h1

Restjes bevalling

29 juli 2014

Stukjes en beetjes die ik nog kwijt wou over de bevalling en de dagen nadien zodat deze niet verloren gaan in de donkere krochten van mijn hoofd (heel waarschijnlijk hoort deze blogpost in de categorie too much information, maar ge weet, ge moogt altijd uw ogen dichtdoen):

Dat ik een hoge pijngrens had, zei de gynaecoloog nadat hij mij gestript had. Of ik zeker was dat ik niet al eerder kinders gebaard had, vroeg de vroedvrouw toen ik mijn zoon op de wereld zette. Of ik geen pijnstillers nodig had, vroeg de vroedvrouw verbaasd daags nadat hij geboren was en na een blik op dat wat geknipt geweest was.  Sommige vrouwen vlogen nu tegen het plafond, zei de vroedvrouw aan huis een tweetal weken later, toen ze een te spannend draadje los sneed. En ook wel, ‘hola, haute couture!’ toen ze een eerste blik wierp op het kunstwerkje daar onderaan. Blijkbaar verdraag ik pijn redelijk goed. Toch was bevallen het meest pijnlijke dat ik ooit heb meegemaakt. Plaatst de helse pijnen die mijn lief doormaakt als hij een verkoudheid heeft ook in een heel ander daglicht natuurlijk.

HMMMPPFFFRRR kreunde ik toen ik een eerste keer mocht persen. Zo hoorde het toch, dacht ik. Ik vond dat ik een mooie kreun had neergezet, vergelijkbaar met wat je op tv hoort. Ik was best tevreden van mijn gekreun. ‘Meiske, steek uw energie in het persen zelf, niet zozeer in het kreunen’ zei de vroedvrouw echter meteen.

De gynaecoloog bij het strippen. Vroedvrouw numero 1 en 2 en nogmaals de gynaecoloog bij de bevalling zelf. Duizendachtendertigtachtig andere vroedvrouwen tijdens de kraamperiode. Tenslotte mijn lief die voorzichtig een kijkje nam en ‘euhm. sja.’ zei toen ik vroeg hoe het eruit zag. Mijn onderstel is nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, beoordeeld, verzorgd en aangeraakt geweest. Het leek wel opendeurdag. Letterlijk en figuurlijk, achteraf gezien. Het gapende zwarte gat dat mij toelachte toen mijn lief na de bevalling een spiegel gaf staat in mijn geheugen gegrift.

Niet alleen mijn onderstel, ook mijn borsten zijn nog nooit door zoveel verschillende mensen bekeken, aangeraakt, gemasseerd en beoordeeld geweest. De borstvoeding kwam goed op gang, maar deed heel lang ongelofelijk veel pijn. Gelukkig werd ik geholpen door een aantal lieve vroedvrouwen, maar het blijft raar om ze te pas en te onpas boven te halen.

Nu, 9 weken later, kijk ik met een diep gelukkig gevoel terug op mijn bevalling. Het was het meest pijnlijke wat ik ooit meegemaakt heb, zeker, maar dat moment waarop je dat kleine kleine kindje voor het eerst in je handen houdt en voor het eerst ontmoet, kan met geen woorden beschreven worden. Het gevoel in de kraamperiode, dat de wereld heel even alleen rond jouw kindje en jou draait, is onbetaalbaar.

 

h1

Pak hem aan! Pak hem aan!

16 juli 2014

+ ‘Als uw weeën om de vijf minuten komen en ze duren minstens een minuut, dan moet ge naar het ziekenhuis vertrekken.’ ‘Hoe voelt een wee?’ ‘Ge zult het wel merken als ge een wee hebt.’ – met deze boodschap vertrokken we naar huis nadat mijn water gebroken was in de dokterspraktijk. Na een paar uur voelde ik golven van pijn maar er was nooit een duidelijk begin- of eindpunt. Ik heb echt geprobeerd te timen zoals me was opgedragen – ik had er zelfs een app voor geïnstalleerd, hoe voorbereid was ik? – maar het was zodanig nattevingerwerk dat ik het opgaf. Rond 05.30 dacht ik dat ik het lang genoeg volgehouden had om niet voor schut te staan in de verloskamers en vertrokken we naar het ziekenhuis.

+ Om Het Taboe onder zwangere vrouwen te voorkomen (als je op het moment suprême aan het persen bent komt daar vaak niet alleen een kindje mee uit) had ik mezelf in de apotheek op een Fleet getrakteerd. In het ziekenhuis waar ik ging bevallen waren ze daar immers niet voor en gaven ze geen laxeermiddelen meer, omdat ‘het zo natuurlijk mogelijk moest gaan allemaal’. De pot op met de natuur, dacht ik, en zo lag ik om 5.00 ‘s ochtends tussen wat weeën door op mijn knieën op de badmat. Ik voelde me niet bepaald elegant.

+ Tussen 06.00 en 09.00 gebeurde er niets noemenswaardigs. Ik werd even aan de monitor gehangen om te verzekeren dat ik wel degelijk die dag ging bevallen en kreeg een baxter om alles wat sneller te doen gaan. Ik lag op bed, ging tig keer op het toilet zitten, concentreerde me op mezelf en blies mijn weeën weg. Mijn lief zat naast me en kon bitter weinig doen. Rond 09.00 (denk ik, ik heb er werkelijk geen idee van, op de klok kijken was het laatste waar ik mee bezig was) kwam de vroedvrouw even checken en riep snel de dokter toen ze zag dat ik op bevallen stond.

+ De gynaecoloog placeerde zich achter mij en deed een schort voor zijn spierwitte hemd (welke dokter draagt nu een spierwit hemd voor een bevalling? Dat is hetzelfde als spaghetti eten met een wit hemd). Hij leunde ietwat voorover, met een elleboog op zijn knie en zijn hand opengestrekt voor daar waar mijn kind uit moest komen. In tegenstelling tot mezelf zat hij daar op zijn dooie gemak. Ik dacht, ik moet hier voortmaken of hij gaat zich beginnen vervelen.

+ De eerste helft van de persweeën dacht ik, dat past er nooit door, daar kan nooit een kind uitkomen. Het feit dat er een kind in mij zat dat er uit moest leek me erg surreëel op dat moment. De tweede helft ging er echter maar één iets door mijn hoofd, HET MOET ERUIT, HET MOET ERUIT. Plots kon het me niet meer schelen moest ik openscheuren van voor tot achter, de pijn kon me niet meer schelen, wat daar ook zat in mij, het moest en zou er op die moment uit komen. Wat ik niet zag was dat de dokter op le moment suprême een knipbeweging maakte naar de vroedvrouw en ze hem de schaar aangaf. Mij zei hij enkel dat hij even een plaatselijke verdoving ging zetten. Ik dacht om de pijn te verminderen en vond dat erg attent van hem. Blijkbaar was het om me tot in Tokyo open te knippen.

+ De gynaecoloog zat daar nog steeds met opgeheven en uitgestoken hand. Toen hij zei dat het hoofdje er was en ik nog moest persen voor de schouders wou ik hem nog zeggen ‘Laat hem niet vallen hè’, maar toen bedacht ik me dat dit voor hem – in tegenstelling tot voor mij – heel waarschijnlijk niet zijn eerste keer was.

+ En plots zei de gynaecoloog ‘Pak ‘t aan! Pak ‘t aan!’ en stak hij een gigantisch hoopje baby omhoog (4kg 230g, 55cm bleek later). Ik nam het aan, telde tenen en vingers en legde hem op mij. Slechts een paar seconden later viel me in dat we het geslacht nog niet wisten (ik houd wel van verrassingen) en vroeg daarop aan de gynaecoloog ‘wat is het eigenlijk?’ ‘Kijk zelf maar’, zegt ie, en ik hield mijn baby weer omhoog op zoek naar iets of niets tussen de beentjes. Ik dacht wel dat ik een piemeltje zag, maar de navelstreng zat er tussen waardoor ik het niet zo goed kon zien. Ik durfde echter niet goed zeggen dat ik het geslacht van mijn eigen baby niet kon zien en was dus erg opgelucht toen de vroedvrouw even later vroeg ‘Hoe gaat jullie zoontje heten?’

+ Het is een cliché van jewelste, maar dat moment dat je die warme zachte baby op je buik kan leggen is veruit het mooiste moment van mijn leven tot dusver. <3

 

h1

Er komt nog! Er komt nog!

12 juli 2014

Ik was 4 dagen over tijd en had een afspraak in de gloednieuwe praktijk van de gynaecoloog. Hij ging me strippen om de kans dat ik meer dan 14 dagen over tijd zou gaan te minimaliseren en ik moest aan de monitor gaan hangen. Het strippen deed pijn (lees: PIJN, als in, WHAT THE HELL GRRRMMPPL TANDEN BIJTEN-pijn), maar het goede nieuws was dat mijn vliezen al zo dun bleken te zijn dat de gynaecoloog dacht dat alles binnenkort wel zou beginnen.

Daarna mocht ik in het aangrenzende lokaaltje aan de monitor gaan hangen. De secretaresse installeerde alles en liet mijn lief en mij alleen. Op de monitor was er weinig beweging te zien en we keuvelden wat tot ik plots iets erg warms en nats in mijn broek voelde. ‘Ik denk dat mijn water gebroken is’, zeg ik tegen mij lief. ‘Kunnen we nog naar huis of valt het te erg op?’, vroeg ik nog. ‘Euhm. De grond onder uw stoel is toch helemaal nat en er loopt water via de stoel naar beneden’, zegt ie, ‘ik denk dat ik best even de secretaresse ga halen’.

En zo stond ik 5 minuten later wijdbeens en met een kletsnatte broek op een aantal absorberende doeken met mijn lief naast mij en de secretaresse voorovergebogen in de weer met dweil en emmer om al het vruchtwater onder de stoel op de kuisen. Terwijl mijn lief staarde naar de knalroze string van de secretaresse (we hadden het kunnen weten, het was zo’n gemanicuurd – inclusief strass steentjes – type) stond ik voorovergebogen leunend tegen de bureau ‘ER KOMT NOG ER KOMT NOG’ te roepen terwijl ik in mijn broek deed (maar niet heus). Ik verontschuldigde me bij de secretaresse omdat zij nu mijn vruchtwater moest opkuisen wat ik een zeer, zeer rare gedachte vond maar zijzelf vond het allemaal wel grappig en verkondigde luidkeels tegen de andere patiënten in de wachtkamer dat mijn water gebroken was.

Ze gaf ons een hoop absorberende doeken voor in de auto en mijn lief en ik gingen naar buiten (hij ging, ik sopte en liet bij elke pas een plasje achter) terwijl de hele wachtkamer ons succes achterna riep.

De gloednieuwe praktijk van de gynaecoloog is alvast op een passende manier gedoopt geweest.

h1

De roze wolk

8 juli 2014

De roze wolk, die heb ik gemist. Wel was er een dichte mist.

De eerste twee weken verliepen wat wazig. Ik weet niet meer goed wie wanneer op bezoek kwam op de materniteit. Eens thuis gingen dagen over in nachten en nachten in dagen zonder dat het me duidelijk was wanneer we weer een dag verder waren. De wereld buiten draaide door maar die van ons stond eventjes stil.

Het feit dat ik koorts maakte en veel pijn had en de borstvoeding niet liep zoals het moest hielp allemaal niet mee. Ik voelde me in de war en huilde veel.

‘Je kan je je leven niet meer inbeelden zonder hem eens hij er is’, ‘Borstvoeding is het mooiste wat er is’, en de ergste van al, ‘Geniet van jullie wondertje'; deze dooddoeners maakten me alleen maar onzekerder en deden me afvragen of ik wel goed bezig was.

Ik kon me immers nog perfect herinneren hoe we ook gelukkig waren onder ons tweetjes. Borstvoeding deed vooral heel erg veel pijn en ik huilde vaak wanneer hij WEER maar eens moest eten. En ok, een kindje is een wetenschappelijk wonder (het feit dat twee cellen van nog geen speldenkop groot tot iets van 4,230 kg – jawel – kunnen uitgroeien blijft ongelofelijk), maar er waren momenten waarop ik op het punt stond alle kaartjes waarop ‘geniet van jullie wondertje’ stond in tientallen stukken te scheuren en mijn ‘wondertje’ achter het behang te plakken als hij weer maar eens ontroostbaar bleek te zijn.

Maar.

Wanneer je kindje met zijn ogen knippert en vol overgave niest. Wanneer je kindje met zijn armpjes omhoog in zijn wiegje ligt te slapen als een marmot – inclusief gesnurk. Wanneer je ‘s morgens wakker wordt en je een slapend lief naast je ziet liggen met een slapend kind op zijn borst. Wanneer je kindje na de borstvoeding met een kater en een glimlach van jewelste op je borst in slaap valt. Wanneer je kindje voor het eerst luidop lacht.

Dan verdwijnen alle frustraties en vermoeidheid en onzekerheden als sneeuw voor de zon en wordt mijn hart gereduceerd tot een hoopje smeltwater op de grond.

 

 

 

 

h1

Hetzelfde, maar toch anders.

4 juli 2014

De stilte duurde niet lang.

Ik voel de behoefte om te schrijven. Zoals vroeger, maar toch helemaal anders. De dag na mijn vorige bericht is mijn leven immers voorgoed veranderd.

Ik kreeg een zoon.

Hier wil ik graag mijn en zijn verhalen neerschrijven. Het leven zoals het is, niet zoals het moet lijken.

Hetzelfde dus, maar toch helemaal anders.

h1

Voor eventjes, of langer misschien.

26 mei 2014

Ik heb getwijfeld. Best wel lang.

Er staan zelfs nog een paar stukjes klaar die ik graag met jullie had gedeeld.

 

En toch.

 

Pauze. Voor eventjes, of langer misschien. Of altijd?

h1

Over een doctoraat. Mijn doctoraat.

13 januari 2014

Onderstaande blogpost schreef ik op 14 juli 2013. Toch durfde ik hem niet publiceren. Je weet maar nooit. Nu echter, nu mag en kan ik schrijven wat ik wil. Of nee, het heeft zelfs niets met mogen en kunnen te maken. Nu zàl ik schrijven wat ik wil. Bij deze.

Over één van de dieptepunten van 2013 – en de jaren daarvoor.

Toen ik een aantal jaar geleden besloot voor een doctoraat te gaan, volgde ik mijn hart. Eén van mijn dromen kwam in vervulling. Ik heb er hard voor moeten knokken, voor die doctoraatsplaats, en ik heb mezelf ettelijke malen moeten bewijzen, maar ik heb hem gekregen. Ik herinner me de dag waarop ik naar mama belde ‘Mama! Mama! Ik mag er beginnen! Ja, ik mag er echt beginnen!’ nog als gisteren.

Tuurlijk droomde ik van dat doctoraat. Ik ben altijd al een dromer geweest. Ik droomde van hard werken, veel stress. Van collaboraties en afwisseling. Ik droomde dat ik nachtenlang thuis zat te studeren en te schrijven. Dat ik uren en uren en uren in het labo zat, midden in de nacht naar huis fietste en me daar afgepeigerd op bed gooide. Ik droomde van labomeetings, van kleine en grote congressen. Van mooie presentaties, mensen die geïnteresseerd luisteren en in discussie gaan. Ik droomde van vele artikels waar mijn naam op prijkte. Ik droomde van mooie resultaten en voldoening. Ik droomde van prijzen voor jonge onderzoekers. Ik droomde veel.

Ik weet dat het er zelden of nooit zo aan toe gaat in een doctoraat. Maar toch.

Ik droomde ook van kleinere dingen. Collega’s die vrienden werden. Van laboweekendjes, inside jokes, muziek, lachen op de werkvloer. Samenhorigheidsgevoel. Vrienden voor het leven. Samen werken, samen knokken.

Teleurgesteld.

Collega’s die ruzie maken, die elkaar (èn mij) op de zenuwen werken. Een algemeen heersend  ‘Je m’en foux’-gevoel en ‘ikke ni zenne’ dat net iets te hoog ligt. Nonchalance. Je co-promotor die eens cynisch lacht als je het woord ‘efficiëntie’ in de mond neemt. Slechts als het echt echt echt echt nodig is een presentatie moeten/mogen geven. Ongeïnteresseerdheid, niemand die luistert. Heel af en toe een kritische opmerking en een cynische blik. Collega’s die er een sport van maken zo weinig mogelijk uren in een dag te presteren. Mijn naam die absoluut niets betekent in deze grote wetenschappelijke wereld. Opkijken naar grote onderzoekers, maar ze zien je niet eens staan, laat staan dat ze ooit al van je labo gehoord hebben.

Elke ochtend met lood in de schoenen naar je werk vertrekken, elke avond uitgeput thuis komen. Soms fysiek, meestal mentaal. Elke zondagavond tranen in de ogen omdat daar onvermijdelijk maandagochtend op volgt. Geen zin, geen goesting, geen fut.

Zwaar teleurgesteld.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 33 andere volgers