h1

Een verlengd weekend.

12 mei 2008

Ik heb ondersteboven gehangen. Ik heb wijn gedronken, witte martini’s en cocktails in de zon. Ik heb Pardoes gezien. En Pardijn. Ik ben kletsnat geworden. Ik heb gelachen, gehuild. Ik heb kippenvel gehad. Ik heb met een grote bende meiden die ik voordien nog nooit gezien had heerlijk gedineerd aan één grote tafel. ik heb van een zonsondergang genoten in Antwerpen. Ik heb vuurwerk gezien in Leuven. Ik heb in drie verschillende bedden geslapen. Ik heb geknuffeld. Ik heb me gevleid in de zon. Ik heb gedanst tot een gat in de nacht. Ik ben van terras naar terras verhuisd, de zon volgend tot we niet meer konden. Ik heb tussen de madeliefjes in het gras in een parkje gelegen. Ik heb gefietst, gelopen en gewandeld. Ik heb gepicknicked in de zon. Ik heb me verwonderd, ik heb genoten, ik heb mijn ogen de kost gegeven. Ik heb gefloten, gezongen en gebabbeld. Ik heb mensen aan doeken in bomen zien hangen, ik heb mensen vuur zien spuwen, ik heb een wereldkampioen aan het werk gezien.

Ik ben gelukkig geweest.

h1

Over zalfjes, zalfjes, zalfjes. En zalfjes.

12 mei 2008

Een zalf voor mijn gezicht ’s ochtends. Een zalf voor mijn gezicht ’s avonds. Een zalf voor mijn handen ’s ochtends en ’s avonds. Een crème voor mijn handen overdag. Speciale zeep voor mijn handen. Een zalf voor onder mijn ene oksel, en een andere voor onder mijn andere oksel. Antibioticum voor mijn gezicht. Ik lijk wel een wandelende vertegenwoordigster voor allerlei zalfjes. Maar! Het helpt. Ik ben weer aantoonbaar. Of toch alleszins aantoonbaarder dan de afgelopen week.

 

h1

Over rode vlekken en bergbeklimmen.

7 mei 2008

Ge schrijft niet over vieze dingen. Mensen willen dat niet weten, willen dat niet lezen. Alles wordt verondersteld schoon te zijn en in orde en blinkend en nieuw. Maar ik ben niet schoon en in orde en blinkend en nieuw. Ik ben 23 en der zitten al wat schrammekes aan mij. En deze keer ben ik niet over mijn hart bezig maar over den buitenkant.

Ik heb u al verteld over mijn vingers. Die nog steeds niet in orde zijn. Schraal, is het woord dat tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt wordt voor vanalles en nog wat, maar hier uiterst op zijn plaats is. Smeer ik er zalf aan, dan gaat het nog. Maar oh wee als ik die een dag vergeet. Diepe kloven en pijnlijke rode plekken! Pellekes en schilferkes alom! Jeuk! Iemand durfde het woord schurft al in de mond te nemen. Ziet u wel, u trekt uw neus op. Mensen lezen niet graag over vieze dingen.

En dat is nog niet het ergste! Plots bevonden er zich vijf uiterst pijnlijke en rare en grote en rode plekken onder mijn linkeroksel. Ik schilfer af!, dacht ik. Ik ben melaats! Waanbeelden van afgezette armen en vingers en rode plekken en afschilferende huid doorkruisten mijn gedachten. Maar een geluk, een antibacteriële zalf en een antibioticumkuur later was ik van deze plekken verlost. Leest u nog mee? Of hebt u afgehaakt vanwege de vieze woorden?

Maar! Dat was nog steeds niet het ergste! Vorige week, van de nacht van woensdag op donderdag: plop.

plop.

Plop.

PLOP. PLOP!

PLOPPLOPPLOP!

Als paddestoelen schoten ze uit de grond mijn gezicht. Geloof het of niet. Puistjes. Nu ja. Dat klinkt te schattig. PUISTEN. Pustn in’t Westvlaams. Puuuiiijst in’t Limburgs. Lelijk op mijn gezicht. Ik schaam me dood. En niet ééntje hè. Of twee. Of drie. Of vier - ik kan zo nog wel even doorgaan - maar vijftien telde ik er vandaag. Vijf-tien. Ik verdenk iedereen die nog maar in mijn richting ervan ‘Puist!!’ ‘Puist!!’ te denken. Het kan ook niet anders. Mijn gezicht gaat verscholen achter een berglandschap. Vijftien Annapurna’s naast elkaar. Iemand geïnteresseerd in bergbeklimmen? Tot donderdag kan je nog. Dan gaat een dermatoloog me uit mijn lijden verlossen.

h1

Ge zit daar goed.

5 mei 2008

En dan zet ge een droevig liedje op. Omdat ge een heel klein beetje droevig bent en omdat ge stiekem - want eigenlijk zijt ge wel heel gelukkig, alleen nu even niet - vanbinnen een beetje huilt. Ook al weet ge dat ge niet droevig moet zijn omdat ge weet dat ge lief kunt hebben. En dat is belangrijk, dat ge lief kunt hebben en dat ge dat weet.

Laat u niet in met jongens die met uw hart spelen, die uw hart dreigen te breken, zeggen ze. Maar net doordat ze met dat hart spelen en daar een beetje onvoorzichtig mee omspringen weet ge en voelt ge dat ge een hart hebt. En wat is het belangrijkste? Altijd voorzichtig zijn en oei, pas op, da’s mijn hart, daar moogt ge niet aankomen; en dat nooit bloot geven totdat ge de ware tegenkomt. Maar misschien komt ge die dan nooit tegen en hebt ge heel uw leven grijs geleefd omdat ge niet durfde. Oftwel zijt ge wat onvoorzichtig en durft ge zo af en toe, als het moment daar is en dat moment zelve juist lijkt te zijn, dat hart al eens boven te halen en dat aan iemand te laten zien, ook al weet ge niet op voorhand of ze er wel voorzichtig genoeg mee zullen omspringen. En ja, dan komen daar al eens krassen op en na een tijdje blinkt dat niet meer van nieuwigheid maar evengoed is dat ook groter geworden door alle vrienden en liefdes en fijne herinneringen dat ge daarin hebt opgeborgen. Ge moet dat gebruiken, uw hart. Dat zit daar niet voor niks.

En soms beseffen ze het zelf ook niet, denk ik dan, hoeveel procent er van dat hart voor hen gereserveerd is. In mijn hart past wel 978%, als het al niet meer is, en veel daarvan is gereserveerd voor mijn vrienden, voor herinneringen, voor dingen die ik graag heb en zie en meemaak. Maar hoeveel van dat hart ook in gebruik is, er blijft altijd plaats genoeg over. En dat plaatske geef ik momenteel graag aan diegene die niet beseft dat hij daar vertoeft. Of misschien/waarschijnlijk wel, maar wil hij dat niet weten en beseffen. Omdat in iemands hart verblijven leuk is, maar ook zwaar weegt en verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Want dan is die plots verantwoordelijk voor de eventuele nieuwe krassen en deuken die er voorheen nog niet waren.

Ge moogt er blijven, daar, op dat plekje in mijn hart. Ge past daar goed en ge zit daar schoon. Maar alsjeblieft, wees er voorzichtig mee.

h1

Dit is het.

3 mei 2008

Ik kwam er binnen en ik dacht, dit is het. Dit is het. Meer wil ik niet meer zien. Dit is alles, zelfs meer, dan ik zoek. Ik moest en zou het hebben. Desnoods pleegde ik er moorden voor. Maar omdat er niet echt iemand te vermoorden viel bleef ik gewoon langsgaan en vriendelijk lachen en lief zijn tegen de huidige bewoners opdat ze een goed woordje voor ons zouden doen. Ons zijnde Kathleen, H. en ik. En de ‘dit’ van het ‘dit is het’ gaat over een huis. Een huis dat ik moest hebben. Gulzig bekeek ik de ikea-catalogus en koos ik spulletjes voor wat mijn kamer zou worden. Ik dag- en nachtdroomde erover. Ik zag mezelf binnenkomen in ons huisje, de sleuteltjes filmgewijs in een schaaltje naast de voordeur gooiend en ‘Ik ben thuuuiiiiss’ roepend naar mijn medebewonders. Ik mocht niet van mezelf, de teleurstelling zou te groot zijn moesten we het huis niet hebben. Maar ik kon het niet laten.

Maar! Maar! Maar! Sinds midden deze week is het niet meer zomaar ‘een’ huis maar kunnen we wel degelijk spreken van ‘ons’ huis. Nu ja, het IS niet van ons, maar toch. Een beetje. En een beetje is meer dan genoeg.

Wilde plannen hebben we ermee, met rode muren, kerstlichtjes boven de deuren, gezellige slaapkamers, housewarmingluau’s, barbecue’s in de zomer, gezellige feestjes, knappe tuinmannen met bloot bovenlijf, schitterende ovenschotels die heerlijk geuren door het ganse huis, gezelligheid als je binnenkomt, een ‘wie is aanwezig en wie is afwezig’-bord bij de voordeur.

Het zal wennen worden, en afspraken zullen gemaakt moeten worden. Maar we zien het helemaal zitten. Ruimte dat we zullen hebben! Gezelligheid! Vrijheid! Genoeg privacy en toch altijd iemand in de buurt om mee te babbelen. Dat is toch wat iedereen wilt?

Numero 112. Honderdentwaalf. Iedereen altijd welkom!

h1

Gastbijdrage van Kathleen

1 mei 2008

Er gaat een nieuw stokje de ronde. De bedoeling is dat je een (aantal) blogger(s) vraagt of zij voor een keertje een tekstje voor op je blog willen schrijven. Zelf mag je niets meer veranderen aan de tekst, dus het wordt copy-pasten voor mij deze keer. Ikzelf kreeg de eer om een stukje te schrijven voor yab. En op mijn beurt vroeg ik aan Kathleen en volle petrol of ze - als ze wouden uiteraard - een stukje voor mij wouden schrijven. En deze morgen vond ik dit van Kathleen in mijn mailbox:

 

Het Huis

Een hele poos geleden ontdekte ik een blog van een meisje dat ergens in een ver land zat. Aangezien ik zelf ook ooit het meisje met een blog, ergens in een ver land was, las ik die blog vol overgave. Het meisje in kwestie schreef leuk en bleek een boeiend persoontje te zijn. Ik liet af en toe een reactie achter en heel af en toe was er ook eens tijd voor een mailtje. Het was zo dat wij elkaar leerden kennen.

Ik bleef haar blog lezen, want het boeide me. Het was leuk geschreven, de onderwerpen lagen binnen mijn interesses en tsja, ik las het intussen al zo lang. Rond december vorig jaar plaatste het meisje enkele berichten waarin ze liet merken dat ze niet zo heel erg gelukkig was op dat moment. Ik mailde haar, schreef haar dat ze altijd welkom was voor een avondje oranje-muren-therapie, want geef toe, wie wordt er nu niet vrolijk van naar oranje muren staren? We prikten een datum, ik haalde een zakje gele m&m’s, zij belde aan en plots hadden we uren aan een stuk zitten kletsen, alsof we elkaar al jaren kenden.

We zagen elkaar regelmatig. Op een goede dag, terwijl we aan het kauwen waren op een koffiekoek en aan het genieten waren van het prachtige Begijnhof, waren we aan het praten over hoe aangenaam het is om met iemand samen te wonen. Je komt thuis, iemand anders begroet je, luistert naar je verhalen, deelt zijn verhalen met jou,… We kwamen tot de conclusie dat wij allebei makkelijke karakters zijn, ervaring hadden met samenwonen met min of meer volledige vreemden en dat we best met elkaar konden samenwonen. Ach, we waren er maar een beetje mee aan het lachen.

Totdat zij mij mailde om te vragen of ik het serieus meende, om te vragen of ik het zou zien zitten om met haar samen te wonen. Na een nachtje er over te slapen, besloot ik het een kans te geven. We begonnen enthousiast appartementen te zoeken en ik liet haar weten dat we kleine huisjes zeker niet mochten uitsluiten. Er stond een huis te huur naast haar huidige woonplaats, liet ze weten. Er stond wel bij dat het niet voor studenten was, maar zij werkte min of meer, ik werkte en dat mocht dus geen probleem vormen. We besloten er ook nog een derde jongedame bij te nemen zodat we helemaal voor dat huis konden gaan.

Zij maakte een afspraak, ging kijken naar het huis en stuurde me enthousiast een sms: “Ik heb ons DROOMhuis gezien.” Dus ging ik die avond zelf een kijkje nemen. DROOMhuis was niet eens overdreven. Groot, ruim, houten vloeren, tuin, veranda, droge kelder, vier slaapkamers, aparte douche, aparte wc, aparte badkamer, living, klein keukentje,… De ligging was perfect. De huidige huurster had ons al in haar hart gesloten. Of ze moet die glinstering gezien hebben in onze ogen toen we naar het huis keken. Ik weet niet wat het was, maar ze wilde kost wat kost dat wij, de drie meisjes, het huis zouden krijgen. Ze zou er alles aan doen dat wij het zouden krijgen.

Die avond, na ons eerste afspraakje met het huis, zaten we volop te dromen bij haar op kot. Zij zou de ene kamer nemen, ik die er naast. Ik mocht van die ene ruimte in de kelder een atelier maken waar ik kon knutselen, schilderen en mij creatief uitleven. We zouden een eerste jaar Sportkotter aan nemen die dan in bloot bovenlijf het gras zou moeten afrijden in ruil voor een pintje. Tijdens warme zomerdagen zouden we in de tuin liggen en genieten van de schaduw van de bomen. En moesten er vriendjes komen, dan was er meer dan genoeg plaats om ook hen te huisvestigen. Ja, er werd ook gedacht aan de toekomst.

Afgelopen maandag kwam de verhuurder langs om samen te zitten met de huidige huurster. Hij was er niet helemaal zeker van, zo drie meiden in het huis. Hij moest het bespreken met zijn moeder, de echte huisbazin. We zouden nog wel iets horen. We brandden kaarsjes aan de lopende meter, staken bijna ons huis in de fik, baden duizenden onze vaderkes en wees gegroet mariakes en ik sprak even met Maan toen ik haar zag. Ik vertelde haar dat ik het huis wilde, liever dan wat dan ook ter wereld.

Deze avond was ik net wat vilt aan het verknippen tot een monster, toen mijn gsm begon te rinkelen. Haar naam verscheen op het schermpje. Ik nam op, zonder er bij stil te staan dat ze nieuws zou kunnen hebben over het huis. Ze vertelde enthousiast dat de huidige huurster voor haar deur had gestaan en dat het huis van ons was. Het huis. Van ons!

Vanaf juli zitten we er in. Drie meiden samen. Op nummer honderdentwaalf. Ik kijk er naar uit. We kijken er allemaal naar uit. Nog twee maanden. Nog twee. We tellen samen af.

h1

My Bonnie lies over the ocean.

28 april 2008

Dit weekend ging ik luisteren naar een concert in een rusthuis voor demente mensen. Hoe ik daar terecht kwam vertel ik wel een andere keer. Concert is trouwens een groot woord. Een hoopje mensen trachtte muziek te maken met wat blokfluiten, fagots, hobo’s en violen. ‘Vals’ is een woord dat me meermaals te binnen schoot. Maar ach, ze deden hun best, en ik weet wat zenuwen met een muzikant kunnen doen.

Op een gegeven moment zette een man van middelbare leeftijd (nu ja, in een groep van demente mensen lijken alle andere aanwezigen jong - leeftijd is relatief) het liedje ‘My Bonnie lies over the ocean’ in, welbekend bij studenten wegens vaste waarde op cantussen. Maar blijkbaar kennen niet enkel studenten dit liedje. En zelfs ondanks de valse noten, de bibbers en de kleine foutjes bleken alle ouderen het te herkennen. Waar eerst een voorzichtig ‘Hmmmmm mmmmmm mmmmmm’ door de zaal weerklonk, zwelde dit na enkele ogenblikken aan tot een stevig gezang. Je had ze moeten zien zitten, met hun grijze hoofdjes, hun diepe rimpels, hun gesloten ogen, hun gezwollen voeten meetikkend op de grond, hun handen zachtjes meewiegend in de maat. En uit volle borst zingend. Alsof ze het op voorhand hadden afgesproken.

“My Bonnie lies over the ocean.
My Bonnie lies over the sea.
My Bonnie lies over the ocean.
Oh bring back my Bonnie to me.”

Of hoe tientallen demente bejaarden erin slaagden mij tranen van ontroering te bezorgen.

h1

Pijpenstelen

24 april 2008

Waarom, als het pijpenstelen regent, op voorhand al vloeken en je humeur pijlsnel zien zakken om vervolgens met voorovergebogen hoofd zo snel mogelijk naar huis te fietsen om aldaar verder te vloeken - zoals de meeste Belgen het doen - als je ook

met opgeheven hoofd en de regen trotserend door die regen kan fietsen. De warme regendruppels kletterend op je huid, je mond open om de regendruppels op te vangen op je tong. Al zingend van siiiinging in the rain naar huis fietsen omdat je weet dat daar toch een dak boven je hoofd en een warme douche wacht?

Verander je ingesteldheid. Begin bij fietstochtjes door de regen.

h1

“Ik meen het”, zegt hij met een brede glimlach.

19 april 2008

13.06 Antwerpen-Centraal. Ik besluit snel even ‘t stad in te wandelen alvorens de trein huiswaarts te nemen. De zon schijnt, de mensen lachen, de pianist die je soms op de Meir spot met zijn oude piano en dito hond is er ook weer - ik word er telkens weer vrolijk van -  de toeristen trekken foto’s, Antwerpen zoemt ende leeft. Ik loop snel de zara binnen, op zoek naar een Tshirt dat ze in Leuven niet meer in mijn maat hadden. Ook hier waren ze uitverkocht, maar toch nog snel hetzelfde Tshirt in een andere kleur meegepikt (dit laatste niet al te letterlijk nemen). Ietwat gehaast loop ik terug richting station om de volgende trein te kunnen nemen.

Ik passeer de panos op de Meir, en aangezien ik die dag nog niets gegeten had besluit ik bij aan te schuiven aan de rij mensen die op hun broodje staan te wachten. Vier jonge, viriele, niet onknappe mannen bedienen de mensen in een hoog tempo. Als het mijn beurt is om te bestellen loopt één van hen mij rats voorbij aan de toog en vraagt aan een paar mensen verderop in de rij wiens beurt het is. Ik ben een beetje gehaast en steek dus mijn hand op om hem terug te roepen. Het komt brutaler over dan het bedoeld is. Ik verontschuldig me minstens twee maal, ook bij het meisje achter mij, maar de jongeman kan er wel mee lachen. “Ik ben je slaafje niet hè”, zegt hij met een schattig accent - ik vermoed dat hij Turks is - en vraagt wat ik moet hebben. “Een Hollandia en een fanta alsjeblieft”, zeg ik hem, me ondertussen nog eens verontschuldigend. Hij konkelfoest wat met zijn makkers en er wordt wat gelachen en gedold. Hij vraagt me zeer beleefd of ik worteltjes/tuinkers/sla op mijn broodje wil. Augurken misschien? Nog iets anders? Of hij nog iets kan doen voor mij? Ik lach en zeg dat het zo in orde is. Hij legt mijn broodje voor me neer en vraagt of ik nog iets wil. “Uhm, ja, die fanta alsjeblieft. En een zakje.” Hij geeft me alles met een grote oprechte glimlach. “Dit is voor jou.” zegt ie.

“Ja, dankjewel. Hoeveel moet ik je?” vraag ik.
“Neenee, jij krijgt dit van mij. Je moet niet betalen.” zegt de jongeman.
“Maar nee, kom op, ik betaal gewoon mijn broodje natuurlijk. Hoeveel moet ik je?” vraag ik.
“Nee, ik sta er op. Je krijgt dit van mij. Ik meen het. Alsjeblieft!” lacht de jongen.
Ik staar hem verbaasd aan en zeg dat dat echt echt echt niet nodig is.
“Nee, alsjeblieft, ik meen het, je krijgt dit.” zegt hij, en hij steekt alles in mijn handen.
En ik, ik bedank hem uitvoerig, en loop lachend langs de rij verbaasde klanten de panos uit.

“Hehehehe, maar zo niet elke keer hoor!”, hoor ik één van zijn collega’s hem nog lachend toeroepen.

Of hoe een mij onbekende jongeman mijn hele dag een flinke oppepper heeft gegeven. En die glimlach die hij mij bezorgd heeft, die plakt nog altijd rond mijn mond.

h1

25 post-its (2)

19 april 2008

Volgend jaar volg ik een cursus (stijl)dansen. Samen met mijn frietvriendje. Kan me niet schelen dat dansen een hype is. Ik wil het ook kunnen. *** Afterworkparty’s worden zeer serieus genomen door mij: zowel de Midweek Soirée after work party’s als de Out of Office party’s hebben geen geheimen meer voor mij. *** Knuffel mij. Nu! *** Sinds een tijdje bel ik mijn ouders zèlf op, en moeten ze me niet meer terugbellen. Ze horen mij dan ook veel minder vaak dan vroeger. Platzak op café ben ik meestal niet. Ik ben niet bang om te trakteren. *** Mijn haren laat ik weer groeien - dus nu trekt het op niet veel. Rode lippenstift heb ik onlangs voor de eerste keer geprobeerd en ik was er weg van. Lakleren schoenen gaat me net iets te ver. *** Ik geef bloed. *** Ik zie thuis zijn als quality time. Nu mijn mama nog. *** Ik speel piano, maar heb er geen van mezelf. Moet mijn ouders nog overtuigen dat de piano thuis veel beter bij mij zou staan dan bij hen. Ukulele moet èn wil ik nog leren spelen. *** Ik durf geen knopen door te hakken. Ik loop verloren tussen de mogelijke beslissingen die genomen kunnen worden. *** Die reeks onenightstands moet ik proberen, al denk ik niet dat het iets voor mij is. Ik word veel te snel verliefd. *** Ik wil al heel lang eens babbelen met de oude grijze dakloze dame die in het station van Brussel-Centraal vlak bij die wafel- en pizzakraam zit. En dan trakteer ik haar op pizza. *** Ik heb gefeest in Miami, Miami Beach, New York. En nog steeds het gevoel veel te weinig van de wereld gezien te hebben. Hoe meer je ziet, hoe meer je wilt zien. *** Ik ga minder uit dan vroeger, maar ik geniet er meer van. Vrijdagavond is MIJN avond. *** Collector’s items kosten me te veel. Tweedehands spullen vind ik veel aantrekkelijker. *** Ik ben al lang fan van Everybody is free to wear sunscreen van Baz Luhrman. *** Dit is trouwens ook heel intrigerend. *** Parijs is mooi, Leuven is schitterend en Antwerpen is fantastisch. Ik houd van de plek waar ik woon. *** Ik bezoek mijn oma veel vaker nu ze in het rusthuis zit. *** Mijn vrienden zijn fantastisch en ik zie ze allemaal even graag. *** Ik moet impulsiever zijn. Nog meer. Passie. Snel. Beslissingen. Leven. Ik ben niét naar het optreden van Stephen Lynch in Amsterdam geweest enkele weken geleden. Ik had moeten gaan. *** Ik luister niet naar de flauwekul van anderen. Ik maak zelf mijn lijstjes.