h1

Over samenwonen

27 juli 2010

Gaan samenwonen, dan rijzen er enkele existentiële vragen.

In hoeverre woon je samen met iemand, als je samen woont? Samenwonen als in _samenwonen_? Nu woon ik immers ook samen met drie meisjes, maar dat is anders. Wat moet je zeggen en vragen aan de andere en wat niet? Ik ben het gewoon om te doen en te laten wat ik wil, om te eten wanneer ik wil en wat ik wil, om weg te gaan wanneer ik wil en naar waar ik wil. Moet ik voortaan een schema voorleggen zodat mijn lief weet waar ik wanneer ben?

Moet ik het hem zeggen als ik besluit een ommetje te maken? Als ik naar de winkel ga voor 4 eieren omdat ik zo’n zin heb in verloren brood? Als ik een douche wil nemen midden op de dag? Als ik ga kakken?

Ik stelde hem die vraag en zei dat het me wel een beetje zorgen baarde.

Maar hij schoot in de lach en zei dat het allemaal wel los zou open. Dat het wel zou lukken, en dat dat echt niet zo moeilijk gaat zijn.

En ik moet het hem niet zeggen als ik wil gaan kakken.

h1

Over huwelijksaanzoeken

22 juli 2010

Ja mannekes, wat is me dat. Kom ik na een paar dagen terug naar mijn blog en blijkt dat jullie hier allemaal het verhaal van een huwelijksaanzoek verwachten.

Maar nu heb ik jullie allemaal goed liggen hè.

In tegenstelling tot wat de titel van die bericht suggereeert zijn huwelijksaanzoeken en de bijhorende trouwerijen en witte kleedjes en openingsdansen voorlopig nog zeker niet aan ons besteed. Verre van zelfs. Stopt dus allemaal maar met speculeren.

Ik kijk er daarentegen echt naar uit om elke dag thuis te kunnen komen in hetzelfde huis, met hem, bij hem. Elke avond na je werkdag kunnen thuiskomen in een proper huis, het eten dat staat te pruttelen in de potten en ik die het deksel oplicht terwijl ik ‘wat eten we vanavond?’ vraag. Elk weekend ontbijt op bed, vers geperst fruitsap en pistolets uit den oven. Een man die stofzuigt, de ramen lapt, de bedden opmaakt en de was doet. Die de vuilzakken buiten zet en frieten gaat halen als ik daar zin in heb. Die me elke avond toestopt en een nachtzoen geeft.

(soms mag je jezelf vanalles wijs maken)

h1

Over kinds zijn, travel grants, huizen en diamanten.

16 juli 2010

Ik las dit en moest lang nadenken vooraleer ik een antwoord kon formuleren. Maar toen wist ik wat het probleem was! Je bent immers toch nooit te oud voor alles wat je leuk vindt? Koetjesrepen, raketijsjes, sandwich-ijsjes, lekstokken for the win! Trampolinespringen, kersen aan je oren hangen, elkaar nat spetteren, peper op je hand en diep inademen – haaaaatsjoe!

Ondertussen doe ik keivolwassen dingen als travel grants toegewezen krijgen, presentaties voorbereiden, reizen ineen steken voor anderen, huizen kopen (haha) maar ik vier het allemaal wel met ijsjes en zwemmen en lekker eten.

Ik heb zoveel geluk de laatste tijd dat mijn collega’s me aanraadden om een lottoticketje in te vullen deze week. Ik won een travel grant (waar ik zo blij mee ben dat het hier twee keer vermeld mag worden jawel), ik kocht ons droomhuis (zie vorige opmerking), het regende en stormde zo hard dat iedereen al dan niet stiekem een beetje bang was maar op het moment dat mijn liefste lief en ik naar het restaurant wouden vertrekken om het tweejarig bestaan van ‘ons’ te vieren begon de zon te schijnen. We aten lekker en ik gaf hem een zoen en een kadootje waarop hij een pruillip trok omdat we hadden afgesproken elkaar geen kado’s te geven. Maar hij had het me vlug vergeven omdat we dit weekend met ons tweetjes naar de sauna gaan om vervolgens in een B&B te blijven logeren en af te sluiten met een ballonmeeting. Luchtballonnen for the win too!

‘Jij vond diamanten òp een ring niet zo mooi hè?’ vraagt mijn lief me. Een kwartier later tracht hij achteloos te vragen of mijn zus dezelfde maat van ringen heeft als ik. Ik lach luidop en geef hem een klapzoen op zijn wang.

Over diamanten gesproken.De verkoper van ons huis zit in de diamantsector. Hij belde mijn lief op en vroeg nog iets over de inboedel van het huis. Het gesprek nam echter een andere wending. ‘Nu we elkaar toch kennen…..je weet dat ik in de diamantsector zit en diamanten invoer en ze verkoop aan winkels en juweliers. Als je ooit geïnteresseerd bent…”.

Ik ga diamanten krijgen, best mensen, diamanten! Heelder schuiven vol. Aan elke vinger! En rond mijn nek! En in mijn oren!

(Een mens mag dromen)

(En nu ga ik een lottoformuliertje halen)

h1

58.

8 juli 2010

We reden terug naar Leuven. Hij bracht me echter niet naar huis maar reed een eindje verder. Ik begreep het eerst niet goed, ‘wat gaan we doen?’, vraag ik hem. Maar hij keek me glimlachend aan, parkeerde de auto, nam mijn hand en leidde me verder. ‘We gaan er eentje op drinken’. ‘Dat mag wel’.

We bestelden onze favoriete cocktails en toostten.

‘Op ons.’

‘En op ons huis.’

(nummer 58)

h1

Over zomer, trampolines en tuffende tantes.

6 juli 2010

Het zomert. Ik merk het aan de korte jurkjes en blote benen en ijsjes en de klammigheid die overal lijkt te hangen. Ik douche alsof mijn leven ervan afhangt maar afkoelen doet het niet. Ik slaap slecht omdat er te veel licht en te veel lawaai buiten is maar ramen dichtdoen is geen optie in deze hitte.

Het zomert. De weekends zijn te kort, de weekdagen te lang. We doen zoveel mogelijk in die twee korte dagen om toch maar het gevoel te hebben dat we vakantie hebben. We komen thuis en breken in ons eigen huis in omdat we de sleutel vergeten zijn. Met ladder en al, het was net echt. We springen naakt in de vijver omdat er toch niemand thuis is en dat mag en kan. We rijden naar Antwerpen om te shoppen en kopen veel te dure kleedjes maar omdat het solden is kan dat en mag dat. We rijden naar het verre Limburg voor een familieBBQ en zeggen vriendelijk gedag tegen de oude tantes en nonkels en zussen van tantes en nonkels van  mama die we eigenlijk niet eens zo goed kennen. ‘Ze tufte op mij toen ze gedag zei’, fluister ik tegen mijn lief. ‘Ik ben ook nat’, fluistert hij terug en hij veegt discreet zijn hand aan zijn mouw af terwijl hij een hand geeft aan de volgende in de rij.

We spelen met watergeweren, proberen kiekens te hypnotiseren, springen op de reuzetrampoline van ons neefje en nichtje en eten ijsjes zo groot dat we achteraf puffend met ons voeten in het water gaan zitten.

En tussen al dat gezomer door doen we ongelofelijk spannende dingen, maar daar vertel ik een andere keer over.

h1

Over de zon, hangmatten, cocktails, frisse briesjes en ruggemergcoupes.

2 juli 2010

Tijdens de aanloop naar de examens en tijdens de examenperiode is de bibliotheek van gasthuisberg een oase van concentratie. Iedereen is stil en studeert. Ook buiten ruikt het naar brein en alles en iedereen lijkt altijd en overal na te denken. Je krijgt er zowaar zin van om hard te werken, zelfs met het mooie weer.

Maar nu is hard werken moeilijk. Het is moeilijk je te concentreren als de rest van de wereld vakantie heeft (ja ik mag hierin overdrijven). Zeker als de temperatuur dat vakantiegevoel versterkt met een tiental graden. Zesendertig graden, ik bedoel, dan denk ik aan Egypte en woestijnen en kamelen en zo.

Ik probeer mezelf koppig wijs te maken dat mijn ruggemergcoupes (niet _mijn_ ruggemergcoupes, ze zijn afkomstig van muizen, maar u begreep dat wel – ik wil enkel de flauwe grapjassen voor zijn) veel en veel interessanter zijn dan een dutje in de zon buiten. In een hangmat. Met een cocktail er bij. En een fris briesje dat door de groene blaadjes waait. En iemand die mijn voeten masseert.

‘t Is moeilijk.

h1

Honderdachttien

23 juni 2010

Ik schrijf hier al sinds augustus 2007, en daarvoor had ik ook al een online groen plekje (wie zich dat herinnert mag zijn vinger nu omhoog steken). Tijd voor een update, dacht ik zo. Een mens verandert immers al eens van gedachten en dromen.

En daarom presenteer ik u honderdachttien. Het lijstje telt welgeteld honderdachttien dingen waarvan ik hoop dat ze ooit uitkomen of waarvan ik hoopte dat ze ooit uitkwamen. De titel zal veranderen naargelang er dingen op verschijnen of verdwijnen (u ziet, ik ben de logica zelve).

Sommige dingen kwamen al uit (ik denk aan 3, 21, en 100 als hoogdagen in mijn kleine leven). Anderen komen misschien (90) of zeker (44) dit jaar nog uit. Sommigen dromen die ik lang koesterde zijn ondertussen verwezenlijkt (20, 84) en hebben plaats gemaakt voor andere grote dromen (105). Sommige dingen komen zeker uit (85), anderen misschien (38). Soms is het makkelijk (53), soms iets minder gemakkelijk (111). Soms vraagt het veel voorbereiding (30), soms iets minder (76). Soms is het mijn idee (108), soms is het gepikt (112). Maar altijd zijn het dingen die ik vroeg of laat – met een beetje geluk – in het vet gedrukt wil zien staan.

h1

Mama zit op de koer.

19 juni 2010

Ondertussen smaakt de pizza weer een heel stuk beter.

Eigenlijk wou ik hier een stukje neerschrijven over nieuwe beginnen en leuke vooruitzichten en toekomstplannen en lekkere lieven maar het gaat iets heel anders worden.

Ik ben er nog van in de war.

Wij hebben thuis een koer. Je weet wel, aan de voorkant van ons huis. Kasseien in plaats van een grasveld. Onze koer dus. Mijn mama zat gisteren op deze koer. Blijkbaar. Dat zei ze toch toen Gili haar opbelde met mijn gsm, terwijl een honderdtal mensen meeluisterden en lachten (blijkbaar is een koer grappig). Hoe ik in die show terecht kwam en wat ik in godsnaam op het podium deed laat ik even achterwege (alhoewel – eigenlijk is het best wel grappig. De man had iemand met een iPhone nodig. Ondertussen weet u allemaal wel dat ik een iPhone heb. En blijkbaar was ik de enige in heel het publiek (ofwel waren de anderen allemaal erg flauw)). De man zei me iemand op te bellen, hij zou er even mee praten en dan neerleggen. Zo gezegd zo gedaan. Mijn mama vertelde dat ze op de koer zat toen hij het vroeg, hij maakte nog een kort praatje (van de zenuwen weet ik zelf niet meer waarover ze het gehad hebben) en hij legde neer.

Maar toen kwam de truuk pas. Ik moest een kaartspel schudden, couperen en de bovenste kaart zonder te kijken opnemen en op tafel apart leggen. Vervolgens moest ik een mij volkomen vreemd nummer opbellen (geloof me vrij, het was ècht een willekeurig samengesteld nummer bijeengeraapt door onder andere kaartjes te trekken en iemand uit het publiek wat nummers laten lezen van een 5 euro biljet, dus daar kan het niet aan liggen). Ik moest die man of vrouw opbellen en ik mocht er eender wat tegen zeggen, maar ik moest hem of haar zo ver krijgen dat hij een speelkaart zou zeggen. Ik bel dus met een klein hartje naar dat nummer en kreeg een zekere Bart aan de lijn. Ik geef de hele uitleg – maar hij begreep er niet veel van, vroeg nog of hij iets kon winnen of zo – maar uiteindelijk zei hij ‘klaveren tien’.

En toen mocht ik de kaart die op tafel lag omdraaien…klaveren tien.

Iemand die hier een uitleg voor heeft?

En dan, deel twee. Helemaal op het einde van de avond vertelt Gili dat hij voor een optreden altijd in de zaal gaat zitten en indrukken die hij heeft neerschrijft, in een koker steekt en die ophangt in het houten kistje dat de ganse voorstelling lang in de lucht hing boven het podium. Hij haalde deze rol er uit en rolde hem met iemand uit het publiek open. En wat stond daar onder andere op geschreven?

‘Mama zit op de koer.’

h1

Soms.

9 juni 2010

Soms heeft een mens niet veel te vertellen. Gewoon, omdat er niks te vertellen is. Of omdat dat wat er te vertellen is niet voor uw oren bestemd is. Of omdat dat wat er te vertellen is niet leuk is. Of omdat. Gewoon.

Soms zijn de dingen niet leuk. Gewoon, omdat het misloopt. Een banale fietstocht. Een banaal gesprek dat uitdraait in een woordenwisseling. Een zelfgemaakte pizza die plots zo lekker niet meer is. Een glimlach die krampachtig vastgehouden wordt maar uitdraait in tranen.

Soms is het gewoon zo.

Kan u trouwens uw neus snuiten met één hand? Ik namelijk niet.

h1

Over context en zo.

31 mei 2010

En zo zit ik hier, heel alleen in een klein kamertje in het grote gasthuisberg, met naast mij een ziekenbed en voor mij een rekje met dertig lege buisjes. Ik heb net mijn voorlaatste experiment achter de rug. U herinnert zich wellicht nog dat ik mijn lichaam aan de wetenschap verkoop in ruil voor wat geld. U mag er het uwe van denken, het heeft mij toch al een iPhone, een tienbeurtenkaart voor het squashcentrum hier in de buurt èn een mooie extra zakcent opgeleverd. Ik moet de komende vijf uren nog een dertigtal keren in een buisje blazen. Ze verzamelen mijn adem. Ze doen hier gekke dingen, inderdaad.

Toen ze mij vroegen of ik mee wou doen aan een rectale studie met ballonnen in mijn gat enzovoorts heb ik vriendelijk bedankt. Ik vroeg hen of ze daar überhaupt iémand voor vonden. ‘Ja hoor’, zeiden ze. ‘Je hebt mensen die het liever langs voor hebben en mensen die het liever langs achter hebben. Maar jij bent een slikker hè.’ Ik werd rood en verslikte me. Zij werd rood en besefte wat ze net allemaal gezegd had. Maar goed dat we beiden de context begrepen waarin ze haar gevleugelde woorden sprak.

Over context gesproken. Woensdag was ik samen met mijn lief gaan squashen (ah ja, met die tienbeurtenkaart). Donderdag voelden mijn benen erg stijf aan. Ik vertelde mijn lief dan ook dat ik stijf was tussen mijn benen, en wees naar de binnenkant van mijn dijen. ‘Ik ben ook soms stijf tussen mijn benen’, antwoordt hij. ‘Zou dat door het squashen komen?’ vraag ik hem, en draai me om om naar hem te kijken. Maar hij grijnsde breed en erg vettig.

‘Ah. Dàt bedoel je’.