeft er niks mee te maken maar mama beweert dat architecten – excuseer, _burgelijk ingenieur_ architecten, mooi moeten kunnen schrijven. Ok dan.) Ik ben dus oprecht blij voor haar dat ze afgestudeerd is en dat ze schone resultaten gehaald heeft.

Maar – en laat me nu maar gewoon – dat doet ook een beetje pijn. Omdat mijn proclamatie één soep was. Omdat ik pissig was en gehuild heb. Omdat mama mij dat altijd kwalijk heeft genomen. Ze heeft me dat één keer gezegd maar ik voel dat nog altijd. Ze wou zo graag pronken met mij, die dag.

Dus ja, ik ben blij voor mijn zus. Echt waar. Maar laat me nu maar gewoon stilletjes in mijn hoekje zitten. Beetje (heel heel heel klein beetje maar) triest zijn omdat zij mij doet denken aan hoe het bij mij (ook) had moeten/kunnen zijn.

h1

Met een lach en een traan.

15 juni 2009

Dat ik met hem kon, had ik geleerd op onze eerste echte reis samen.

Of ik zonder hem kon, vroeg ik me af.

Het antwoord wist ik van zodra hij me thuis had afgezet. We hadden nog samen lekker gegeten, buiten, in het zonnetje. Onze avonturen vertellend aan mijn ouders en zus. Genietend van witte wijn, de zon op onze snoet en echte lekkere Belgische asperges (wat ons na twee weken bonen met rijst ongelofelijk smaakte).

Het antwoord wist ik van zodra hij de auto in stapte en de oprit afreed.

Ik liep terug naar het terras, alwaar mijn mama met vers gezette koffie stond te wachten. “Jij ook een tasje?”, vroeg ze, direct gevolgd door een “En hoe viel dat nu mee, zo’n eerste keer lange tijd samen zijn, ging dat?” Ik keek haar aan en probeerde de brok in mijn keel weg te slikken. Ik wou “ja hoor”, zeggen, maar het enige wat er uit kwam was een ongelofelijk elegante snort gevolgd door een lange snik. En tranen, veel tranen. En ik wou nog zo stoer doen.

“Oei?”, kijkt ze me vragend aan.

“Hij is vertrokken”, was het enige wat ik wist uit te brengen.

“Oh”, zegt ze vertederd, “hoe lief”, en ze geeft me een knuffel. En snikt zelf eventjes mee bij het zien van zoveel verdriet. Vijf minuten later krijg ik zowaar een knuffel van de zus. En voor de gezelligheid snikt ze ook even mee.

Tien minuten later komt papa erbij zitten. “Wat is hier gaande?” vraagt ie.

Drie paar betraande ogen kijken hem aan.

“Hij is vertrokken”, zeg ik nogmaals. 

En dan schieten we allemaal in de lach.

h1

Cuba, baby

14 mei 2009

onderbroeken – sokken – BH’s – bikini’s – kniebroeken – korte broeken – rokken – kleedjes – Tshirts – Tshirt lange mouwen – fleece – rode jas – witte sjaal – handdoeken – zonnebril – zonnecrème – aftersun – lippenbalsem – pil – motilium – immodium – aspirine – gaviscon – ibuprofen – plakkers – compeed – muggenmelk – douchegel – shampoo – stok kaarten – kolonisten van Catan voor 2 – rekkertjes – plastieken zakken – pen – papier –  bril – lenzen – fototoestel – lader – lief – lonely planet – De ondraaglijke lichtheid van het bestaan – hoofdkussensloop – fototoestel action sampler – fotorolletje – busuren Viazul – paspoort – vliegtickets – treintickets – world assistance card

Ik ben er klaar voor, denk ik zo.

h1

Zaterdagavond

12 mei 2009

We zaten met z’n tweetjes alleen gezellig in de zetel een film te zien, mijn liefje en ik. Benen verstrengeld, handen die elkaar vastnamen, knuffelhouding. We waren thuis, dus dan mag alles. Terwijl we geconcentreerd naar het scherm keken voldeed zich volgende, uhm, conversatie

Ik liet een scheet.

Hij liet een scheet.

Hij boerde.

Ik boerde.

En toen zei hij, “liefje, ik denk wel dat we wat meer op onze manieren moeten letten vooraleer wij in staat zijn kinderen op te voeden.”

h1

Maar nu ben ik een beetje moe.

30 april 2009

Terwijl Leuven een heuse beveiligde burcht werd met afzettingen waar niemand door geraakte en politiemannen op de fiets/paard/auto/helikopter/motor iedereen en alles tegenhield (het werd bijna grappig) voelde ik mij zo vrij als een vogeltje. De zon scheen – letterlijk en figuurlijk – ik was vrolijk, iedereen leek vrolijk. Deze keer deed ik mee met de lente. Mensen gaven me complimentjes, kadootjes kwamen uit een onverwachte hoek, iemand bedankte me uitvoerig omdat ik haar uit de nood geholpen had. Dat was graag gedaan en niet eens zo’n grote moeite voor mij, maar haar dankbaarheid was des te groter en maakte mijn hele dag goed.

Ik at pizza casa di mama – èchte handgemaakte door de mama – daar kan dr Oetker toch nog steeds een puntje aan zuigen! En de dag erop kookte ik voor haar. En voor de broer, de papa en het liefje. Mama vond het lekker en mijn lief beloofde mij een mooie grote keuken later als ik altijd zo zou koken. We sliepen in de zon in de hangmat en waren te lui om het flesje cola dat naast ons op de grond lag op te pakken. Ik ging naar een cantus, zoals het hoort eerst frietjes eten met de makkers om vervolgens richting cantus te vertrekken. Het was lang geleden en alles is een beetje anders eens geen student meer, en de ad fundums gingen te snel voor mij maar het was leuk, leuk! Twee dagen later ging ik weer frietjes eten met nog andere makkers – maar zij hadden daar zo zin in! – en daarna gingen we bowlen en kickeren tot ik zo moe was dat ik rechtopstaand in slaap kon vallen.

Omdat te veel frietjes nooit goed zijn voor mijn geweten ging ik drie dagen later sla eten. Caesar salad! Ik had twee recepten opgezocht, een boodschappenlijstje gemaakt en stond aan de ingang van de GB toen ik verbeelding tegenkwam die de volgende dag zou vertrekken naar Finland. Ze had verschrikkelijk veel zin in frietjes zei ze, en vroeg of ik alsjeblieft niet mee wou gaan.

Mijn vlees is zwak.

(Maar de recepten voor de Caesar salad liggen nog steeds klaar!)

Een week geleden zijn vrienden van me bevallen van een prachtig zoontje dat ik zaterdagavond mocht gaan bewonderen tesamen met haar. Zij had gekookt en ik maakte dessert zodat het jonge paar aan niets anders moest denken dan aan dat nieuwe leven. Een nieuwe zomer die voor de deur staat brengt veel nieuw leven, zo bleek, toen eergisteren ook mijn nichtje beviel van een mooie dochter. Gisteren stond ik dan aan een ziekenhuisbed, tussen de trotse ouders, grootouders en peter. De kleine meid ging van hand tot hand tot bij mij (en toen gaf ze over – het was tijd om haar terug in haar bed te leggen). ’s Avonds heerlijk de dag afgesloten met cocktails en vrienden en spelletjes en gebabbel en gelach en – tenslotte – de armen van mijn liefje.

En nu, nu heb ik een beetje hoofdpijn. Straks ga ik dutten.