h1

Geveld.

29 september 2014

Bam. In ons gezicht.

Geveld.

Daar lagen we, met z’n drietjes in de zetel. Eentje rochelend, reutelend, met etterende oogjes en een tiet in zijn mond. Eentje hoestend, met koorts en keelpijn en een tiet in iemands mond en de derde met keelpijn en een arm om de andere twee heen geslagen.

Een week nadat ie naar de crèche was beginnen gaan was daar die snotneus. Langzaam maar zeker kwam daar af en toe een hoestje bij tot het uitmondde in etterende oogjes, een lelijke hoest, nog slapelozere nachten dan ervoor en een ongeruste ik. Ik die sinds een maand zelf ook terug aan het werk was en op voorhand nooit had durven denken hoe vermoeiend dat ging kunnen zijn. Een nieuwe job (weliswaar op dezelfde plek maar er is toch genoeg veranderd om een beetje zenuwachtig terug aan de slag te gaan), nieuwe dingen leren, full time werken, en ondertussen een vriend en kind in leven proberen te houden. Ook vriendlief houdt er een hels tempo op aan zodat er dagen zijn waarop hij nog net een kus op de wang van zijn zoon kan planten alvorens die laatste in zijn bed gedeponeerd wordt. Zoonlief besloot ook plots om ‘s nachts terug honger te krijgen waardoor we menig nachten uren op de wekkerradio hebben zien verschijnen die ik liever met mijn ogen dicht meemaak. Op een avond bekende het lieve lief dat hij zich tijdens een meeting plots bedacht dat hij met zijn ogen dicht zag waarop ik repliceerde dat ik diezelfde dag mezelf ook betrapt had op het in slaap vallen tijdens het lezen van een email. Liters koffie jaagden we er beiden door en nog  hadden we stekskes nodig om onze ogen open te houden.

Dat alles bereikte een hoogtepunt afgelopen vrijdag, toen ik vroeger dan anders mijn boeltje pakte op m’n werk om thuis in mijn bed te kruipen met koorts, rillingen en keelpijn. Ik stuurde een smsje naar mijn lief met de boodschap dat hij ons jongetje moest gaan halen in de crèche. Rond 18.30 kwam hij thuis, nat van de regen, met zo’n zielig hoopje zoon dat we voor het eerst in ons leven in allerijl naar de huisartsenwachtpost reden. Het verdict viel nog mee (een stevig ontsteking van de bovenste luchtwegen) maar het ganse weekend geraakten we niet veel verder dan onze zetel. Dafalgan, strepsils en hete thee voor ons en neusdruppels en warme moedermelk voor de kleinste.

 

h1

Borstvoeding

31 augustus 2014

Borstvoeding.

Ikzelf vond het niet meer dan logisch dat ik borstvoeding zou  proberen te geven aan mijn kindje. Die tieten zitten er immers niet voor niks. Bovendien is het gratis, altijd voorhanden, altijd op temperatuur en nog steeds het beste voor je kindje. Daarbij, een pint is toch altijd beter als’t van’t vat is?

Ik was op voorhand naar een ‘borstvoedingsles’ geweest. Deze zou meer dan een uur duren, wat ik niet begreep. Borstvoeding was toch gewoon uw tiet in de mond van uw kleine steken? ‘Zijn er specifieke vragen?’, begon de vroedvrouw de les. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik begrijp niet wat daar zo moeilijk aan kan zijn en waarom daar zoveel heisa rond is?’ Boy oh boy, wist ik toen veel.

Vanaf dag 1 deed het ongelofelijk veel pijn. De oorzaak is echter nooit echt gevonden. Ik dacht dat het zo hoorde, maar de vroedvrouw en verschillende vriendinnen die ook borstvoeding gaven zeiden me van niet. Ik had me er bij neergelegd en nam me telkens voor om het ‘nog een paar dagen vol te houden’. Een paar dagen werden een paar weken, weken werden een paar maanden.

Omdat het zoveel pijn deed had ik me voorgenomen om te stoppen met borstvoeding van zodra ik terug ging werken. Kolven op het werk zag ik sowieso niet zitten en ik zou ook graag eindelijk eens weer kleren kunnen aandoen waarbij je niet per se in een paar seconden een borst uit tevoorschijn kan toveren. (Ik zou ook graag weer eens een gin-tonic willen drinken maar dat heb ik niet luidop gezegd.) Ik keek er om verschillende redenen naar uit om te kunnen stoppen met borstvoeding. Niet alleen deed het pijn, ik zweette ook altijd gelijk een otter, en mijn zoon bleef altijd zodanig onverschillig dat het ondankbaar overkwam.

Die ene keer dat mijn zoon mij na de borstvoeding recht aankeek en ik bijna huilde van blijdschap om zoveel erkenning was het enkel om een gigantisch luide boer recht in mijn gezicht te kunnen laten.

En toen. Mother Nature is a bitch.

Sinds een week doet de borstvoeding amper nog pijn, kijk mijn lieve kleine zoon me recht aan met zijn grote diepblauwe ogen terwijl hij drinkt en laat hij steevast los met een zalig grote glimlach op zijn lippen en stralende ogen, ‘Ma, dat was weer superlekker, merci!’ lees ik er in.

Kolven op het werk zie ik nog steeds niet zitten, maar die fantastische voedingsmomenten met mijn zoon zullen ze me nu niet meer afpakken. Even raad gevraagd bij de vroedvrouw, en ik zal ‘s ochtends, ‘s avonds, ‘s nachts en in het weekend nog ‘life’ voeden (zoals dat dan zo mooi heet) en overdag krijgt hij flesjes in de kinderopvang. De gulden middenweg. ‘s Ochtends en ‘s avonds comfy kleding inclusief gemakkelijke toegang tot de borst en overdag mijn garderobe die ik al bijna een jaar niet meer heb kunnen aanspreken ondertussen. Heerlijk. Nu nog gin-tonics mogen drinken op het werk en mijn wolk is ècht roze.

 

 

 

h1

Leuk en minder leuk.

6 augustus 2014

Minder leuk:

+ Krijsen. Gillen. Niet weten wat te doen als ie één van zijn buien heeft. Hem achter het behang willen plakken. Het raam dicht doen uit voorzorg omdat ik me op zo’n momenten wel eens durf voorstellen wat er zou gebeuren moest ik hem in een iets te enthousiaste wiegbeweging ‘per ongeluk’ het raam uit keilen. (telkens ik me dit inbeeld voel ik me een fractie van een seconde later ongelofelijk schuldig dus zo erg zal het nog wel niet zijn).

+ Nooit meer gerust zijn. Altijd met een half oor liggen luisteren. Je in je zetel nestelen met een tas koffie en een goed boek en niet weten of je daar een half uur of een halve minuut zal kunnen liggen. Een lekker tas koffie die je in één teug naar binnen kapt omdat de kans dat ie anders ijskoud staat te worden terwijl je staat te troosten te groot is.

+ Ik ben diegene die hem altijd mee naar huis moet nemen op het eind van de avond. Ook als ie huilt en stinkt.

 

Leuk:

+ Ik ben mama. Er heeft me nog nooit iemand met ‘mama’ aangesproken en het kind is waarschijnlijk nog veel te klein om te beseffen dat ik zijn moeder ben (ik verdenk hem ervan dat hij maar twee dingen ziet als hij naar mij kijkt: een linker- en een rechterborst) maar toch: ik ben mama.

+ Dat poepke van hem. Ik kan blijven kijken naar dat poepke wanneer hij op zijn buikje ligt te slapen, handjes naast zijn hoofd, voetjes onder zijn knietjes en zijn poepke recht omhoog. <3

+ Hij vertrouwt mij. Soms valt hij in slaap terwijl ik wiegend rondloop met hem, of op mijn buik als we samen in de zetel liggen. In de draagdoek is ie steevast aan het slapen. Het ventje vertrouwt mij zodanig dat ie zich volledig overgeeft aan mij. Als zijn ogen wegdraaien en zijn mond in een spastisch glimlachje verandert zie ik hem denken ‘Moeder, ik vertrouw u volledig; ik ga efkes een dutje doen. Houd gij de boel in de gaten?’ Wat een heerlijk gevoel.

+ Zijn comateuze katerachtige toestand na veel gedronken te hebben bij mij.

+ Ik ben diegene die hem altijd mee naar huis mag nemen op het eind van de avond. Altijd. <3

h1

Restjes bevalling

29 juli 2014

Stukjes en beetjes die ik nog kwijt wou over de bevalling en de dagen nadien zodat deze niet verloren gaan in de donkere krochten van mijn hoofd (heel waarschijnlijk hoort deze blogpost in de categorie too much information, maar ge weet, ge moogt altijd uw ogen dichtdoen):

Dat ik een hoge pijngrens had, zei de gynaecoloog nadat hij mij gestript had. Of ik zeker was dat ik niet al eerder kinders gebaard had, vroeg de vroedvrouw toen ik mijn zoon op de wereld zette. Of ik geen pijnstillers nodig had, vroeg de vroedvrouw verbaasd daags nadat hij geboren was en na een blik op dat wat geknipt geweest was.  Sommige vrouwen vlogen nu tegen het plafond, zei de vroedvrouw aan huis een tweetal weken later, toen ze een te spannend draadje los sneed. En ook wel, ‘hola, haute couture!’ toen ze een eerste blik wierp op het kunstwerkje daar onderaan. Blijkbaar verdraag ik pijn redelijk goed. Toch was bevallen het meest pijnlijke dat ik ooit heb meegemaakt. Plaatst de helse pijnen die mijn lief doormaakt als hij een verkoudheid heeft ook in een heel ander daglicht natuurlijk.

HMMMPPFFFRRR kreunde ik toen ik een eerste keer mocht persen. Zo hoorde het toch, dacht ik. Ik vond dat ik een mooie kreun had neergezet, vergelijkbaar met wat je op tv hoort. Ik was best tevreden van mijn gekreun. ‘Meiske, steek uw energie in het persen zelf, niet zozeer in het kreunen’ zei de vroedvrouw echter meteen.

De gynaecoloog bij het strippen. Vroedvrouw numero 1 en 2 en nogmaals de gynaecoloog bij de bevalling zelf. Duizendachtendertigtachtig andere vroedvrouwen tijdens de kraamperiode. Tenslotte mijn lief die voorzichtig een kijkje nam en ‘euhm. sja.’ zei toen ik vroeg hoe het eruit zag. Mijn onderstel is nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, beoordeeld, verzorgd en aangeraakt geweest. Het leek wel opendeurdag. Letterlijk en figuurlijk, achteraf gezien. Het gapende zwarte gat dat mij toelachte toen mijn lief na de bevalling een spiegel gaf staat in mijn geheugen gegrift.

Niet alleen mijn onderstel, ook mijn borsten zijn nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, aangeraakt, gemasseerd en beoordeeld geweest. De borstvoeding kwam goed op gang, maar deed heel lang ongelofelijk veel pijn. Gelukkig werd ik geholpen door een aantal lieve vroedvrouwen, maar het blijft raar om ze te pas en te onpas boven te halen.

Nu, 9 weken later, kijk ik met een diep gelukkig gevoel terug op mijn bevalling. Het was het meest pijnlijke wat ik ooit meegemaakt heb, zeker, maar dat moment waarop je dat kleine kleine kindje voor het eerst in je handen houdt en voor het eerst ontmoet, kan met geen woorden beschreven worden. Het gevoel in de kraamperiode, dat de wereld heel even alleen rond jouw kindje en jou draait, is onbetaalbaar.

 

h1

Pak hem aan! Pak hem aan!

16 juli 2014

+ ‘Als uw weeën om de vijf minuten komen en ze duren minstens een minuut, dan moet ge naar het ziekenhuis vertrekken.’ ‘Hoe voelt een wee?’ ‘Ge zult het wel merken als ge een wee hebt.’ – met deze boodschap vertrokken we naar huis nadat mijn water gebroken was in de dokterspraktijk. Na een paar uur voelde ik golven van pijn maar er was nooit een duidelijk begin- of eindpunt. Ik heb echt geprobeerd te timen zoals me was opgedragen – ik had er zelfs een app voor geïnstalleerd, hoe voorbereid was ik? – maar het was zodanig nattevingerwerk dat ik het opgaf. Rond 05.30 dacht ik dat ik het lang genoeg volgehouden had om niet voor schut te staan in de verloskamers en vertrokken we naar het ziekenhuis.

+ Om Het Taboe onder zwangere vrouwen te voorkomen (als je op het moment suprême aan het persen bent komt daar vaak niet alleen een kindje mee uit) had ik mezelf in de apotheek op een Fleet getrakteerd. In het ziekenhuis waar ik ging bevallen waren ze daar immers niet voor en gaven ze geen laxeermiddelen meer, omdat ‘het zo natuurlijk mogelijk moest gaan allemaal’. De pot op met de natuur, dacht ik, en zo lag ik om 5.00 ‘s ochtends tussen wat weeën door op mijn knieën op de badmat. Ik voelde me niet bepaald elegant.

+ Tussen 06.00 en 09.00 gebeurde er niets noemenswaardigs. Ik werd even aan de monitor gehangen om te verzekeren dat ik wel degelijk die dag ging bevallen en kreeg een baxter om alles wat sneller te doen gaan. Ik lag op bed, ging tig keer op het toilet zitten, concentreerde me op mezelf en blies mijn weeën weg. Mijn lief zat naast me en kon bitter weinig doen. Rond 09.00 (denk ik, ik heb er werkelijk geen idee van, op de klok kijken was het laatste waar ik mee bezig was) kwam de vroedvrouw even checken en riep snel de dokter toen ze zag dat ik op bevallen stond.

+ De gynaecoloog placeerde zich achter mij en deed een schort voor zijn spierwitte hemd (welke dokter draagt nu een spierwit hemd voor een bevalling? Dat is hetzelfde als spaghetti eten met een wit hemd). Hij leunde ietwat voorover, met een elleboog op zijn knie en zijn hand opengestrekt voor daar waar mijn kind uit moest komen. In tegenstelling tot mezelf zat hij daar op zijn dooie gemak. Ik dacht, ik moet hier voortmaken of hij gaat zich beginnen vervelen.

+ De eerste helft van de persweeën dacht ik, dat past er nooit door, daar kan nooit een kind uitkomen. Het feit dat er een kind in mij zat dat er uit moest leek me erg surreëel op dat moment. De tweede helft ging er echter maar één iets door mijn hoofd, HET MOET ERUIT, HET MOET ERUIT. Plots kon het me niet meer schelen moest ik openscheuren van voor tot achter, de pijn kon me niet meer schelen, wat daar ook zat in mij, het moest en zou er op die moment uit komen. Wat ik niet zag was dat de dokter op le moment suprême een knipbeweging maakte naar de vroedvrouw en ze hem de schaar aangaf. Mij zei hij enkel dat hij even een plaatselijke verdoving ging zetten. Ik dacht om de pijn te verminderen en vond dat erg attent van hem. Blijkbaar was het om me tot in Tokyo open te knippen.

+ De gynaecoloog zat daar nog steeds met opgeheven en uitgestoken hand. Toen hij zei dat het hoofdje er was en ik nog moest persen voor de schouders wou ik hem nog zeggen ‘Laat hem niet vallen hè’, maar toen bedacht ik me dat dit voor hem – in tegenstelling tot voor mij – heel waarschijnlijk niet zijn eerste keer was.

+ En plots zei de gynaecoloog ‘Pak ‘t aan! Pak ‘t aan!’ en stak hij een gigantisch hoopje baby omhoog (4kg 230g, 55cm bleek later). Ik nam het aan, telde tenen en vingers en legde hem op mij. Slechts een paar seconden later viel me in dat we het geslacht nog niet wisten (ik houd wel van verrassingen) en vroeg daarop aan de gynaecoloog ‘wat is het eigenlijk?’ ‘Kijk zelf maar’, zegt ie, en ik hield mijn baby weer omhoog op zoek naar iets of niets tussen de beentjes. Ik dacht wel dat ik een piemeltje zag, maar de navelstreng zat er tussen waardoor ik het niet zo goed kon zien. Ik durfde echter niet goed zeggen dat ik het geslacht van mijn eigen baby niet kon zien en was dus erg opgelucht toen de vroedvrouw even later vroeg ‘Hoe gaat jullie zoontje heten?’

+ Het is een cliché van jewelste, maar dat moment dat je die warme zachte baby op je buik kan leggen is veruit het mooiste moment van mijn leven tot dusver. <3

 

h1

Er komt nog! Er komt nog!

12 juli 2014

Ik was 4 dagen over tijd en had een afspraak in de gloednieuwe praktijk van de gynaecoloog. Hij ging me strippen om de kans dat ik meer dan 14 dagen over tijd zou gaan te minimaliseren en ik moest aan de monitor gaan hangen. Het strippen deed pijn (lees: PIJN, als in, WHAT THE HELL GRRRMMPPL TANDEN BIJTEN-pijn), maar het goede nieuws was dat mijn vliezen al zo dun bleken te zijn dat de gynaecoloog dacht dat alles binnenkort wel zou beginnen.

Daarna mocht ik in het aangrenzende lokaaltje aan de monitor gaan hangen. De secretaresse installeerde alles en liet mijn lief en mij alleen. Op de monitor was er weinig beweging te zien en we keuvelden wat tot ik plots iets erg warms en nats in mijn broek voelde. ‘Ik denk dat mijn water gebroken is’, zeg ik tegen mij lief. ‘Kunnen we nog naar huis of valt het te erg op?’, vroeg ik nog. ‘Euhm. De grond onder uw stoel is toch helemaal nat en er loopt water via de stoel naar beneden’, zegt ie, ‘ik denk dat ik best even de secretaresse ga halen’.

En zo stond ik 5 minuten later wijdbeens en met een kletsnatte broek op een aantal absorberende doeken met mijn lief naast mij en de secretaresse voorovergebogen in de weer met dweil en emmer om al het vruchtwater onder de stoel op de kuisen. Terwijl mijn lief staarde naar de knalroze string van de secretaresse (we hadden het kunnen weten, het was zo’n gemanicuurd – inclusief strass steentjes – type) stond ik voorovergebogen leunend tegen de bureau ‘ER KOMT NOG ER KOMT NOG’ te roepen terwijl ik in mijn broek deed (maar niet heus). Ik verontschuldigde me bij de secretaresse omdat zij nu mijn vruchtwater moest opkuisen wat ik een zeer, zeer rare gedachte vond maar zijzelf vond het allemaal wel grappig en verkondigde luidkeels tegen de andere patiënten in de wachtkamer dat mijn water gebroken was.

Ze gaf ons een hoop absorberende doeken voor in de auto en mijn lief en ik gingen naar buiten (hij ging, ik sopte en liet bij elke pas een plasje achter) terwijl de hele wachtkamer ons succes achterna riep.

De gloednieuwe praktijk van de gynaecoloog is alvast op een passende manier gedoopt geweest.

h1

De roze wolk

8 juli 2014

De roze wolk, die heb ik gemist. Wel was er een dichte mist.

De eerste twee weken verliepen wat wazig. Ik weet niet meer goed wie wanneer op bezoek kwam op de materniteit. Eens thuis gingen dagen over in nachten en nachten in dagen zonder dat het me duidelijk was wanneer we weer een dag verder waren. De wereld buiten draaide door maar die van ons stond eventjes stil.

Het feit dat ik koorts maakte en veel pijn had en de borstvoeding niet liep zoals het moest hielp allemaal niet mee. Ik voelde me in de war en huilde veel.

‘Je kan je je leven niet meer inbeelden zonder hem eens hij er is’, ‘Borstvoeding is het mooiste wat er is’, en de ergste van al, ‘Geniet van jullie wondertje'; deze dooddoeners maakten me alleen maar onzekerder en deden me afvragen of ik wel goed bezig was.

Ik kon me immers nog perfect herinneren hoe we ook gelukkig waren onder ons tweetjes. Borstvoeding deed vooral heel erg veel pijn en ik huilde vaak wanneer hij WEER maar eens moest eten. En ok, een kindje is een wetenschappelijk wonder (het feit dat twee cellen van nog geen speldenkop groot tot iets van 4,230 kg – jawel – kunnen uitgroeien blijft ongelofelijk), maar er waren momenten waarop ik op het punt stond alle kaartjes waarop ‘geniet van jullie wondertje’ stond in tientallen stukken te scheuren en mijn ‘wondertje’ achter het behang te plakken als hij weer maar eens ontroostbaar bleek te zijn.

Maar.

Wanneer je kindje met zijn ogen knippert en vol overgave niest. Wanneer je kindje met zijn armpjes omhoog in zijn wiegje ligt te slapen als een marmot – inclusief gesnurk. Wanneer je ‘s morgens wakker wordt en je een slapend lief naast je ziet liggen met een slapend kind op zijn borst. Wanneer je kindje na de borstvoeding met een kater en een glimlach van jewelste op je borst in slaap valt. Wanneer je kindje voor het eerst luidop lacht.

Dan verdwijnen alle frustraties en vermoeidheid en onzekerheden als sneeuw voor de zon en wordt mijn hart gereduceerd tot een hoopje smeltwater op de grond.

 

 

 

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 37 andere volgers