Soms verliest ge efkes uw geloof in de mensen.
Stellen sommigen u teleur, omdat ge u vergist hebt. Blijken sommigen niet te zijn wat ge dacht. En wordt ge daar wat verdrietig van. Want dat is niet fijn. Ligt dat dan aan u, vraagt ge u af. En ge begint – zonder reden misschien – te malen in uw hoofd. En stelt ge alles in vraag. Uzelf, maar vooral de anderen.
Maar ook gullie, ja, gullie, liever lezertjes. Wanneer alles minder met mij gaat of wanneer mijn leven een zodanige roetsjbaan is dat ik er zelf niet meer van kan genieten, wanneer ik liefdesverdriet of gewoon verdriet heb, wanneer ik van het ene paar armen in de andere val, ja dan wordt er gelezen. Dan is iedereen benieuwd en bezorgd. Maar vooral benieuwd. Naar wat er gebeurt. Maar eens een vast lief in uw armen en wat minder weemoedigheid in uw bloed, haken velen af. Maar ik neem het u niet kwalijk, echt niet. Mensen zijn ramptoeristen. (Ik ook wel een beetje, trouwens).
Soms verliest ge efkes uw geloof in de mensen. En dan is het tijd om u te omringen met uw beste makkers, vrienden, maten, lief en familie. Zodat ge het gevoel krijgt dat alles toch weer in orde komt.
En dat ge zelf toch nog niet zo slecht zijt.

